Parasja

Symboliek van de loelav zien we terug bij de vier kinderen van de sedermaaltijd

Wij kunnen ons nauwelijks een voorstelling maken van hoe het zo’n tweeduizend jaar geleden was in het oude Judea. Het was een agrarische samenleving. En er was sprake van veeteelt met rondtrekkende schapen- en geitenkuddes. De Judeeërs, de Joden van toen, hadden de opdracht om jaarlijks driemaal de oogst in de Tempel te offeren.  Tijdens Pesach ging het om de gerstoogst, Sjawoeot stond in het teken van de tarweoogst en gedurende Soekot draaide het om … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Ha’azinoe en de Odyssee: luister goed naar de kracht van poëzie

Wetenschappers waren opgetogen toen onlangs in Nederland een stukje perkament werd geïdentificeerd met een tekstfragment uit Homerus’ Odyssee. Het ongeveer 1700 jaar oude fragment bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Over de historische figuren Homerus en Odysseus bestaat geen enkele zekerheid. Maar de literatuur is overgeleverd en bewaard gebleven. De reis is het doel Beroemd is de observatie van de Griekse dichter Konstantínos Kavafis die de thuiskomst van Odysseus als metafoor gebruikt voor het menselijk … [Lees verder]

Parasja

Zonder toeters en bellen: grand entree van het nieuwe jaar in stilte

Onlangs zat ik in een gezelschap van mensen met aanzienlijk meer levenservaring – en dus ook meer wijsheid – dan ikzelf. Met het oog op het naderende joodse nieuwjaar zei ik vol enthousiasme: “Het wordt een bijzonder jaar!” Waarop een van de aanwezigen droogjes reageerde met een bekend spreekwoord: “Je mond zal koekjes eten!”  “Uiteraard,” kaatste ik terug, “honingkoek hoort erbij!” Dit nieuwe jaar, 5787, maakt een grand entree, maar wel op een heel paradoxale … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Moshé beseft dat zijn dood aanstaande is

Met Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar) helder in het vizier lezen we deze sjabbat een dubbele sidra, achtereenvolgens Nitsawim en Wajélech. In het bijzonder wil ik inzoomen op de eerste twee pesoekim – Dewarim 31:1-2 – waarmee Wajélech inzet.  וַיֵּלֶךְ מֹשֶׁה וַיְדַבֵּר אֶת־הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה אֶל־כׇּל־יִשְׂרָאֵל׃ Toen ging Moshé erop uit en sprak deze woorden tot heel Jisraél: וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם בֶּן־מֵאָה וְעֶשְׂרִים שָׁנָה אָנֹכִי הַיּוֹם לֹא־אוּכַל עוֹד לָצֵאת וְלָבוֹא וַיהֹוָה אָמַר אֵלַי לֹא תַעֲבֹר אֶת־הַיַּרְדֵּן הַזֶּה׃ Hij … [Lees verder]