Damp stijgt op, water in beweging

hertaling Genesis/ Bereshiet 2:6

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet 2:6

Klassieke vertaling
Een damp steeg op uit de aarde en drenkte de hele oppervlakte van de aardbodem.

Hertaling
Een damp zal uit de aarde opstijgen; hij had de hele oppervlakte van de aardbodem gedrenkt.

Dan zal damp opstijgen
uit de aarde.

Niet als een begin,
op zichzelf.
De aardbodem
was al gedrenkt.

Ontstond deze damp
onder invloed van hitte en druk
binnen de jonge aarde?
Waterstof en zuurstofhoudende mineralen
konden zich verbinden tot waterdamp.

De damp stijgt op.
Water komt in beweging,
binnen een samenhang
die al begonnen was.

Zo wordt de aardbodem
de plaats waar ontwikkeling mogelijk is.
Nog niet zichtbaar is,
wat daaruit voortkomen zal.

De voorwaarden zijn aanwezig.

Betekenis en context

Ontwikkeling en voortzetting

Het opstijgen van de damp wordt niet beschreven als een op zichzelf staand begin, maar volgt op wat eerder al heeft plaatsgevonden. Daarmee laat de tekst zien dat ontwikkeling zich ontvouwt binnen een reeds bestaande samenhang.

Oorzaak en voorwaarde

Voordat de damp opstijgt, is de aardbodem al gedrenkt. Dit drenken vormt de voorwaarde voor wat daarna gebeurt. De damp verschijnt niet op zichzelf, maar binnen een toestand die daaraan voorafgaat.

Water in beweging

Met het opstijgen van de damp komt een nieuwe fase op gang. De aardbodem was al gedrenkt; vervolgens zal damp uit de aarde opstijgen. Daarmee worden binnen één samenhang twee bewegingen zichtbaar: het drenken van de aardbodem en het opstijgen van damp.

Mogelijke natuurkundige duiding

Vanuit hedendaagse inzichten kan het ontstaan van damp ook natuurkundig worden benaderd. Volgens wetenschappers bevatte de jonge aarde grote hoeveelheden waterstof en zuurstofhoudende mineralen. Onder invloed van hitte, druk en vulkanische activiteit konden deze zich verbinden tot waterdamp.

Wanneer damp condenseert en neerslag kan vormen, kan een watercyclus ontstaan waarin verdamping, opname in de bodem en nieuwe neerslag elkaar voortdurend opvolgen. Daarmee ontstaat de basis voor leven zoals wij dat kennen.

Deze benadering staat naast de tekstuele samenhang, waarin het eerdere drenken van de aardbodem en het daaropvolgende opstijgen van de damp met elkaar verbonden zijn.

Aarde en aardbodem onderscheiden

De tekst maakt onderscheid tussen de aarde en de aardbodem, waarin door het drenken de voorwaarde voor vruchtbaarheid ontstaat. De aarde is er al; met het drenken van de aardbodem kan de verdere ontwikkeling op gang komen.

Van mogelijkheid naar ontwikkeling

Wat eerder nog niet tot ontwikkeling kwam, krijgt nu de voorwaarden om zichtbaar te worden. De tekst blijft nog bij de voorbereiding: de zichtbare uitkomst wordt niet beschreven, maar wel mogelijk gemaakt.

Grammaticale en tekstuele analyse

We’eed ja’alè יעלה)  ואד)  ‘En damp zal opstijgen’

Het woord eed betekent ‘damp’ of ‘mist’. Het verwijst niet naar regen die neerdaalt, maar naar vocht dat vanuit de aarde omhoogkomt.

De werkwoordsvorm ja’alè staat in de derde persoon mannelijk enkelvoud in de onvoltooide vorm en betekent ‘zal opstijgen’. Deze vorm wordt vaak als verleden tijd weergegeven, maar drukt een toekomstige of voortgaande handeling uit.

In grammaticale toelichtingen wordt erop gewezen dat deze vorm kan aangeven dat het opstijgen niet eenmalig is, maar zich gedurende een langere tijd blijft voordoen (vgl. Gesenius’ Hebrew Grammar).

min-ha’arèts מן-הארץ)    )     ‘uit de aarde’

De aanduiding verwijst naar de aarde en niet specifiek naar vruchtbare grond. Het gaat hier om de plaats waaruit de damp opstijgt.

we’hisqa (והשקה) ‘hij had gedrenkt’

De werkwoordsvorm hisqa is afgeleid van de stam sjaqa, ‘drinken’, en staat in de hif’il, de veroorzakende vorm. Hisqa betekent ‘laten drinken’, ‘te drinken geven’ of, bij de aardbodem, ‘drenken’.

Omdat er geen omkeer-waw aanwezig is (zie onder andere 1:1, 1:5 en 2:5), wordt deze vorm gelezen als een voltooide handeling: het drenken heeft op een eerder moment plaatsgevonden.

De derde persoon enkelvoud (‘hij’) kan verwarring oproepen: het is niet direct duidelijk of hiermee de damp wordt bedoeld of JHWH Elohiem.

De zinsvolgorde geeft echter richting aan de interpretatie. In een chronologische volgorde zou eerst het drenken worden genoemd en daarna het opstijgen van de damp. In dat geval zou ‘hij’ zonder twijfel verwijzen naar JHWH Elohiem, die eerder is genoemd. Dan zou je de tekst krijgen: Hij had de aardbodem gedrenkt en een damp zal uit de aarde opstijgen.

In de huidige volgorde wordt eerst de damp genoemd en daarna het drenken. Daardoor ligt de nadruk op de damp als verschijnsel, terwijl het drenken als voorafgaande voorwaarde wordt weergegeven. Binnen deze samenhang blijft ‘hij’ verwijzen naar JHWH Elohiem.

et-kol-penee ha’adamah (את-כל-פני האדמה)

‘de hele oppervlakte van de aardbodem’

De aanduiding verwijst naar ha’adamah: de aardbodem en niet naar de aarde in brede zin. Het gaat hier om de grond waarin door het drenken de voorwaarde voor verdere ontwikkeling ontstaat.

De uitdrukking kol-penee (‘de hele oppervlakte van’) wijst erop dat het drenken zich over de gehele aardbodem uitstrekt.

Hier ligt de nadruk op het drenken van de aardbodem, waardoor de voorwaarde voor vruchtbaarheid ontstaat.

Werkwoordsvormen en tijdslagen

Binnen één zin komen verschillende tijdslagen samen:

  • een handeling die zal plaatsvinden (opstijgen van damp) 
  • een handeling die reeds heeft plaatsgevonden (het drenken van de aardbodem) 

Deze combinatie laat zien dat de tekst niet lineair is opgebouwd, maar een samenhang van processen beschrijft waarin eerdere en latere fasen met elkaar verbonden zijn.

Genesis/ Bereshiet 2:5

Klassieke vertaling: En ieder gewas van het veld was nog niet op de aarde en al het kruid van het veld was nog niet ontsproten, want de Eeuwige God had nog niet doen regenen op de aarde en een mens was er niet om de aardbodem te bewerken:

Hertaling

En iedere struik en boom van het veld zal nog niet op de aarde zijn en iedere plant van het veld zal nog niet ontspruiten, want JHWH Elohiem had op de aarde niet laten regenen en een mens is er niet om de aardbodem te bewerken.

Nog is geen struik of boom van het veld
op de aarde te vinden,
nog zal geen enkele plant ontspruiten.
Groei houdt zich terug,
verborgen onder het oppervlak.

Het ligt niet vast,
maar wacht op het moment dat komt.
Niet uit gebrek,
maar omdat de tijd nog niet is aangebroken.

Want er is geen regen gevallen
op de aarde –
geen water dat de grond opent,
geen kracht die leven naar buiten brengt.

En er is geen mens
om de aardbodem te bewerken,
niemand die de grond opent,
niemand die het veld in beweging zet.

Zo blijft het veld gesloten,
niet uit stilstand,
maar omdat noodzakelijke voorwaarden ontbreken.
Ontstaan blijft uit,
zolang deze voorwaarden niet aanwezig zijn.

Alles wacht
in een samenhang die nog niet volledig is.

Het uitblijven van regen
houdt groei tegen,
het ontbreken van de mens
laat de aarde onbewerkt.

Zo blijft de aarde in verwachting –
niet leeg,
maar vol van wat nog komen zal,
zodra regen valt
en de mens de grond bewerkt.

Betekenis en context

Nog niet als onderdeel van ontwikkeling

De zin beschrijft een toestand waarin groei nog niet plaatsvindt. Struiken, bomen en planten zijn er nog niet, hun ontstaan is nog niet op gang gekomen.

De zin maakt duidelijk dat de schepping, en daarmee ook de vorming van flora, niet in één keer plaatsvindt maar zich in fasen voltrekt en zich ontvouwt. Het is een proces waarin voorwaarden bepalend zijn voor ontwikkeling. Wat nog niet aanwezig is, ontbreekt niet willekeurig, maar omdat het moment en de voorwaarden nog niet samenkomen.

Voorwaarden voor ontwikkeling

Twee voorwaarden ontbreken: regen en menselijke bewerking van de aarde. Zonder regen komt niets tot ontkieming. Zonder de mens blijft de aardbodem onbewerkt.
Groei ontstaat niet vanzelf, maar binnen een geheel waarin deze factoren noodzakelijk zijn. Ontwikkeling blijft uit zolang deze voorwaarden niet zijn vervuld.

Samenhang van oorzaak en gevolg

De tekst laat zien dat ontwikkeling plaatsvindt binnen een samenhang van factoren. Zij staat niet op zichzelf, maar volgt uit wat eraan voorafgaat.

Deze samenhang wordt niet alleen inhoudelijk beschreven, maar ligt ook besloten in de opbouw van de zin. 

Wat ontbreekt, werkt direct door in wat nog niet ontstaat. Oorzaak en gevolg zijn niet los van elkaar te begrijpen, maar vormen één geheel.

Voortdurende werking binnen de schepping

De werking van JHWH komt naar voren als een voortdurende aanwezigheid. De schepping wordt niet beschreven als een eenmalige handeling, maar als een geheel van onderling verbonden oorzaken en gevolg waarin ontwikkeling zich voltrekt.

Gevolg in plaats van straf

Binnen deze samenhang krijgen gebeurtenissen een andere betekenis. Wat als straf of tegenslag wordt ervaren, kan binnen deze ordening worden gezien als een die de balans binnen de eenheid bewaart.

Door de complexiteit van het geheel is dat verband zelden of nooit zichtbaar of te begrijpen, maar het maakt wel deel uit van dezelfde samenhang waarin de schepping zich ontwikkelt.

De mens als noodzakelijke factor

De mens wordt hier niet als heerser geïntroduceerd, maar als noodzakelijke factor binnen de ontwikkeling. Zonder de mens blijft de aardbodem onbewerkt en komt groei niet op gang.

Ontzag als erkenning van samenhang

De uitdrukking die vaak wordt weergegeven als ‘vrees voor God’ krijgt in dit licht een andere betekenis. Het gaat niet om angst voor de Eeuwige, maar om angst de samenhang tussen verleden, heden en toekomst te doorbreken.
Ontzag is de houding waarin deze samenhang wordt erkend en gerespecteerd.

Grammaticale en tekstuele analyse

Wechol  sie’ach  hasadèh  tèrèm  jieh-jè  ba’arèts   וכל שיח השדה טרם יהיה בארץ ‘En iedere struik en boom van het veld zal nog niet op de aarde zijn’

Het woord sie’ach verwijst naar planten met verhoutende delen, zoals struiken en bomen.

De combinatie van tèrèm (“nog niet”) met jieh-jè (“zal zijn”) is bepalend. Deze vorm wordt vaak weergegeven als een verleden tijd (“was nog niet”), maar drukt een toestand uit waarin iets nog niet tot stand is gekomen.

wechol-eesèv  hasadèh tèrèm  jitsmach  וכל-עשב השדה טרם יצמח   

en iedere plant van het veld zal nog niet ontspruiten’

Het woord eesèv verwijst naar plantaardige groei (zie 1:11).

De combinatie van tèrèm (“nog niet”) met jitsmach (‘zal ontspruiten’) geeft een handeling weer die nog niet op gang is gekomen.

De stam tsamach betekent “ontspruiten” of “groeien”. De werkwoordsvorm staat in de derde persoon enkelvoud toekomende tijd en duidt op een ontwikkeling die nog niet is begonnen.

kie lo himtier JHWH Elohiem al-ha’arèts  כי לא המטיר יהוה אלהים על-הארץ   

want JHWH Elohiem had niet laten regenen op de aarde’

Het werkwoord is gevormd vanuit de stam matar (meem–tet–reesj) en betekent ‘regenen’.
De vorm himtier staat in de verleden tijd van de hif’il-vorm en drukt een veroorzakende handeling uit: ‘had doen regenen’ of ‘had laten regenen’.

De werkwoordsvorm geeft een voltooide handeling weer. Er is geen sprake van een omkeer-waw. Lo betekent ‘niet’ dus: had niet laten regenen.

Aan het begin van de zin staat het woord tèrèm (‘nog niet’).

Hier en hierna, bij ‘een mens’, wordt echter lo, ‘niet’, gebruikt. 

Dat grammaticale verschil lijkt betekenis te dragen.

Tèrèm wijst op een ontwikkeling die kan worden verwacht, ook al is zij nog niet zichtbaar. Bij struiken en planten zijn de benodigde handelingen voor het ontstaan van zaden verricht en mag het ontluiken worden verwacht, ook al is het nog niet zichtbaar.

Bij het regenen ontbreekt de veroorzakende handeling zelf: het laten regenen heeft niet plaatsgevonden. Daardoor ontbreekt de oorzaak voor verdere ontwikkeling. 

In de hif’il-vorm komt dit nadrukkelijk naar voren. Regen verschijnt niet als vanzelfsprekend verschijnsel, maar als gevolg van een handeling waarvoor de watercyclus eerst in gang moet worden gezet, zoals hierna zal blijken. Aan zo’n handeling ligt een besluit ten grondslag.

Tèrèm wijst dus op een verwachte ontwikkeling, terwijl lo himtier laat zien dat de veroorzakende handeling ontbreekt. Daarmee laat de tekst via de grammatica zien hoe oorzaak en gevolg met elkaar verbonden zijn.

we’adam  ajin la’avod  èt-ha’adamah:  ואדם אין לעבד את-האדמה 

en een mens is er niet om de aardbodem te bewerken’

Het woord ajin (alef–jod–noen) betekent hier ‘is er niet’ of “was er niet’. Het Hebreeuws kent geen koppelwerkwoord ‘zijn’. Om de leesbaarheid in het Nederlands te vergroten wordt dit werkwoord toegevoegd om de toestand te beschrijven.

De werkwoordsvorm la’avod is afgeleid van de stam avad (ajin–beet–dalet) en betekent “werken” of “bewerken”. De vorm met la- geeft doel of functie aan: “om te bewerken”.
De formulering drukt uit dat een noodzakelijke handeling niet wordt verricht omdat degene die haar zou uitvoeren ontbreekt.

Samenhang in de zinsstructuur

De opeenvolging van zinsdelen is verbonden door herhaling van “en” en “want”. Daardoor ontstaat een structuur waarin de opbouw zelf betekenis draagt:

  • iets is nog niet aanwezig 
  • omdat een voorwaarde ontbreekt 
  • en een andere voorwaarde eveneens ontbreekt 

De zinsstructuur legt zo de onderlinge samenhang vast.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 38 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*