Elohiem richt de blik

GENESIS/ BERESHIET 1:6

Genesis/ Bereshiet 1:6

Klassieke vertaling: God zei: ‘laat er een firmament zijn tussen de wateren, en laat het scheiden tussen water en water’.

Hertaling

Elohiem zei: ‘laat een uitspansel te midden van de watermassa zijn; en laat het een onderscheid doen zijn tussen waterelementen en watermassa’:

Het uitspansel wordt voorbereid

‘Laat … zijn’.
In deze woorden klinkt geen schepping uit het niets, maar een oproep tot verschijning.

De tekst laat voelen dat de basis, de elementen van het uitspansel
al ergens aanwezig zijn – vormloos, ongericht, nog niet onderscheiden – een sluimerende werkelijkheid die wacht op aandacht.

Daarom betekent het Hebreeuwse werkwoord niet
‘laat er zijn’, alsof iets pas begint te bestaan, maar ‘laat het zijn’:
breng het naar voren,
zet het in beweging,
laat het werkzaam worden.

Het is alsof Elohiem het uitspansel uit de schaduw naar voren haalt, zoals een mens een idee eerst moet laten oplichten
– als een beeld, een gevoel, een ingeving – voordat hij ermee kan werken.

Wat zo verschijnt, is geen nieuw element, maar een bewuste verschijning van wat er al was.

De schepping verdiept zich door aandacht: Elohiem richt de blik, en door die aandacht wordt het uitspansel voor het eerst voorbereid op vorm.

Tweede voorbereidende stap

Wanneer het uitspansel zo naar voren is gehaald, begint een nieuwe beweging.

Er wordt een onderscheiding benoemd en vastgesteld – nog niet de definitieve, maar een eerste contour, een markering in taal én werkelijkheid.

Deze onderscheiding loopt tussen de waterelementen van het heelal en het water dat de jonge aarde volledig omhult.
Ze werkt als de eerste schets van een schilder: nog dun, nog niet ingevuld, maar bepalend voor alles wat later vorm krijgt.

Het terrein wordt afgebakend.
De ruimte wordt geopend.
De schepping krijgt richting.

Deze voorbereidende onderscheiding maakt de uiteindelijke onderscheiding mogelijk die later geactiveerd zal worden:
de verdeling tussen de waterelementen boven en de watermassa rondom de aarde beneden.

Zo bouwt elke stap voort op de vorige, en opent elke onderscheiding de deur naar de volgende.

De schepping beweegt zich voort van potentieel naar vorm,
van aanwezigheid naar werking – laag voor laag, met een precisie die pas veel later wordt begrepen.

Betekenis en context

Het uitspansel te midden van de watermassa

Door deze uiting van Elohiem wordt het uitspansel als aanwezig vastgesteld te midden van de watermassa. De aandacht wordt als het ware op dit element gericht. Het krijgt daarmee een plaats en een functie binnen het scheppingsproces.
Deze handeling vormt een cruciale voorbereidende stap: wat benoemd en gezien wordt, kan worden ingezet, aangepast, verplaatst, versneld, vertraagd, verder ontwikkeld en verbonden met andere elementen. De schepping ontwikkelt zich door deze gerichte aandacht en voorbereiding.

Eén handeling, twee zinnen

Voor Elohiem vallen onderscheiden en scheiden samen in één handeling in het nu. Voor de mens worden deze stappen echter in twee zinnen ontvouwd. Dat is geen kunstgreep, maar een gevolg van een taalkundig én existentieel menselijk perspectief: onderscheiden en scheiden vallen voor ons niet samen in één gedachte. 

Met ‘denken’ wordt hier het gelijktijdig overzien bedoeld; mensen kunnen dit wel formuleren, maar niet als één enkele denkhandeling voltrekken.
De tekst maakt deze ene handeling toegankelijk door haar in taal uit te spreiden. 

Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’jomer Elohiem (ויאמר אלהים)  ‘Elohiem zei’

Het werkwoord amar (alef – meem – reesj) betekent ‘zeggen’; Het duidt op zeggen in verbinding met een ander, om iets duidelijk te maken. 

Door dit zeggen wordt het bestaande geheel naar voren gehaald en geschikt gemaakt om verder mee te werken. Zoals een mens eerst iets voor zich moet zien – als beeld, gevoel of gedachte – om ermee te kunnen werken, zo wordt ook hier iets bewust aanwezig gemaakt.

De vorm wa’jomer komt veelvuldig voor in de Hebreeuwse Torah. Hier wordt, zo kan worden verklaard, dat Elohiem in verbinding met alle elementen non-verbaal communiceert (zie ook 1:3).

Jehie (יהי) ‘laat het zijn’

Jehie staat in de derde persoon enkelvoud en wordt nauwkeuriger weergegeven als ‘laat het zijn’ dan als ‘laat er zijn’. De vorm duidt niet op scheppen uit het niets, maar op het bevestigen van aanwezigheid. Het ontbreken van bara onderstreept dat hier geen schepping uit het niets plaatsvindt.

Wiehie (ויהי)  ‘en laat het (doen) zijn’

De voorafgaande waw is het voegwoord ‘en’ en fungeert hier niet als omkeer-waw. Door toevoeging van deze waw treedt een klankverandering op door verplaatsing van de klemtoon: theoretisch zou we’jehie verwacht worden, maar de vorm wordt wiehie

Wat zich eerst bevindt tussen de watermassa wordt verplaatst naar de nieuwe plek tussen waterelementen en watermassa.

Mavdiel (מבדיל)    ‘doen onderscheiden’ of ‘onderscheiding maken’

Mavdiel staat in de derde persoon tegenwoordige tijd. Het is het veroorzakende hif‘il-participium van badal en beschrijft het actief aanbrengen van onderscheid, niet een reeds voltooide scheiding. 

Bein majiem la’mojiem   (בין מים למים)  tussen waterelementen en watermassa’

De constructie bein … le- markeert grammaticaal een onderscheid tussen twee grootheden: majiem (waterelementen; in hedendaagse termen het waterstofdragende kosmische water, zie 1:1) en mojiem (de watermassa op aarde, zie 1:2).
Het onderscheid wordt hiermee taalkundig vastgesteld, maar nog niet uitgevoerd. Het is een benoeming van verschil, geen fysieke scheiding. 

Door het noemen van dit ‘onderscheid’ ontstaat voor het eerst ruimte — geen lege leegte, maar een functionele tussenruimte die de verdere schepping mogelijk maakt.

Masoretische tekens

Pauza- en zangtekens bij de woorden geven bovendien rustpunten aan voor het voorlezen. Het zangteken onder het laatste woord la’mojiem loopt synchroon met het gebruik van de klinker ’o’ in mojiem, wat de aardse, samengestelde watermassa markeert tegenover het elementaire majiem.


Zie ook de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Beresjiet
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 1:2
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:3
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:4
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:5


cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall van man met Torahrol, foto Bloom, 2024

Over Simon Cohen 12 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

2 Comments

  1. Dank voor dit mooie compliment, Israel. Dank aan Hasjeem dat de verdieping in de Torah voor mij is weggelegd. Het geeft me veel energie en maakt me dankbaar en zeer blij.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*