Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Chagi, de Tsaddik. Jij hebt jouw leven gegeven

12 maart 2014 Ga ik wel terug naar Jeroesjalajim? Blijf ik hier in Arad nog langer rondhangen? Zal ik op zoek gaan naar een andere jesjiewe? Het is al meer dan twee weken geleden dat ik, nadat ik uit mijn Satmar-Jesjiewe ben gegooid, halsoverkop de bus naar Arad heb genomen om bij mimme Feigel even tot rust te kunnen komen. Iedere avond neem ik me voor om de volgende ochtend afscheid te nemen om de … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

‘Je bent een zionist! Een zionist,’ schreeuwen de Satmar-jongens naar me

24 februari 2014 “Besjitas koifrim ein anoe ma’aminim, besjitas koifrim ein anoe ma’aminim.”“Wij geloven niet in de weg van de afvalligen, wij geloven niet in de weg van de afvalligen.“ Dit refrein klinkt regelmatig door de straten van Jeruzalem uit de monden van de Satmar-chassidim. Ik kijk daar niet van op. De zionisten zullen iets van zich hebben laten horen, in de buurt of misschien wel op de radio. En dan volgt er vanzelf weer … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

Toli, één ding mogen jullie vromen nooit vergeten

10 oktober 2013 Ik doe mijn hoed af en tattie legt zijn handen op mijn hoofd. Met gesloten ogen prevelt hij de mij zo bekende woorden waar hij mij en m’n broertjes en zusjes iedere sjabbes mee bensjt, Jesiemecho Eloikiem, Moge G’d jou maken als Efraïm en Manasse. Nog één keer omhelst hij me en fluistert in mijn oor ‘Naftoli, ik houd me aan mijn belofte. Ik blijf heel kritisch op het zionisme. Maar vergeet … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

‘Toli, wat ben ik blij dat ik jou naar Erets Jisroeil heb gestuurd’

28 september 2013 Tattie sluit zijn kleine Gemore waar hij onderweg altijd uit leert. ‘Nog een uurtje of zo, dan landen we’.  ‘Ja, dan ben ik weer thuis’.  ‘Nou ja thuis. Naftoli, we zijn pas thuis in Erets Jisroeil wanneer de Moshiach er ook is.’  Tattie had, geloof ik, niet in de gaten dat mijn opmerking een beetje plagend was bedoeld.  ‘Tattie, misschien worden we op het vliegveld Ben Gurion wel opgewacht door de Moshiach.’ … [Lees verder]