Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Toli: ‘Skoich Lior, bedankt dat je onze soldaat bent’

17 maart 2013 Het grindpad gaat over in een zandweggetje. Berel wist met een zakdoek z’n voorhoofd af. Hij moet even op adem komen. Ik vraag me af hoe oud deze Berel eigenlijk is. Zeventig jaar, tachtig? Voordat hij de zakdoek wegstopt, haalt hij een verfrommeld keppeltje tevoorschijn.  ‘Kom Naftoli, nog een klein stukje.’ Na een volgende bocht staan we opnieuw voor een hek. Dit is een stuk lager dan het eerste waar we doorheen … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Naftoli, heb je nog even vijf minuten? 

17 maart 2013 Deze week stuur ik een verjaardagskaart naar Chayele mee met de wekelijkse brief naar huis. Mijn zusje wordt negen jaar. Tattie zal het wel niet zo’n goed idee vinden dat ik haar probeer blij te maken door aan haar verjaardag te denken.  “Verjaardagen vieren is niet iets wat bij ons hoort. In de Toire wordt maar één keer gesproken over een jarige. En dat was die boosaardige Farao in Egypte die de … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Naftoli: “Heeft iedereen zijn falafel op? Laten we op dit muurtje gaan zitten om te bensjen”

28 januari 2013 Het is nog best druk in de Oude Stad. Rond dit tijdstip zijn in Stamford Hill de winkels in Dunsmure Road al lang gesloten en de ijzeren rolluiken voor de supermarkt op High Street ook al uren naar beneden.  Hier in Jeroesjalajim gaat het leven gewoon door. We lopen onder de Jaffa Poort door langs het politiebureau om daarna de smalle straatjes naar de Oude Stad in te slaan. Op de een … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Naftoli, één ding. Ga niet naar de Koisel! Nooit.

28 januari 2013 De dagen in de jesjiewe lijken in Jeroesjalajim sneller voorbij te gaan dan thuis in Stamford Hill.  Misschien komt dat wel omdat ik niet meer als een echt jonge bochoer, een kind, wordt beschouwd. De oudere jongens passen wel een beetje op ons, maar toch zijn we allemaal een beetje eigen baas.  Er is hier geen rebbe Mattias die ons voortdurend najaagt. “Naftoli, zit niet te praten. Naftoli, vanochtend was je weer … [Lees verder]