Voltooiing en loslaten

Genesis/ Bereshiet 2:2

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet  2:2

Klassieke vertaling: God voltooide op de zevende dag zijn werk dat hij gedaan had, en hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat hij had gedaan.

Hertaling

Elohiem voltooide in de zevende scheppingsfase zijn werk dat hij had gedaan; en hij staakte in de zevende scheppingsfase zijn gehele werk dat hij had gedaan:

Staken van het werk

In de zevende fase
voltooit Elohiem zijn werk
dat hij had gedaan –
niet als een vaststelling achteraf,
maar als een handeling
die tot haar einde wordt gebracht.

Het moment waarop het werk wordt losgelaten

Wat is gedaan, wordt niet verder voortgezet, maar losgelaten,
zoals het is geworden.

Hij houdt op met werken, niet uit vermoeidheid, maar door zich los te maken
van alles wat hij heeft gedaan.

Niet een deel, niet wat nog overblijft,
maar het geheel.

En in dat loslaten wordt zichtbaar dat het is voltooid.

Het werk staat er – niet als iets dat doorgaat,
maar als iets dat is vervuld en blijft zoals het is.

De zevende fase voegt niets toe,
maar laat zijn wat tot stand gekomen is.

Betekenis en context

Voltooiing en loslaten

Waar in het voorgaande vers de schepping als geheel tot voltooiing komt, wordt in dit vers het perspectief verlegd naar Elohiem zelf. De voltooiing wordt nu niet alleen vastgesteld, maar verbonden met zijn handelen.

Het voltooien en het staken van het werk horen onlosmakelijk bij elkaar. Het werk wordt niet beëindigd uit noodzaak of vermoeidheid, maar bewust losgelaten. Elohiem, die eeuwig handelt, kent geen vermoeidheid.

Deze voltooiing ligt binnen het handelen van Elohiem zelf en gaat vooraf aan wat later zichtbaar wordt – zoals planten die nog niet uit de aarde zijn voortgekomen en de mens die nog niet tot leven is gebracht. Wat hier als afgerond wordt vastgesteld, krijgt pas in het vervolg zijn uitwerking.

Het staken van het werk is daarmee geen afsluiting achteraf, maar een wezenlijk onderdeel van het scheppingsproces. Juist door het werk los te laten, wordt zichtbaar dat het is voltooid.

De zevende fase vormt geen voortzetting van de voorgaande fasen, maar een overgang: het geheel komt tot rust in zijn eigen vorm en samenhang. Wat is gedaan, blijft bestaan – niet als iets dat voortgaat, maar als iets dat is vervuld.

Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’jechal Elohiem  (ויכל אלהים)  ‘Elohiem voltooide’

In tegenstelling tot zin 2:1, waar de voltooiing als geheel wordt vastgesteld, wordt hier Elohiem expliciet als onderwerp genoemd. Het werkwoord staat in een actieve vorm: het voltooien wordt voorgesteld als een handeling.

bajom ha’sjevie’ie melachto   (ביום השביעי מלאכתו) ‘in de zevende scheppingsfase zijn werk’

Het woord jom duidt hier geen kalenderdag aan, maar een fase binnen het scheppingsproces. Het voorzetsel ba- kan zowel ‘op’ als ‘in’ betekenen; hier ligt ‘in de zevende fase’ het meest voor de hand.

Melachto (‘zijn werk’) verwijst naar het geheel van wat in de voorafgaande fasen tot stand is gebracht.

asjèr asa    (אשר עשה)   ‘dat hij had gedaan’

Het werkwoord asa (‘doen’, ‘tot stand brengen’, ‘maken’) staat hier in een voltooide vorm zonder omkeer-waw en verwijst naar het voorafgaande werk. Het wordt daarom het best weergegeven als voltooid verleden tijd: het werk dat Elohiem vóór deze zevende fase had gedaan.

wa’jisbot   (וישבת)  ‘hij staakte’ 

Het werkwoord dat vaak met ‘rusten’ wordt vertaald, heeft hier de betekenis van ophouden met werken of loslaten. 

In Engelse vertalingen zien we vaak woorden als ceased of abstained –  ‘ophouden met werk’ of ‘zich van werk onthouden’. De vertaling ‘met rust laten’ benadrukt mooi dat niet Elohiem rust, maar dat het werk tot rust komt. 

mi’kol melachto  (מכל-מלאכתו) ‘van zijn gehele werk’

Het voorzetsel mi- betekent ‘van’ of ‘los van’. In combinatie met kol (‘al, geheel’) ontstaat de uitdrukking ‘van al zijn werk’. In het Hebreeuws is dit voorzetsel oorspronkelijk min. De n valt in deze vorm weg; In de traditionele schrijfwijze met klinkertekens is dat nog te herkennen aan de verdubbeling van de medeklinker die volgt, al worden deze tekens in het hier gebruikte gewone schrift niet weergegeven.

Door de combinatie met kol (‘al, geheel’) wordt duidelijk dat het staken het hele werk betreft. 

In het Nederlands wordt dit vaak weergegeven als ‘hij staakte zijn werk’. Daarbij verdwijnt het voorzetsel ‘van’, dat in het Hebreeuws juist expliciet aanwezig is. 

Het voorzetsel mi betekent hier niet alleen ‘van’, maar heeft de betekenis van ‘zich onthouden van’ of ‘ophouden met’.

asjèr asa  (אשר עשה‘dat hij had gedaan’

De herhaling onderstreept dat het gaat om hetzelfde werk dat in de voorafgaande fasen tot stand is gebracht. Het handelen en het loslaten worden zo direct met elkaar verbonden.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 34 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*