Van vruchtbare aarde tot schepsel

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet 2:7
Klassieke vertaling: De Eeuwige God vormde de mens van stof uit de aarde en blies in zijn neusgaten levensadem; en de mens werd een bezield wezen.

Hertaling
JHWH Elohiem vormde de mens van grond uit de vruchtbare aarde en blies in zijn neus levensadem; de mens werd tot een schepsel.

JHWH Elohiem vormt de mens
uit grond van de vruchtbare aarde.
Niet uit los stof
dat door de wind wordt meegenomen,
maar uit aarde die doordrenkt is
en leven in zich draagt.

Eerst was daar mens –
niet zichtbaar voor onze wereld,
maar aanwezig als gedachte,
als ontwerp,
als bestemming.

Daarna werd de mens geschapen,
nog zonder tastbare vorm.
En nu krijgt hij gestalte.

Handen en voeten,
een hoofd en ledematen,
van binnen en van buiten – de mens krijgt vorm.

Uit grond
van de vruchtbare aarde.

Wat nog niet tastbaar is krijgt een lichaam dat leven zal kunnen dragen.

De vruchtbare aarde
heeft daarvoor al ontvangen
wat nodig is.

De aardbodem is doordrenkt geraakt,
verzadigd tot aan haar oppervlakte,
en draagt in zich de mogelijkheid van leven.

Nog is de mens niet zichtbaar
zoals later in onze wereld.

Maar voor JHWH Elohiem
is hij al aanwezig,
volledig gevormd,
zoals hij is bedoeld.

Dan wordt levensadem in zijn neus geblazen.

En die adem komt in hem,
draagt leven naar binnen
en vervult wat gevormd is.

Zo komt in de mens
niet alleen beweging,
maar adem die hem draagt.

Wat gevormd was uit aarde,
wordt nu verbonden met levensadem.

En de mens wordt tot een schepsel.

Nog niet zichtbaar,
nog niet tastbaar
binnen onze wereld – maar gevormd en bezield.

Betekenis en context

Van gedachte naar gestalte

De mens verschijnt hier niet als een plotseling zichtbaar wezen. Eerder was daar al mens – als gedachte, als ontwerp en bestemming (1:26). Daarna werd de mens geschapen, nog zonder tastbare vorm (1:27).

In deze fase krijgt de mens gestalte met handen, voeten, hoofd en ledematen. Daarmee heeft de mens een gevormde gestalte, al is hij nog niet zichtbaar en tastbaar binnen onze wereld.

Gevormd uit de vruchtbare aarde

De mens wordt gevormd uit grond van de aardbodem. Het gaat daarbij niet om los stof dat zich verspreidt, maar om grond die samenhang en draagkracht bezit.

De aanduiding ‘vruchtbare aarde’ in de hertaling maakt expliciet wat in de context besloten ligt: de aardbodem is niet leeg of levenloos, maar draagt bestanddelen en organismen in zich waardoor leven mogelijk wordt. 

De eerdere verzadiging van de bodem (2:6) vormt daarbij een belangrijke voorwaarde. De aarde is voorbereid op ontwikkeling en draagt nu ook de mogelijkheid van menselijk leven.

Een volgende fase in de ontwikkeling

Met het inblazen van levensadem wordt de mens tot een schepsel. De ontwikkeling die in 1:26 begon met de mens als gedachte en in 1:27 verderging met zijn schepping, bereikt daarmee in 2:7 een volgende fase. De mens is gevormd en tot een schepsel geworden, maar zijn ontwikkeling is nog niet ten einde.

In 2:15 volgt een volgende stap. JHWH Elohiem neemt de mens en plaatst hem in Gan Edèn. Tot dat moment wordt niet verteld dat de mens zelf handelt of initiatief neemt. Daar begint zijn zichtbare en tastbare bestaan binnen onze wereld en krijgt hij een plaats van waaruit hij kan handelen.

Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’ji-jtser JHWH Elohiem et-ha’adam  (וייצר יהוה אלהים)

‘JHWH Elohiem vormde de mens’

Jatsar betekent ‘vormen’ of ‘vormgeven’. Wa’jijtser is een qal-vorm van jatsar met een omkeer-waw en wordt binnen de vertellende opeenvolging weergegeven als ‘vormde’.

afar min-ha’adamah  (עפר מן-האדמה)  ‘van grond uit de vruchtbare aarde’

Afar komt in de Torah in verschillende combinaties voor. In Bereshiet 28:14 lezen we ka’afar ha’arets, waarmee fijne stofdeeltjes worden bedoeld die zich verspreiden.

In combinatie met ha’adamah gaat het niet om los stof, maar om grond in vaste vorm. De aanduiding verwijst naar de aardbodem als plaats waarin leven mogelijk wordt.

De weergave ‘vruchtbare aarde’ in de hertaling maakt expliciet wat in de context wordt verondersteld, maar in de grondtekst zelf niet rechtstreeks wordt benoemd.

wa’jipach (ויפח) ‘en blies’

Het werkwoord napach (noen–pee–chet) betekent ‘blazen’. Door de vervoeging is de letter noen weggevallen. In de volledig gepuncteerde Hebreeuwse tekst staat daarom een dageesj – puntje – in de letter pee. In de hier weergegeven ongepuncteerde tekst is die dageesj niet zichtbaar.

be’apaw (באפיו) ‘in zijn neus’

Af (אפ) betekent ‘neus’. Daarnaast bestaat de vorm apajim (אפים), waarin de uitgang -ajim aangeeft dat het om een tweetal gaat. Bij lichaamsdelen die uit twee delen bestaan komt deze uitgang vaker voor, zoals bij ogen, oren en voeten.

Wanneer aan apajim het bezittelijke achtervoegsel ‘zijn’ wordt toegevoegd, blijft de uitgang -ajim niet zichtbaar staan. De vorm wordt dan apaw (אפיו). Met het voorzetsel be-, ‘in’, ontstaat be’apaw. De tweevoudige vorm ligt ten grondslag aan de gebruikelijke vertaling ‘in zijn neusgaten’. Het Hebreeuws bevat hier echter geen afzonderlijk woord dat gaten’ betekent.

In apaw staat een dageesj in de letter pee. Daardoor wordt deze medeklinker verdubbeld. Die verdubbeling roept een tweede mogelijkheid op. Het woord af (alef–fee) betekent ‘neus’, terwijl peh (pee–hee) ‘mond’ betekent. De fee van af en de pee van peh zijn dezelfde Hebreeuwse letter פ; het verschil in uitspraak wordt bepaald door de dageesj. In apaw staat juist in deze letter een dageesj, waardoor de p-klank naar voren komt.

Daarmee kan de vraag worden gesteld of in deze vorm, naast af, ‘neus’, ook peh, ‘mond’, meeklinkt. Volgens de gebruikelijke grammaticale verklaring vormt de verdubbelde pee echter geen afzonderlijk woord peh. De betekenis ‘mond’ kan daarom niet rechtstreeks uit de grammaticale opbouw van be’apaw worden afgeleid.

De context geeft wel aanleiding om deze tweede betekenislaag mee te lezen. JHWH Elohiem blaast hier levensadem in de mens. Neus en mond zijn beide openingen waardoor adem het lichaam kan binnengaan. 

In de hertaling wordt daarom de grammaticale betekenis ‘in zijn neus’ aangehouden. De mogelijkheid dat door de verdubbelde pee en de context van de levensadem ook peh, ‘mond’, meeklinkt, blijft als een tweede betekenislaag bestaan.

nisjmat chajiem (נשמת חיים) ‘levensadem’

Nisjmat is de constructusvorm van nesjama. Nesjama heeft een breed betekenisveld en kan, afhankelijk van de context, onder meer ‘ademtocht’, ‘adem’, ‘ziel’, ‘leven’ of ‘geest’ betekenen. 

Chajiem betekent ‘leven’. Samen vormen zij een constructusverbinding. In de context van het voorafgaande ‘en blies’ wordt nisjmat chajiem in de hertaling weergegeven als ‘levensadem’.

wa’jehie ha’adam le’nèfèsj chaja (ויהי האדם לנפש חיה)
‘en de mens werd tot een schepsel’

Wa’jehie is afkomstig van haja, ‘zijn’, ‘worden’ of ‘gebeuren’. Jehie staat in de derde persoon mannelijk enkelvoud van de onvoltooide tijd: ‘hij zal zijn’. Door de omkeer-waw wordt de vorm binnen de vertellende opeenvolging weergegeven als een verleden vorm.

Ha’adam, ‘de mens’, is het onderwerp.

Het voorzetsel le vóór nèfèsj kan onder meer ‘aan’, ‘voor’ of ‘tot’ betekenen. In combinatie met haja kan de constructie haja le- een overgang naar een toestand aangeven: ‘worden tot’.

Nèfèsj heeft een breed betekenisveld en kan onder meer ‘ziel’, ‘leven’, ‘levend wezen’ of ‘persoon’ betekenen. Chaja betekent hier ‘levend’ en hoort bij nèfèsj. Nèfèsj chaja kan worden weergegeven als ‘levende ziel’ of ‘levend wezen’ en in de hertaling samengevat als ‘schepsel’.

Zoals bij 1:3 is besproken, kan wa’jehie een beweging naar een toestand weergeven. Daar is dit vertaald met ‘liet het zijn’. In 2:7 volgt op wa’jehie het voorzetsel le, dat aangeeft tot welke toestand de mens komt. Daarom wordt wa’jehie ha’adam lenèfèsj chaja hier weergegeven als ‘en de mens werd tot een schepsel’.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:


De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5
Damp stijgt op, water in beweging Genesis/ Bereshiet 2:6


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 39 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*