Hemel en de aarde zijn voltooid

hertaling Genesis/Bereshiet  2:1

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet  2:1

Klassieke vertaling: Zo waren de hemel en de aarde voltooid en al hun heerscharen:

Hertaling

Zo waren de hemel en de aarde voltooid en al hun levensvoorwaarden:

Voltooiing van het geheel
En dan valt er een stilte in het verhaal.

Na zes fasen van vorming, na alles wat werd onderscheiden, geplaatst en tot stand gebracht,
komt het moment waarop de tekst een andere toon aanslaat.

Niet meer: er gebeurt iets.
Niet meer: er wordt iets toegevoegd.

Maar: het is voltooid.
De hemel en de aarde zijn voltooid.

Alles wat in hen is ontstaan,
alles wat nodig is voor leven,
staat nu op zijn plaats.

Wat eerst stap voor stap verscheen,
vormt nu één geheel.

De hemel.
De aarde.
En alles wat daarin is voortgekomen.

Een wereld waarin de voorwaarden voor leven aanwezig zijn –
een samenhangend geheel
waarin alles zijn plaats heeft gevonden.

Het werk is niet alleen gedaan;
het is afgerond.

De schepping staat gereed.

En precies op dat moment
begint iets nieuws.

Betekenis en context

De voltooiing van de schepping

In deze zin verandert de toon van het scheppingsverhaal.
Tot nu toe werd stap voor stap beschreven hoe onderdelen van de wereld ontstonden en hun plaats kregen. Hier wordt het geheel van de schepping als voltooid vastgesteld.

Hemel en aarde worden samen gezien als een afgeronde werkelijkheid.
Alles wat daarin is ontstaan en wat het leven mogelijk maakt, behoort tot dat geheel.

De tekst spreekt daarom niet alleen over ruimte en vorm, maar ook over alles wat daarin aanwezig is om het leven te dragen en te ondersteunen.

De voorwaarden voor leven

In veel vertalingen wordt gesproken over ‘heerscharen’. Dat woord roept het beeld op van legermachten of grote verzamelingen. In de context van het scheppingsverhaal gaat het echter om alles wat in hemel en op aarde tot bestaan is gekomen en wat bijdraagt aan het leven op aarde.

Het kan daarom ook worden opgevat als de verzameling van alles wat nodig is om het leven mogelijk te maken: mens, dieren, planten, lichtdragers en andere voorwaarden voor bestaan.

In deze zin wordt dus vastgesteld dat de schepping als geheel gereed is.
De wereld staat er – niet alleen als structuur, maar als een samenhangend geheel waarin de voorwaarden voor leven aanwezig zijn.

Deze constatering vormt de overgang naar wat daarna volgt: de afronding van het scheppingsproces door de sjabbat.

Het verhaal van 1:1 tot 2:1 vormt een soort boog:

scheppen → vormen → ordenen → voltooien

    Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’jechoeloe ha’sjamajiem we’ha’arèts
(השמים והארץ ויכלו)
‘Zo waren de hemel en aarde voltooid’ of ‘De hemel en de aarde werden voltooid’

In het woord wa’jechoeloe staat het werkwoord chalah, met de stamletters chaf–lamed–hee. Dit werkwoord betekent ‘eindigen’, ‘klaar zijn’ of ‘voltooien’.

In de vorm die hier wordt gebruikt herkennen we ook de stam kol (chaf–lamed), het woord voor ‘alles’ of ‘het geheel’. Daardoor krijgt het werkwoord de betekenis van een afronding waarin alles samenkomt. 

Betekent wa’jechoeloe ‘zij werden voltooid’ of ‘zo waren zij voltooid’? In klassieke vertalingen komen beide weergaven voor.

De vertaling ‘zij werden voltooid’ gaat uit van een passieve lezing van het werkwoord van de stam chalah (הלכ). Op het eerste gezicht lijkt de vorm van het werkwoord dit te ondersteunen, onder andere door de oe-klank (qibbuts).
Deze klank ontstaat echter door de vervoeging van het werkwoord in combinatie met de zwakke eindletter ה – hee, en niet door een passieve werkwoordsvorm. Een passieve vorm zou vooral het resultaat of het ondergaan van de handeling benadrukken.

De vertaling ‘zo waren zij voltooid’ sluit aan bij de verhalende werkwoordsvorm (omkeer-waw). Hoewel de vorm van het werkwoord een verhalende waw (וַ) heeft, functioneert deze hier niet als voortzetting van het verhaal, maar als een afsluitende verbinding. Daardoor kan de zin in het Nederlands worden weergegeven met ‘zo waren…’, waarbij ‘zo’ de samenvattende functie van de zin weergeeft, niet de vorm van de waw zelf.

Daardoor krijgt het werkwoord een samenvattende betekenis: het geheel komt tot voltooiing. De schepping wordt niet beschreven als iets dat voltooid wordt, maar als iets dat tot voltooiing komt. Het Hebreeuws drukt dit uit in een vorm die beweging laat zien, terwijl de vertaling dit vaak weergeeft als een toestand. Werkwoorden met ‘zijn’ en hun vervoegingen benadrukken het resultaat, terwijl ‘worden’ en de vormen daarvan het proces laten zien.

De waw functioneert hier niet als een verhalende voortzetting, maar als een afrondende verbinding: zij markeert het moment waarop het proces als geheel tot voltooiing komt. De tekst kiest daarmee voor een vorm waarin proces en voltooiing samenvallen.

Juist omdat de zin zelf al samenvattend is, is een passieve werkwoordsvorm niet nodig.

In de volgende zin verschuift het perspectief. Daar wordt Elohiem zelf als onderwerp genoemd en wordt het voltooien niet alleen als vastgesteld resultaat weergegeven, maar als een handeling: Elohiem voltooide. Wat hier als geheel tot voltooiing komt, wordt in 2:2 verbonden met het handelen van Elohiem zelf.

wechol tsewa’am    וכל-צבאם  
‘en al hun levensvoorwaarden’

Het woord tsewa wordt in traditionele vertalingen vaak weergegeven als ‘heerscharen’, een oud woord dat legermachten aanduidt. In de context van deze zin gaat het echter om alles wat bij hemel en aarde hoort en wat daarin tot bestaan is gekomen.

Het woord kan daarom worden opgevat als een aanduiding van alle elementen die samen het leven mogelijk maken: de verschillende vormen van leven, de lichtdragers en alles wat de wereld ondersteunt en ordent.

Een eigentijdse weergave kan daarom zijn:
‘al hun levensvoorwaarden’ of ‘al hun essentiële voorzieningen’.

Het woord draagt bovendien een symbolische laag.
De eerste letter, de tsadé, is de achttiende letter van het Hebreeuwse alfabet; het getal achttien (chaj) staat in de Hebreeuwse traditie voor ‘leven’. De volgende letters (bo- beet-alef)vormen samen een woord dat ‘komen’ of ‘binnenkomen’ betekent.

In die samenstelling kan het woord ook worden gelezen als een aanduiding dat het leven verschijnt of binnenkomt.

Zo omvat een woord: tsewa een brede betekenis: alles wat in hemel en aarde aanwezig is om het leven mogelijk te maken.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 33 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*