Leviticus De Film: naastenliefde is eerbied voor alle schepselen

Sla de Bijbel open, en je vindt prachtige teksten en gruwelijke verhalen. Allemaal Gods woord, toch?

Voor Joden bestaat er naast de schriftelijke leer een mondelinge, en die interpreteert alle die teksten en checkt ze op hun relevantie vandaag. Want het is lang geleden dat Hij of Zij sprak. 

Begin dit jaar is de film Leviticus uitgebracht, die nu ook in Nederland te zien is. Het blijkt een romantische horrorfilm te zijn over twee homoseksuele jonge mannen. Waarom heet die film Leviticus? Omdat het verbod op homoseksualiteit in dit Bijbelboek voorkomt, vermelden de voetnoten in het betreffende Wikipedia artikel. 

Homoseksualiteit is een gruwel (Leviticus 18,22), waarschijnlijk omdat zaad voor procreatie verspild wordt. Op die gruwel staat de doodstraf – en dat hebben die mannen aan zichzelf te wijten, staat er (20,13). Voor sommige conservatieve christenen moge dat zo zijn, zij menen Gods mening te kennen: zo staat het er! 

Niet bij ons – eerst dus maar eens kijken wat de Joodse traditie zegt.  

De doodstraf is dan wel Gods woord zoals door Mozes verkondigd, maar die straf is al tweeduizend jaar geleden de facto afgeschaft door de rabbijnen.

Er bestaat een hele reeks misdrijven waarvoor de Tora de doodstraf voorschrijft: overspel, Godslastering, moord, verkrachting, het overtreden van de sjabbat-voorschriften en ga maar door. Zo moet bijvoorbeeld de opstandige zoon gestenigd worden – maar de rabbijnen argumenteren net zolang tot de voltrekking ervan onmogelijk is. “Een Joodse rechtbank die eens in de zevenjaar iemand ter dood veroordeelt is wreed; anderen zeggen eens in de zeventig jaar, en Rabbi Akiba zegt als ik in een rechtbank zou zitten nooit, en Rabban Gamliel zei: de doodstraf zou alleen maar het aantal moordenaars doen toenemen.” (Misjna Makkot 1,10).  

Vroeger kon je nauwelijks iets in de Joodse traditie vinden over homoseksualiteit – de rabbijnen zeiden: “Joodse mannen doen daar niet aan” (Misjna kidoesjien 4,14, Talmoed Kidoesjien 82a en latere commentatoren).

Maar mannen doen daar wel aan, ook Joodse. In de veel bekroonde film Trembling Before God (2001) van Sandi Simcha DuBowski zie je homoseksuele orthodoxe en chassidische mannen vrouwen die hun geaardheid met hun Jodendom op een hartverwarmende manier proberen te verzoenen.

Inmiddels erkennen de internationale Liberale en Conservative bewegingen homoseksuele rabbijnen (man, vrouw of non-binair), zijn Joodse-homoseksuele huwelijken gangbaar en is elke vorm van seksuele discriminatie verboden.

Zij hebben elkaar lief, ze doen aan naastenliefde, een gebod dat overigens ook in Leviticus staat en wel precies in het midden (19,8). Toeval?

Niet voor de rabbijnen die zeggen dat als je de hele Bijbel wil samenvatten terwijl je op een been staat, naastenliefde het centrale gebod is – alle rest is commentaar, ga daar maar mee bezig, leer daar maar over (bab. Talmoed Sjabbat 31a). Elk mens is door God geschapen zijn, elk mens is een evenbeeld van God (Genesis 1,27-28). Die tekst kan met een beetje goede wil ook zo te lezen dat de mens mannelijke en vrouwelijke eigenschappen heeft.

Terug naar de titel van de film, Leviticus. Die titel versterkt een christelijk vooroordeel tegen dit boek, dat het summum van een wettisch jodendom zou zijn, Jezus zou dat allemaal in het Nieuwe Testament corrigeren. 

Het boek heet bij ons Vajikra (en hij riep) maar draagt niet geheel ten onrechte de Latijnse naam Leviticus, dat komt overeen met de rabbijnse naam Torat Kohanim, Onderwijs voor Priesters, (Mishnah Megillah 1:5). 

Dit derde boek is juist daarom het middelpunt van de vijf boeken Mozes, de Tora, omdat dit boek het Joodse volk opvoedt om de status van een koninkrijk van priesters, een heilig volk, te bereiken – daaraan moeten nog altijd hard aan werken. 

Kvod haBriot: eerbied voor alle schepselen, dus ook LGBTQ+. Die veelvoud van Gods schepping veroordelen? Dat is pas Godslastering, dat is pure discriminatie. 

Cover: screenshot uit Comic Basics


Over Edward van Voolen 3 Artikelen
Edward van Voolen is rabbijn en sinds 2026 co-voorzitter van de Werkgroep Joden en Christenen van de Katholieke Kerk in Duitsland en lid van het Abrahamisches Forum. Hij studeerde kunstgeschiedenis en geschiedenis (Universiteit Amsterdam) en rabbinaat (Leo Baeck College, Londen). Tot 2013 was hij conservator van het Joods Museum, Amsterdam en van 2002 tot 2023 verbonden aan het Abraham Geiger College, Potsdam. Hij publiceert en doceert over joodse religie en cultuur. Foto portret: © Tobias Barniske

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*