Van opdracht naar gestalte

hertaling Genesis / Bereshiet 1:27

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet  1:27
Klassieke vertaling: En God schiep de mens naar zijn beeld, naar het beeld van God schiep hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen:

Hertaling
En Elohiem schiep de mens in zijn voorstelling, in de voorstelling van Elohiem had hij hem geschapen: mannelijk en vrouwelijk had hij hen geschapen:

Scheppen nu zonder ‘wij’ 

Hier klinkt een ander werkwoord dan in de vorige zin.
Niet meer: ‘wij zullen maken.’
Maar: schiep.

Hier staat bara
scheppen uit het niets.
Geen samenwerking.
Geen wording.
Geen voornemen.

Wat in 1:26 werd aangekondigd,
wordt hier door Elohiem alleen voltrokken.

Nu staat er ook: de mens.
Niet langer een concept, maar een bepaalde menselijkheid met kenmerken.

In zijn voorstelling

Toch opnieuw: ‘in zijn voorstelling.’

Dat is geen herhaling zonder reden.
Het betekent niet dat de mens slechts gedachte blijft, maar dat zijn vorm eerst volledig aanwezig is
in het bewustzijn van Elohiem.

Daarom volgt:
‘in de voorstelling van Elohiem had Hij hem geschapen.’

De voltooide vorm wijst niet naar een eerder moment in tijd,
maar naar een voorafgaande laag van werkelijkheid.

Wat nu wordt geschapen,
was in die voorstelling reeds geheel – en volledig bepaald.

De handen die kunnen handelen.
De voeten die kunnen gaan.
Het lichaam dat kan dragen.
Het innerlijk dat kan onderscheiden.

De gestalte is afgestemd op de taak die eerder werd bepaald.

Mannelijk en vrouwelijk

En dan:
‘mannelijk en vrouwelijk had Hij hen geschapen.’

Niet: hem.
Maar: hen.

Wat als één werd aangekondigd, draagt vanaf het begin meervoud in zich.

De mogelijkheid tot voortbestaan wordt tegelijk met de mens geschapen.
Niet als latere toevoeging, maar als wezenlijk onderdeel van zijn ‘zijn’.

De mens is niet compleet zonder verschil.
Eenheid draagt tweevoud.

Eerst gedachte dan zichtbaarheid

Zo zijn nu twee fasen zichtbaar geworden:

Eerst het voornemen.
Daarna de schepping.

Eerst de taak.
Daarna de vorm.

Wat in 1:26 als mogelijkheid werd uitgesproken,
wordt in 1:27 als werkelijkheid geschapen – in de voorstelling volledig,
op aarde nog niet zichtbaar.

De mens is er.
Nog niet gevormd uit stof, maar reeds geschapen zoals hij is bedoeld.

Betekenis en context

Deze zin bevat een gelaagde formulering: een overgang van ‘wij zullen maken’ naar ‘Elohiem schiep’, van ‘mens’ naar ‘de mens’, en een gelaagdheid tussen ‘Elohiem schiep in zijn voorstelling’ en ‘Elohiem had hem geschapen’, evenals de beweging van contour naar uiteindelijke vormgeving. 

Van voornemen naar schepping

Met 1:27 bereikt het scheppingsverhaal een nieuwe fase. In 1:26 werd mens aangekondigd in het voornemen ‘wij zullen maken’. 

Hier gaat het niet langer om maken, maar om scheppen: een daad die uitsluitend aan Elohiem toekomt. Wat in 1:26 als contour in de voorstelling verscheen, wordt hier als volledige mens vormgegeven. 

De mens als vastgestelde menselijkheid

In tegenstelling tot 1:26, waar ‘mens’ zonder lidwoord stond, is hier sprake van ‘de mens’: de mens met de kenmerken die nodig zijn om zijn opdracht te vervullen. De vorm staat niet los van de verantwoordelijkheid, maar is erop afgestemd.

De betekenis van de herhaling

Het zinsdeel ‘in de voorstelling van Elohiem had Hij hem geschapen’ lijkt op het eerste gezicht een herhaling van wat eerder in dezelfde zin al is vermeld. Als dit tweede zinsdeel zou ontbreken, zou de zin bijvoorbeeld kunnen luiden:
‘En Elohiem schiep de mens in zijn voorstelling: mannelijk en vrouwelijk had Hij hen geschapen.’
In dat geval zou de nadruk gemakkelijk verschuiven naar ‘mannelijk en vrouwelijk’ als hoofdinhoud van de formulering ‘Elohiem schiep de mens in zijn voorstelling’.

Het zinsdeel voegt een belangrijke nuance toe. Door eerst te benadrukken dat ‘de mens’ in de voorstelling reeds geschapen was, wordt duidelijk gemaakt dat zijn totaliteit – innerlijk en uiterlijk – in die voorstelling volledig aanwezig was.

De voltooide tijd verwijst hier niet naar een ander moment in de chronologie, maar naar een voorafgaande laag binnen hetzelfde scheppingsmoment. Wat in het verhaal nu wordt verteld, blijkt in de voorstelling reeds geheel bepaald te zijn. Gedachte en schepping zelf vallen samen, maar worden tekstueel onderscheiden om die diepte zichtbaar te maken.

Zo worden in 1:27 twee fasen zichtbaar die inhoudelijk bij elkaar horen: eerst het voornemen in 1:26, vervolgens de schepping in 1:27. De contour wordt gestalte.

Mannelijk en vrouwelijk

Mannelijk en vrouwelijk worden tegelijk geschapen en vormen samen de basis voor voortbestaan en continuïteit. De mogelijkheid tot voortplanting ligt daarmee niet buiten de schepping van de mens, maar is er integraal onderdeel van.

De mens als geschapen werkelijkheid

Hoewel de mens hier nog niet uit stof wordt gevormd – dat volgt in een later hoofdstuk – is hij in 1:27 reeds volledig geschapen binnen de orde van Elohiem. Niet zichtbaar voor het menselijk oog, maar wel als vastgestelde werkelijkheid. De lichamelijke en innerlijke kenmerken zijn in deze fase bepaald

Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’jivra Elohiem        (ויברא אלהים)    ‘En Elohiem schiep’

Het werkwoord wa’jivra is de verhalende vorm van bara – ‘scheppen uit het niets’.

et-ha’adam (את-האדם) ‘de mens’

Hier staat ha’adam met het bepalend lidwoord, terwijl sommige klassieke vertalingen hier geen rekening mee houden.

In tegenstelling tot 1:26 (waar alleen adam stond) wordt hier een bepaalde, afgebakende menselijkheid aangeduid.

Niet een concept, maar de mens als concrete categorie met specifieke kenmerken.

Het lidwoord markeert een overgang:
van voornemen (1:26) naar vastgestelde realiteit (1:27).

betsalmo (בצלמו) ‘in zijn voorstelling’

Het voorzetsel be (ב) betekent letterlijk “in”. Tselem betekent “voorstelling, beeld”.

Het achtervoegsel -o – betekent “zijn” en verwijst grammaticaal naar Elohiem. De mannelijke vorm behoort tot de standaard grammaticale vormgeving van het Hebreeuws en geeft hier geen aanduiding van geslacht.

betselem Elohiem bara oto (בצלם אלהים ברא אתו) 

‘in de voorstelling van Elohiem had Hij hem geschapen’

Wat hier opvalt, is dat het tweede zinsdeel op het eerste gezicht een herformulering lijkt van het voorafgaande. In klassieke vertalingen wordt deze herneming nog sterker als herhaling gelezen, doordat men vertaalt: ‘en Elohiem schiep de mens naar zijn beeld, naar het beeld van Elohiem schiep hij hem’.

Hier verandert echter de werkwoordsvorm.

Het eerste werkwoord wa’jivra staat in de verhalende vorm.
Het tweede werkwoord bara staat in de derde persoon voltooid verleden tijd. In het Hebreeuws kan deze vorm een handeling aanduiden die logisch voorafgaat aan wat wordt verteld.

Om dit te onderscheiden is de vertaling: ‘had Hij hem geschapen’.

De tekst laat daarmee twee perspectieven binnen dezelfde zinsstructuur zien:

  1. De verhalende schepping (nu in het verhaal)
  2. De reeds voltooide vorm van de mens in de voorstelling

zachar oenekeiva bara otam (זכר ונקבה ברא אתם)
‘mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen’

Zachar (mannelijk) en nekeiva (vrouwelijk) worden zonder nadere toelichting genoemd.

Opvallend: hier staat otam – ‘hen’ (meervoud), terwijl eerder oto – ‘hem’ (enkelvoud) stond.

De tekst beweegt dus van: ‘de mens’ (enkelvoud als categorie) naar hen (meervoud als differentiatie). Hier wordt duidelijk dat ‘de mens’
niet een enkel individu aanduidt, maar een mensheid die mannelijk en vrouwelijk omvat.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26


cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, Roubaix, 2024

Over Simon Cohen 28 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*