Genesis/ Bereshiet 2:4
Klassieke vertaling: Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden: op de dag waarop de Eeuwige God aarde en hemel maakte.
Hertaling
Dit zijn voortbrengselen van de waterelementen daarginds en de aarde in hun schepping: ten tijde van het doen van JHWH Elohiem met land en dampkring.
Wat voortkomt en zich opent
Dit zijn de voortbrengselen
van de waterelementen daarginds en de aarde –
niet als iets dat achter ons ligt,
maar als een ontwikkeling
die zich verder ontvouwt.
Het begin blijft niet afgesloten.
De oorsprong werkt door
in de voortbrengselen
die daaruit ontstaan.
De schepping blijft verbonden
met haar begin,
niet als een voorbij moment,
maar als een samenhang
die draagt en voortzet.
Het gaat om het doen –
het handelen
waarin iets tot stand komt
en zich verder ontvouwt.
In dat handelen werkt JHWH Elohiem,
en het ontstane
komt niet tot stilstand,
maar draagt in zich
wat het verder zal worden.
De waterelementen daarginds en de aarde,
eerder genoemd,
verschijnen nu als land en dampkring –
niet opnieuw geschapen,
maar verder gevormd
binnen het begonnen geheel.
Zo wordt zichtbaar:
de schepping ontstaat niet alleen,
maar ontwikkelt zich
naar haar bestemming.
Betekenis en context
Voortbrengselen als aankondiging
De zin opent met het benoemen van voortbrengselen. Daarmee wordt niet teruggegrepen op wat voorafging, maar vooruit verwezen naar wat volgt. Het gaat om datgene wat uit de waterelementen daarginds en de aarde voortkomt en zich verder ontwikkelt.
Deze voortbrengselen staan niet los van hun oorsprong, maar blijven daarin verankerd en werken daarin door. De uitdrukking ‘in hun schepping’ verwijst daarom niet naar een moment, maar naar een blijvende samenhang met het ontstaan.
Ten tijde van het doen
De formulering ‘ten tijde van het doen’ geeft aan dat het niet om een afgebakend moment gaat, maar om een verband waarin het handelen plaatsvindt. Het gaat om een proces waarin iets tot stand komt en zich verder ontwikkelt.
De schepping wordt hier niet beschreven als een afgerond gebeuren, maar als een voortgaand handelen waarin ontwikkeling mogelijk is.
JHWH Elohiem en de doorwerking van oorzaak en gevolg
Voor het eerst verschijnt de naam JHWH naast Elohiem. Daarmee wordt een nieuwe dimensie zichtbaar in de beschrijving van de schepping.
De naam JHWH wordt gevormd door vier medeklinkers en houdt verband met de verleden tijd, tegenwoordige tijd en toekomende tijd. Daarmee verwijst deze naam naar een samenhang die alles omvat wat was, is en zal zijn. In die zin wordt JHWH verstaan als de altijd aanwezige Eeuwige. Met deze beschrijving worden alle aspecten van wat in onze wereld bestaat omvat. Niets valt hierbuiten.
Vanaf dit moment komt ook de samenhang van oorzaak en gevolg in beeld. Wat gebeurt, heeft uitwerking. Ontwikkeling wordt niet alleen gedragen door de oorspronkelijke ordening, maar ook door wat daarbinnen plaatsvindt.
De vermelding van JHWH vormt zo een opmaat naar de verdere ontwikkeling van het scheppingsverhaal, waarin handelen en gevolg met elkaar verbonden zijn.
Land en dampkring als uitkomst
De zin eindigt met land en dampkring. Zij worden niet opnieuw geschapen, maar genoemd als datgene waarop het doen betrekking heeft.
Daarmee wordt zichtbaar dat de schepping zich verder ontwikkelt: bestaande elementen krijgen vorm binnen een voortgaande samenhang.
Land en dampkring staan niet als eindpunt, maar als onderdelen binnen een proces dat zich blijft ontvouwen.
Grammaticale en tekstuele analyse
Eelé toledot (אלה תולדות) ‘Dit zijn voortbrengselen van’
De openingswoorden leiden in wat volgt. Zij maken duidelijk dat het vervolg betrekking heeft op voortbrengselen en functioneren als inleiding op wat daarna komt.
Het zelfstandig naamwoord toledot staat zonder lidwoord. Daardoor wordt geen afgesloten of volledige opsomming aangeduid, maar een open reeks: wat genoemd wordt, is niet noodzakelijk alles wat is voortgebracht, en verdere voortbrengselen blijven mogelijk.
Toledot (taw–waw–lamed–daled–waw–taw) kan worden vertaald als ‘gevolgen’, ‘resultaten’, ‘opbrengsten’, ‘afstammelingen’ of ‘geschiedenis’.
Het woord is verwant aan de werkwoordstam jalad (jod–lamed–daled), die ‘baren’ of ‘leven schenken’ betekent. Binnen dit verband krijgt toledot de betekenis van datgene wat uit iets voortkomt.
Het zelfstandig naamwoord toledot staat in de constructus en wordt verbonden met ha’sjamajiem we’ha’arets. Daarmee wordt uitgedrukt dat de voortbrengselen behoren bij de waterelementen daarginds en de aarde. Deze relatie wordt in het Nederlands weergegeven met het voorzetsel ‘van’.
ha’sjamajiem we’ha’arèts (השמים והארץ)
‘de waterelementen daarginds en de aarde’
De combinatie van deze twee begrippen sluit aan bij de opening van het scheppingsverhaal. De volgorde weerspiegelt de opbouw waarin eerst de kosmische elementen worden genoemd en daarna de aarde.
behibar’am (בהבראם) ‘in hun schepping’
Deze uitdrukking wordt vaak als een werkwoordsvorm weergegeven, maar bestaat uit een voorzetsel met een zelfstandig gebruikte vorm met een bezittelijke uitgang. De betekenis is daarom niet ‘toen zij werden geschapen’, maar ‘in hun schepping’.
De vorm is afgeleid van het werkwoord ‘scheppen’, maar wordt hier niet als tijdsvorm gebruikt. Het duidt niet op een handeling op een bepaald moment, maar op het gegeven dat zij zijn geschapen.
Hiermee wordt geen tijdstip aangegeven, maar een toestand of verband: de voortbrengselen staan binnen hun schepping.
Bejom (ביום) ‘in een scheppingsfase’ of ‘ten tijde van’
De formulering bevat geen lidwoord en vormt samen met de infinitief dat volgt een vaste constructie. De betekenis is daarom niet ‘op een dag’ of ‘in een scheppingsfase van’, maar ‘ten tijde van’: een aanduiding van een tijdsverband waarin iets plaatsvindt.
asot (עשות) ‘het doen’
De gebruikte vorm is een infinitief: een onbepaalde werkwoordsvorm. Deze geeft de handeling zelf weer, zonder tijdsaanduiding.
Het gaat om het doen als activiteit, niet om een afgeronde daad. Daarmee wordt geen vast moment aangeduid, maar een beweging of werkzaamheid: een doen dat kan worden opgevat als verrichten.
Elders in deze hertaling wordt deze vorm, waar nodig, weergegeven als ‘doen zijn’, waarbij ‘zijn’ richting aanduidt (zie 1:3). In deze zin ligt de nadruk op de handeling zelf.
JHWH Elohiem (יהוה אלהים)
De naam JHWH wordt hier voor het eerst verbonden met Elohiem.
De vier medeklinkers JHWH vertegenwoordigen drie werkwoordsvormen in het klassiek Hebreeuws: hajah (verleden tijd), howèh (tegenwoordige tijd) en jihjèh (toekomende tijd).
érèts we’sjamajiem (ארץ ושמים) ‘land en dampkring’
Deze woorden geven aan waarop het doen betrekking heeft. In de hertaling is het voorzetsel ‘met’ toegevoegd om deze samenhang in het Nederlands leesbaar te maken.
Zij staan zonder lidwoord en worden daarom in algemene zin gebruikt.
De volgorde aan het einde van de zin wijkt af van het begin. Waar eerst de waterelementen worden genoemd en daarna de aarde, verschijnt hier eerst land en vervolgens dampkring. Deze omkering markeert de overgang van ontstaan naar verdere vorming.
Uitspraak en betekenisnuance
Opvallend is dat erets we’sjamajiem binnen de overgeleverde uitspraaktradities anders klinkt dan ha’sjamajiem we’ha’arets aan het begin van de zin. In de Asjkenazische uitspraak kan we’sjamajiem klinken als we’sjomojiem.
Deze klankverschillen hangen samen met de overgeleverde klinkertekens en voordrachtstekens, die bij het lezen het ritme en de pauzes aangeven. De kamats, die in de basis een a-klank weergeeft, kan in bepaalde contexten als een o-klank worden gehoord.
In deze hertaling wordt dit verschil niet alleen als een uitspraakvariant gezien, maar als een nuance die samenhangt met betekenis. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van ‘water’, zoals eerder toegelicht (onder meer in 1:8 en 1:17), waarbij sjamajiem in deze context wordt opgevat als verwijzend naar de dampkring.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom
Geef als eerste een reactie