Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

‘Je bent een zionist! Een zionist,’ schreeuwen de Satmar-jongens naar me

24 februari 2014 “Besjitas koifrim ein anoe ma’aminim, besjitas koifrim ein anoe ma’aminim.”“Wij geloven niet in de weg van de afvalligen, wij geloven niet in de weg van de afvalligen.“ Dit refrein klinkt regelmatig door de straten van Jeruzalem uit de monden van de Satmar-chassidim. Ik kijk daar niet van op. De zionisten zullen iets van zich hebben laten horen, in de buurt of misschien wel op de radio. En dan volgt er vanzelf weer … [Lees verder]

No Picture
Feuilleton

Toli: Nee, mij markeert niets, deze vrouw heeft hulp nodig

Hoofdstuk 34 (21 november 2013) De eerste keer was het echt wel wennen. De gymnastiekzaal stonk naar zweet. Dat kon ook niet anders. Zo’n veertig jongens, allemaal van mijn leeftijd lagen op de matten op de grond te vechten. De opdracht was om te proberen de ander de baas te blijven. En dat ging helemaal niet zachtaardig. Het gevecht ging door totdat de soldaat op zijn fluitje blies. Daarna was het meteen opstellen in rijen … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Toli, één ding mogen jullie vromen nooit vergeten

10 oktober 2013 Ik doe mijn hoed af en tattie legt zijn handen op mijn hoofd. Met gesloten ogen prevelt hij de mij zo bekende woorden waar hij mij en m’n broertjes en zusjes iedere sjabbes mee bensjt, Jesiemecho Eloikiem, Moge G’d jou maken als Efraïm en Manasse. Nog één keer omhelst hij me en fluistert in mijn oor ‘Naftoli, ik houd me aan mijn belofte. Ik blijf heel kritisch op het zionisme. Maar vergeet … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Toli, jij vervult die grote mitswa van Hakores Hatoif, dankbaarheid voor wat de zionisten hebben gedaan

28 september 2013 ‘Het is niet mijn verhaal. Het is het verhaal van mijn vader. Het gaat over jouw zeider.’ Met mijn handen op m’n knieën zit ik tegenover tattie. ‘Jouw zeider heette net als jij Naftoli. Hij was weer vernoemd naar de Rebbe Naftoli  in het graf in Polen waar wij vlak na jouw barmitswe naar naartoe zijn gegaan.’ Ik snap het. Ik had dus een zeider die Naftoli  heette. En daarvóór moet er … [Lees verder]