Het honderdjarig jubileum van Sjoel Scheveningen vierden we woensdag 5 tisjri 5787 (16 september 2026).
Een goede aanleiding om de geschiedenis in te duiken.
Temidden van de vele bekende en minder bekende bezoekers ontving Scheveningen in 1884 een opmerkelijke bezoeker: Rabbi Shalom Dovber Schneersohn, de vijfde Lubavitcher Rebbe, samen met zijn vrouw.
Het was iets meer dan een jaar na het overlijden van zijn vader, de vierde Lubavitcher Rebbe, Rabbi Shmuel Schneersohn. Zijn zoon, Shalom Dovber, was jong, kampte met chronische pijnklachten en weigerde nog om op dat moment het leiderschap van de Chassidiem op zich te nemen. Wel schreef hij al Ma’amariem — chassidische verhandelingen over de mystieke achtergronden van de Tora.
Kuuroord Scheveningwn
Op advies van zijn artsen kwam Rabbi Shalom Dovber (Rashab) begin juni 1884 op Scheveningen aan dat bekend stond als kuuroord. Het zeewater zou genezend werken.
De Rashab schreef zich in bij Hotel Schnitzler, destijds gevestigd Badweg 169. Hiermee wordt hoogstwaarschijnlijk de huidige locatie van het Circustheater bedoeld. Schnitzler was een van de twee kosjere hotels die samen met Hotel Keijl tientallen jaren dienstdeden voor de kosjere badgasten.
De hotels waren uitgerust met huissjoeltjes en onderscheidden zich met hun uitgebreide Joodse bibliotheek en andere voorzieningen.
Havenstraat
Een week later huurde hij een kamer op Havenstraat nummer 8. De Havenstraat is de huidige Havenkade. Enkele decennia later zou er op dezelfde straat, op nummer 19, een sjoel gesticht worden.
Tijdens zijn verblijf in Scheveningen schreef de Rebbe enkele Ma’amariem. In een van deze Ma’amariem schrijft hij over het verband tussen fysieke aandoeningen en spirituele genezing.
“De Tora wordt vergeleken met brood (voedsel), en de Jetser Hara (neiging naar negativiteit) met de ziekte. Net zoals voedsel de mens van levenskracht voorziet, zo bevordert de studie van de Tora de gezondheid van de mens en bestrijdt het de Jetser Hara. Wel moet men oppassen dat men de Tora op de juiste manier bestudeert: als een mitswe om zich met Hasjem te verbinden, en niet alleen voor eigen kennisverrijking. Gebruikt men de Tora verkeerd, dan kan het averechts werken — net als bij een medicijn waarvan men de verkeerde dosering inneemt.”
Op Scheveningen correspondeerde hij met zijn familieleden. Daarvan is één brief bewaard gebleven, gepubliceerd in Igrot Kodesh. Een andere brief die bewaard is gebleven, schreef hij na zijn vertrek. Deze brief was gericht aan zijn oudtante Menucha Rachel Slonim en haar zonen in Chevron, Erets Jisraeel.
Leiderschap na Rosj Hasjana 1893
Daarin vertelt hij over zijn verblijf in Scheveningen en dat de artsen hem hadden voorgeschreven om in zee te baden. Helaas heeft de kuur in de Noordzee niet voldoende geholpen. Na de Chagiem-periode is hij naar Parijs vertrokken voor verdere behandeling.
De Rashab bleef de daaropvolgende jaren nog veel op reis, vooral voor medische behandelingen.
Pas met Rosj Hasjana 1893 nam hij het leiderschap van de Chassidische beweging op zich en werd hij een van de voornaamste rabbijnen van zijn generatie.
Bronnen
Igrot Kodesh – Rashab vol. 1
Sefer Hamaamarim Rashab – 5643-5645
Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage – 01-07-1884 en 05-07-1884
Het Vaderland – 05-07-1884
Scheveningen Haven
zie ook: het artikel van architect Izak Salomons zl” over de renovatie van Sjoel Scheveningen: Een mechietse van vissersnetten voor de Scheveningse sjoel
cover: viering 100-jaar sjoel Scheveningen, met Jaron Haas, voorzitter NIG Den Haag op de bima en Rav Shmuel Katzman ernaast op de zitplaats van de rabbijn. Foto: Marleen Fouchier
Wat een bijzonder stukje Nederlandse Joodse geschiedenis. . Interessant . Het citaat over bestuderen van de Thora is voor mij als volgeling van Jezus in de christelijke traditie ook relevant. Mooi