Eerste dag Rosj Hasjana, ochtenddienst 9.30u, daarna kidoesj. Tweede dag ochtenddienst 9.30u, sjofar 11.30u, kidoesj; voor de grotere kinderen sjioer vanaf 10.30u.
Zomaar een paar regels uit het programma voor de Hoge Feestdagen van een Amsterdamse sjoel. We gaan door, zoals elk jaar: tientallen diensten, drie weken lang, gedragen door talloze vrijwilligers. Het is troostrijk dat het joods-religieuze leven doorgaat zoals het al eeuwen doorgaat, overal ter wereld, wat er ook gebeurt.
En toch wringt er iets. Dit jaar hoor ik na de wensen voor een goed en zoet jaar vaker dan anders: “Laten we hopen op rust en vrede in de wereld” of ronduit: “Voor een beter 5787.”
Want voor wie niet is vastgeroest in het eigen gelijk, is er sinds 7 oktober 2023 heel veel veranderd.
Als wat, een hypothese
We gaan het derde jaar in na die bloeddoordrenkte 7 oktober – een datum gegrift in onze ziel.
Een datum die wel eens een paradigmawisseling kan inluiden in de joodse geschiedenis en het joodse denken.
Stel, heel hypothetisch: Netanyahu en zijn generaals hadden op 7 oktober 2023 eerst de grenscontroles hersteld en alles op alles gezet om de gegijzelden terug te halen. Ze hadden de getuigenissen van de moorden en verkrachtingen in de kiboetsim en op het Nova-festival wereldkundig gemaakt, zodat de hele wereld kon meeleven – zoals wij maandenlang meeleefden met New York na 9/11.
Vervolgens zou Jeruzalem beginnen met een klopjacht om de daders één voor één op te pakken en te straffen, zoals dat gaat in een land waarin het individu verantwoordelijk is voor zijn daden en niet een heel volk. Tijdens die klopjacht werd goed gezorgd voor de Palestijnse burgers in Gaza: halal voedsel, medische zorg, voorlichting over moraal en geweten en informatie over de vrijheden die Palestijnen in Israël wél genieten – en dat alles gedeeld met de wereld.
Zou de Nederlandse pers dan even hard zijn omgeslagen naar anti-Israëlisme zoals nu is gebeurd?
Dit is puur een denkoefening. De werkelijkheid was anders.
Antisemitisme en schaamte
Ruim anderhalf miljoen Gazanen zijn dakloos gebombardeerd en leven in erbarmelijke omstandigheden in tenten. Op de Westelijke Jordaanoever wordt huis voor huis, boom voor boom toegeëigend door joodse enthousiastelingen voor een ‘vrij Judea en Samaria’.
Het antisemitisme neemt overal ter wereld toe. Het borrelt op uit oude bronnen en wordt dagelijks gevoed door Israëlische ministers die openlijk spreken over het verjagen van miljoenen mensen die ze niet als echte mensen beschouwen maar louter zien als terroristen.
Gevolg: antisemitisme aan de ene kant en ongemak tot schaamte aan joodse kant. Men ziet een soevereine staat die claimt hoogstaande joodse waarden te delen, maar anno 2026 onverbloemd een wraakoorlog voert totdat geen huis meer overeind staat.
We dragen dit in stilte, we proberen niet te zien of verdedigen het met ‘het is de schuld van Hamas’ en ‘de IDF probeert juist burgers te beschermen’ – terwijl de beelden een ander verhaal vertellen.
Breuk en herstel
David Myers, hoogleraar joodse geschiedenis in Los Angeles en specialist in zionisme, onderzoekt in zijn Substack-essay Shevirat Ha-Kelim we Tikun (Breuk en Herstel). Hij onderzoekt of wij, die niet in Israël leven, medeverantwoordelijkheid dragen.
Zijn uitgangspunt: Het was niet ideologische overeenstemming, maar wederzijdse verantwoordelijkheid die altijd het criterium was voor het joodse collectief: kol Jisraeel arevim ze ba-ze, alle Joden zijn verantwoordelijk voor elkaar (Sjavoeot 39a).
Joden wereldwijd hebben, zo stelt Myers, het Israëlische staatsproject mede opgebouwd en tot de kern van hun identiteit gemaakt. Deze verwevenheid maakt de vraag naar medeverantwoordelijkheid onontkoombaar.
Successen en mislukkingen van het zionisme
Myers’ essay is een doorwrochte reactie op rabbijn Shaul Magid over De successen en mislukkingen van het zionisme: Adin Steinsaltz en Yeshayahu Leibowitz en de liberaal-zionistische en antizionistische reacties daarop.
Myers vestigt zijn hoop op jonge Joden die de energie hebben om een nieuw model van joodse identiteit voor te stellen, fundamenteel anders dan het oude, verbrijzelde paradigma: geen ersatz-zionisme – onvoorwaardelijke identificatie met de staat Israël zonder er zelf te wonen – maar een politiek van gelijkheid in plaats van macht, en de moed om de blik van de spiegel af te wenden naar de ruïnes van Gaza, waar Palestijnse kinderen in een door ons veroorzaakte wanhopige toestand verkeren.
Myers is genuanceerd: hij verwerpt het zionisme niet, maar waarschuwt dat joodse politieke zelfbeschikking niet verward mag worden met onvoorwaardelijke steun aan de huidige staat Israël. Zijn oproep: investeer met alle joodse middelen en vermogens die we zo rijkelijk bezitten in gelijkheid, rechtvaardigheid, vrede en veiligheid voor alle inwoners van Israël-Palestina, van de rivier tot de zee.
Recht op zelfbeschikking van beide volkeren
Myers: “Terwijl we door de maand Elul naar de Tien Dagen van Berouw gaan, moeten we wakker worden geschud door het geluid van de shofar om onze verantwoordelijkheid te erkennen voor de daad van shevirat ha-kelim (verbrijzeling van de vaten).
Het werk van tikoen doen volgt “op de verbrijzeling, waarvan het eerste en belangrijkste element is om de strijd voor Palestijnse bevrijding op de voorgrond te plaatsen als het primaire joodse morele imperatief van onze tijd.”
Op sleutelmomenten van zelfreflectie stelt Myers voor nieuwe gebeden te introduceren die niet alleen gedenken wat ons is aangedaan, maar ook boete doen voor wat wij anderen hebben aangedaan.
Nieuwe gebeden
In plaats van gebeden die Israëlische soevereiniteit of militair succes vieren, pleit hij voor het institutionaliseren van vredesgebeden – zoals dat van de New Yorkse B’nai Jeshurun-synagoge. dat expliciet oproept tot het welzijn van zowel Joden als Palestijnen in Israël-Palestina, met als slotregels (in eigen vertaling):
“We davvenen dat we onze harten niet verharden. We bidden dat we onze menselijkheid behouden. We davvenen voor de toekomst van beide volkeren in dit land, voor de erkenning van het recht op zelfbeschikking van beide volkeren en de vrijheid om in gerechtigheid en waardigheid te leven.”
Dit serieuze verantwoordelijkheidsgevoel van David Myers, voortkomend uit diepe kennis van de joodse traditie, raakt me.
Geen aanklacht maar een uitnodiging
Professor Myers laat zien dat het anders kan. Zijn essay is geen aanklacht maar een uitnodiging: gebeden voor vrede voor allen tussen de rivier en de zee, zelfreflectie tijdens deze Hoge Feestdagen én berouw over de ruïnes van Gaza kunnen samengaan met iets nieuws. Met een joodse identiteit die niet gebouwd is op macht, maar op gelijkwaardigheid.
Dat is, wat mij betreft, een beloftevol begin van 5787.
cover: collage Bloom
Geef als eerste een reactie