Amsterdam Jom Kipoer 1603: Portugese mannen proberen terug te keren naar het Jodendom

mannen aan een tafel, bij de deuropening autoriteiten met lansen. Tekening met AI

Het is Jom Kipoer. Portugese mannen zijn bijeen om te bidden. Buren horen vreemde geluiden en de Amsterdamse autoriteiten vermoeden dat er misschien heimelijk een katholieke mis wordt opgedragen.

Er wordt op de deur geklopt.

Binnen treffen de mannen van het gezag geen katholieken aan, maar Joden. Volgens de latere overlevering staat Jacob Tirado op en legt in het Latijn uit dat zij geen papisten of samenzweerders zijn, maar vluchtelingen voor vervolging op het Iberisch schiereiland.

Het slot is prachtig. De Amsterdamse beambte zou hen hebben laten doorbidden en zelfs vragen de bestuurders van de stad in hun gebeden te gedenken.

Kaarslicht. Portugese mannen. Een Tora. Buiten een vreemde stad waarin ze nauwelijks durven geloven dat ze veilig zijn.

Er ontbreekt eigenlijk alleen een viool. En zodra ik in een historisch verhaal de viool kan horen, ga ik nog een keer zoeken.

Dan valt het verhaal uit elkaar.

De versies zijn veel later opgeschreven. Jaartallen verschillen, namen verschuiven en van precies die beroemde Jom Kipoerdienst bestaat geen eigentijds verslag.

Jammer. Tot er een Amsterdams document opduikt. 14 september 1603

Verdacht van heling

Op die dag wordt Uri Halevi in zijn huis in de Jonkerstraat, aan de voet van de Montelbaanstoren, gearresteerd. De verdenking is weinig verheven: heling. Maar tijdens de verhoren blijkt ook dat hij in zijn huis Joodse godsdienstoefeningen houdt.

En dan kijk je naar de datum.

14 september 1603 is 9 Tisjri 5364. Erev Jom Kipoer.

Opeens staat een deel van de legende weer overeind.

Wie is Uri Halevi? Hij komt uit Emden en is Asjkenazisch. In zijn huis komen Portugese mannen bijeen die iets merkwaardigs proberen te doen: terugkeren naar het Jodendom van hun voorouders.

Hun families zijn in Spanje en Portugal gedwongen christelijk geworden. Sommigen kennen de mis waarschijnlijk beter dan Kol Nidrei. Ze zijn in Amsterdam aangekomen en willen weer Joods leven.

Alleen: hoe doe je dat?

Na generaties Inquisitie kom je eindelijk in Amsterdam aan om weer Joods te worden en blijkt dat je voor de gebruiksaanwijzing een Duitser uit Emden nodig hebt.

Halevi brengt bovendien iets mee: een oude Sefer Tora.

Moseh de Casserez

Onder de mannen die volgens de achttiende-eeuwse kroniekschrijver David Franco Mendes tot de eerste Amsterdamse minjan behoorden, staat een naam waarbij ik onmiddellijk blijf hangen: Moseh de Casserez, een van mijn voorouders.

Ik schrijf al een tijd over de familie De Casseres en haar tweeduizend jaar diaspora. Daardoor is Moseh voor mij geen naam die toevallig in een voetnoot opduikt. Hij behoort aantoonbaar tot die kleine kring waaruit Portugees-Joods Amsterdam ontstaat.

We weten niet wie die avond precies aanwezig waren. Ik kan Moseh de Casserez dus niet naast Uri Halevi zetten omdat dat voor mijn verhaal zo mooi uitkomt. Maar Moseh wordt door Franco Mendes wél genoemd onder de zestien mannen van de eerste minjan.

Er was een Uri Halevi. Er was een huis in de Jonkerstraat. Daar werden Joodse diensten gehouden. De Amsterdamse overheid viel binnen. En de gedocumenteerde arrestatie vond plaats op de vooravond van Jom Kipoer.

Dat is voor mij eigenlijk genoeg. Want in die kamer lag ook die Sefer Tora.

Niet de herinnering aan het Jodendom. Het ding zelf.

Denk even aan wat zo’n voorwerp voor deze mannen moet hebben betekend. Hun families hadden generaties geleefd in een wereld waarin een Joods boek levensgevaarlijk kon zijn. Ze waren gedoopt, gingen naar de kerk, trouwden voor een priester.

En nu lag daar weer een Tora. Perkament. Hebreeuwse letters.

Niet de herinnering aan het Jodendom. Het ding zelf.

Moseh behoorde tot die eerste generatie. En dan verschijnt in 1624 nóg een De Casseres in Amsterdam: Daniel de Casseres. Daniel was door de Inquisitie tot de galeien veroordeeld en wist te ontsnappen. Uiteindelijk bereikte hij Amsterdam, waar Moseh al woonde.

In mijn familiegeschiedenis ligt de gedachte voor de hand dat Daniel naar zijn broer Moseh vluchtte. Maar juist dat ene woord, broer, kan ik niet bewijzen. Dus schrijf ik het niet als feit.

Wat wel vaststaat, is dat Daniel terechtkwam in dezelfde kleine Sefardische Amsterdamse wereld waarin Moseh al jaren leefde.

Talmud Torah

Vijftien jaar later, in 1639, zette Mosse zijn handtekening onder een document dat bijna symbolisch laat zien hoeveel er inmiddels was veranderd: de vereniging van Beth Jacob, Neve Shalom en Beth Israel tot één Portugese gemeente, Talmud Torah.

De ontsnapte galeislaaf werd wellicht ook een van de mannen die zijn naam zette onder de georganiseerde toekomst van Portugees-Joods Amsterdam.

Daniel kreeg een zoon: Samuel de Casseres.

Dezelfde Samuel, chazzan en sofer, die ik in mijn Rosj Hasjana-verhaal We zijn er nog in 1650 aan tafel zette met zijn pasgetrouwde vrouw Mirjam d’Espinoza en haar familie. Hij kon nog niet weten dat Mirjam jong zou sterven en dat hij later met haar zuster Rebecca zou hertrouwen.

Nog geen halve eeuw scheidt die mannen in de Jonkerstraat van chazzan Samuel aan tafel met zijn Mirjam d’Espinoza.

Eerst mannen die hulp nodig hebben om opnieuw te leren hoe je Joods leeft. Dan Daniel, ontsnapt aan de Inquisitie, die zijn handtekening onder een Amsterdamse Joodse gemeente zet.

En vervolgens Samuel, voor wie een Joodse feestdag in Amsterdam alweer tot het gewone leven behoort.

De grote Esnoga moet dan nog worden gebouwd. Die wordt pas in 1675 ingewijd. Maar de Tora is er al.

Bewaard

De oude Sefer Tora die Uri Halevi aan het begin van de zeventiende eeuw naar Amsterdam bracht, wordt nog altijd door de Portugees-Israëlitische Gemeente bewaard.

Misschien is dat mooier dan de legende.

We hoeven niet te weten of Jacob Tirado werkelijk opstond. Of hij Latijn sprak. Of een Amsterdamse beambte werkelijk vroeg om voor het stadsbestuur te bidden.

De werkelijkheid heeft geen viool nodig, maar de feiten van een huis in de Jonkerstraat.

Moseh de Casserez, genoemd onder de mannen van de eerste minjan. Uri Halevi uit Emden. Daniel, ontsnapt aan de galeien. En een Tora die hen allemaal overleefde.

De mannen verdwenen.

Het huis verdween.

De Jonkerstraat verdween.

Moseh verdween.

Daniel verdween.

De Tora bleef.


Bronnen
Stadsarchief Amsterdam; Steven Nadler, Spinoza: A Life; Rijksdienst voor het
Cultureel Erfgoed.
David Franco Mendes, Memorias, onderzocht door Gérard Nahon.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Portugees-Israëlitische Gemeente.
Archief Portugees-Israëlitische Gemeente, Stadsarchief Amsterdam, toegang 334; statuten/handtekeningen 1639.

Over Levie Wagenhuis 17 Artikelen
Levie Wagenhuis is schrijver en restaurateur met een passie voor de Sefardisch-Joodse geschiedenis. Hij schreef de historische romans Aan tafel bij de Casseres, El Manco en Sous l'Horloge de la Gare de Lyon, en werkt aan een nieuw boek rond Lilly la Paz. Daarnaast publiceert hij dagelijks historische verhalen op Facebook en bouwt hij aan de initiatieven LostHistoryMuseum.org en Esnoga.tv.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*