Nadat Koos Caneel, zijn vrouw Ina en hun zoon Joop de Sjoa hadden overleefd, werd Koos in 1945 samen met zijn vrouw benoemd tot directeur van de Rudelsheim Stichting in Hilversum.
Voor de oorlog was dit een instituut voor de behandeling van verstandelijk gehandicapte kinderen; na de oorlog richtte het zich op de opvang en behandeling van oorlogspleegkinderen. Caneel bleef er tot 1949.
In dat jaar werd hij voorganger en leraar van de Joodse Gemeente Bussum/Naarden. Hij wist deze kehilla tot grote bloei te brengen. Vooral als leraar maakte hij indruk. Kinderen en hun ouders droegen hem op handen. Caneel had humor, pedagogisch talent en wist zijn lessen levendig te houden. Joodse en Hebreeuwse liedjes waren een vast onderdeel. Ina gaf les aan de jonge kinderen; Koos bereidde de jongens voor op hun Bar Mitswa.
Engelengeduld
Een vriend van mij herinnert zich hoe Koos hem met engelengeduld zijn lange parasja leerde. ‘Meneer Caneel’ was in zijn herinnering een alleraardigste man. Hij ging met groot plezier naar zijn lessen. Caneel was beslist geen doorsnee leraar.
Ook buiten de lessen was hij aanwezig. Een vriendin van onze familie denkt met dankbaarheid terug aan zijn dagelijkse bezoeken aan haar ziekbed in een katholiek ziekenhuis. Door zijn interventie hoefde zij niet mee te doen aan de dagelijkse gebeden van de nonnen.
Het werkterrein van het echtpaar Caneel strekte zich inmiddels ver buiten Bussum en Naarden uit. Vrijwel dagelijks stapten zij in hun oude, aftandse autootje om Joodse kinderen en gezinnen in de wijde omgeving te bezoeken. Oud-leerlingen herinneren zich ook dat autootje nog goed.
Seideravonden met musicals en toneelstukken
Het jaarlijkse hoogtepunt van het Bussumse Joodse leven was de openbare Seiderviering, met zo’n 200 gemeenteleden. Als opvolger van de heer Caneel als chazan en leraar van de Joodse Gemeente Bussum/Naarden kende ik de verhalen over deze avonden. Musicals en toneelstukjes omlijstten de viering. Jaren later werd er nog met grote nostalgie over gesproken. De teksten waren van Ina’s hand.
Ik ben ervan overtuigd dat deze Seideravonden hebben bijgedragen aan de versterking van de Joodse identiteit van veel aanwezigen.
In 1965 verhuisden de Caneels naar Utrecht. Van daaruit konden zij gemakkelijker hun reizen maken naar Joodse kinderen in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant.
Echtpaar Caneel als reizende leraren in de Mediene
Decennialang doorkruisten Koos en Ina Caneel Nederland van noord tot zuid. Met trein en bus, hun tassen vol lesmateriaal, brachten zij kennis en liefde voor het Jodendom over aan kinderen die verspreid over het land woonden.
Zij waren niet de enige reizende leraren in Nederland. Toch zijn de herinneringen aan hen opvallend levendig gebleven. Ze kwamen in Utrecht, Den Bosch, Groningen en Leeuwarden, in Winterswijk, Tiel, Vught en Hoogeveen, maar ook in kleinere plaatsen als Beilen en Borculo.
Lessen aan de keukentafel
De wekelijkse lessen duurden ongeveer een uur en vonden gewoon thuis plaats, aan de keukentafel. Informeel, warm en interactief. Terwijl Koos lesgaf, dronk Ina regelmatig koffie met de ouders. Zo hield zij het contact met de verspreid wonende Joden in de Mediene warm.
Ik sprak met meerdere voormalige leerlingen. Zonder uitzondering herinnerden zij zich het echtpaar Caneel als innemende mensen, die hun lessen kleur gaven met verhalen over centrale figuren uit de Joodse geschiedenis, de sjabbat en de Joodse feestdagen. Ook gaven zij Hebreeuwse les.l
Een oud-leerlinge die jarenlang in Utrecht les kreeg van ‘meneer Caneel’ zei het zonder omhaal: ‘De lessen met meneer Caneel hebben mij voorgoed veranderd.’
Elke week was voor haar opnieuw een belevenis waar ze naar uitkeek. De lessen bepaalden mede de manier waarop zij haar Jodendom beleefde.
Bar Mitswa van Leon de Winter
Ook de bekende auteur Leon de Winter heeft zijn Bar Mitswa-lessen bij Koos Caneel in Den Bosch gememoreerd in een van zijn boeken. Zijn Joods bewustzijn schrijft hij onder meer toe aan de leerzame lessen en het warme contact met Koos.
Utrechtse sjoelmelodieën vastgelegd
Toen Koos op 78-jarige leeftijd stopte met lesgeven, verdween hij niet helemaal uit beeld. Hij zong de melodieën van de Utrechtse kehilla in en legde ze vast op cassettebanden.
zie ook deel 1 van dit verhaal: Verzetsheld en godsdienstleraar Koos Caneel liet onuitwisbare sporen achter bij zijn leerlingen
Bronnen
K. Caneel, “De lerarenopleiding anno 1922”, in: “Lo Jamoesj”, opstellen van docenten en vrienden van het Nederlands-Israelietisch Seminarium, 1989
J. Michman, H. Beem en D. Michman: Pinkas Hakehillot, Nederland, Jeruzalem,1989
cover: sloop van het Jongensweeshuis aan de Amstel, foto Izak Salomons, 1977
Dank voor deze herinneringen. Ik denk dat iedereen die ooit in Nederland Joodse les heeft gegeven wel over deze legendarische familie Caneel heeft gehoord. Onvoorstelbaar knap, om na de oorlog zó de draad weer op te kunnen pakken.
inderdaad, heel moedig om zo de draad weer op te pakken en op zoveel leerlingen zo’n grote impact heeft gehad
Voor mijn opleiding tot bar mitswa (in 1968) kreeg ik in de voorafgaande jaren les van ‘meneer Caneel’, elke woensdagmiddag in de Zwolse bij-sjoel.
Enkele factoren zorgden ervoor dat die lessen niet van een leien dakje gingen: in de eerste plaats was mijn vlijt niet om over naar huis te schrijven, een doorn in het oog van mijn leraar. Daarbij speelde mee dat de lessen bij de leerling die het uur ervoor aan de beurt was, wél in vruchtbare bodem vielen. Bij Ben resulteerde dat er onder meer in dat hij decennia later een zeer gewaardeerd voorzitter van het NIK is geworden. Bovendien was hij net als meneer Caneel voor Ajax. Dat ik fervent fan van Feyenoord was (net als Ajax toen in zijn gloriedagen) kon meneer Caneel allerminst waarderen: hoe kon je als Joodse jongen nou niet voor Ajax zijn, grensde dat niet bijna aan antisemitisme? Dat hij, Veendammer van geboorte, met een sterk Grunnegs accent sprak droeg op zijn beurt niet bij aan mijn gewilligheid.
Na mijn bar mitswe (die niettemin toch naar ieders tevredenheid verliep) verdween Koos Caneel bij mij drie decennia uit beeld, tot ik in 1997 zijn overlijdensadvertentie las.
De sjabbatochtend daarop was ik in de gelegenheid in sjoel iets over hem te zeggen. Zijn rondreizend bestaan als leraar indachtig vertelde ik de volgende witz: aan het eind van een lange dag zit een arme melammed (leraar aan een cheider) in zijn stoel wat te mijmeren. Luister eens, zegt hij tegen zijn vrouw, wat ik net bedacht: wanneer ik Rothschild zou zijn, was ik zelfs nog rijker dan Rothschild!. Wat een mesjogga’s, reageert zijn vrouw, hoe kom je daar nou weer bij? Haar man: nee nee dat zit zo: ik zou er nog wat les bij geven!
En nu komt het: terwijl ik die witz, waarbij ik altijd in geldelijke termen had gedacht, aan het vertellen was, kwam er een Bat Kol, een stem uit de hemel, heel herkenbaar als die van Koos Caneel. Die zei: nee jongen, dat heb jij maar voor de helft begrepen. Want minstens zo verrijkend als geld is de verrijking die het leren en overbrengen van Joodse kennis en traditie je geeft.
Toen ik weer een paar jaar later las over het heldhaftige en doortastende optreden van mijn leraar bij de razzia van februari 1943, nam mijn respect en waardering ook met terugwerkende kracht nog eens aanzienlijk toe.
Koos en Ina Caneel, zichronam livracha, hun nagedachtenis zij tot zegen.
Amen
Amen
Het is zó verrijkend dit alles te mogen lezen!
Dank jullie wel!
En zo is het allemaal over Coos en Ina, ik hoop dat Joop zijn zoon en kinderen en kleinkinderen in Zwitserland(Zurich) dit ook lezen
Yes, we read it as well. Thanks.
But unfortunately I (grandson) only understand Dutch enough to read but not to write 🙂
They were also great grandparents!
It was nice to read all of that.
Ik woonde in Leek *Groningen. Eersr was ik opde Joodse school in Groningen en op 12 jarige leeftij d kreeg tot mijn 15de les van mijneer Caneel.Wijwaren de enigste joden in Leek na de oorlog.