Maandag 21 september, dan is het dit jaar Jom Kippoer. Ja, dat is vroeg maar ook weer niet heel uitzonderlijk vroeg.
Sinds 1980 viel Jom Kippoer acht keer op of voor 21 september. In 1994 viel Jom Kippoer op 15 september en in 2013 zelfs nog een dag eerder, op 14 september.
Dat zoek je tegenwoordig op met AI. In 2021 viel Jom Kippoer op 16 september, ook vroeg dus en ook toen zal men op zoek zijn gegaan hoe vroeg dat nou is en hoe vaak een vroege Jom Kippoer voorkomt. Toen, nog maar vijf jaar geleden, konden we dat nog niet aan de razendvlugge AI-tool vragen.
In 1929 viel Jom Kippoer op 14 oktober, later dan dat is het nooit meer geworden en alleen in 1967 was het weer op 14 oktober dat het Grote Verzoendag was. Pas in 2043 zal Jom Kippoer weer op deze uiterste datum vallen.
Toen Jom Kippoer in 1929 zo laat viel, wijdde De Vrijdagavond daar een artikeltje aan. De auteur J.S.d.S.R. zijn de initialen van de hoofdredacteur J.S. da Silva Rosa. Ik heb het originele artikel uit de oorspronkelijke De Vrijdagavond die verscheen tussen 1926 en 1932.
Mijn overgrootvader, L.E. Vis had het uit het weekblad geknipt en er de datum 11 oktober 1929, zijn naam en adres op gezet.
Wat ik niet wist toen ik in coronatijd het idee voor een De Vrijdagavond-achtig online medium lanceerde, was dat mijn overgrootvader de oorspronkelijke De Vrijdagavond las.
Onlangs kwam ik in het bezit van het knipsel waar mijn overgrootvader zijn naam op had gezet, de datum, 11 oktober 1929, en zijn adres in Amsterdam Zuid. Mijn grootvader heeft het artikel gekregen van zijn vader, in september 1931, twee maanden voordat L.E. Vis overleed.
De tabel in De Vrijdagavond met alle Jom Kippoerdagen loopt tot en met 1979. Die Jom Kippoer heeft mijn grootvader niet meer beleefd, hij overleed in november 1978.
Dat zo’n knipsel zo lang bewaard is gebleven, is op zich al verbazingwekkend. Mijn overgrootvader, Leonard Emanuel Vis, bewaarde veel. Ik heb nog de boeken waarin hij de inkomsten en uitgaven van de gezinshuishouding noteerde. Ik heb ook de brieven die zijn zoon Mourits Emanuel Vis aan zijn ouders stuurde toen hij in de Eerste Wereldoorlog in het leger zat in Zeeland aan de grens met België.
Mourits Emanuel Vis, hun enige zoon, mijn grootvader, ging door met bewaren. Zo zijn de meest uiteenlopende dingen, zoals een knipsel uit De Vrijdagavond uit 1929, in mijn bezit gekomen.
In de Tweede Wereldoorlog moesten mijn grootouders vanuit Bussum waar ze voor de zekerheid vanuit Amsterdam naartoe waren verhuisd, terug naar Amsterdam evacueren, een door de nazi-bezetter gedwongen verhuizing van Joden.
Bovenaan het knipsel staat een adres, het adres van mijn overgrootouders, Wanningstraat 4. In plaats van gedwongen inkwartiering, wat voor andere gedwongen evacués gold, konden zij in 1942 naar de oude, aangehouden woning, tevens kantoor in de Wanningstraat. Vandaar zijn ze in 1943 ondergedoken.
Ze trokken de deur van de Wanningstraat achter zich dicht, overleefden de onderduik en kwamen na de bevrijding in mei 1945 terug. (In één simpele zin staat een jaar en negen maanden angst, onzekerheid en huisarrest in ultrakleine behuizing.)
Onaangeroerd
Door goede zorg van bovenburen was de woning onaangeroerd gebleven. Zelfs de gewassen vaat stond nog op het aanrecht, vertelde mijn grootmoeder. Waar het bij zo ontzettend veel andere Joodse gezinnen en hun bezittingen zoveel dramatischer is gegaan, lag het Jom Kippoerknipsel uit De Vrijdagavond in het gezin van mijn grootouders onaangeroerd in de kast ergens tussen oude huishoudboeken en brieven van een Eerste Wereldoorlog-soldaat aan de Belgische grens.
Geef als eerste een reactie