Vinnen worden vleugels

hertaling Bereshiet 1:20

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis / Bereshiet  1:20

Klassieke vertaling: God zei: ‘laat de wateren een menigte opleveren van gewemel van bezield gedierte; en gevogelte dat vliegt boven de aarde langs het uitspansel van de hemel.’

Hertaling

Elohiem zei: De wateren zullen wemelen van krioelend schepsel en gevogelte zal over het land vliegen langs uitspansel ‘de dampkring’. 

Met deze woorden opent Elohiem
een nieuwe beweging in de schepping:

‘De wateren zullen wemelen.’

Geen aansporing, geen ‘laat het zijn’
zoals bij elementen die al bestonden,
maar een constatering van wat vanzelf zal gebeuren
nu alle voorgaande voorwaarden zijn gelegd.

Want leven onder water was er nog niet.
Het kon niet worden aangestuurd, alleen aangekondigd.
En die aankondiging roept een beeld op
van een kolkende onderwaterwereld
die nog nét niet zichtbaar is –
leven dat zich klaarmaakt om te ontwaken.

Dan klinkt het woord schepsel.
Een aanwijzing dat de wezens van de zee
niet slechts gevormde materie zijn, maar bezielde levensvormen
met een eigen richting, een eigen aard, een eigen innerlijke wil.

Het is een nuance die Elohiem niet onuitgesproken laat.

En de vogels? Vinnen die vleugels worden.

De tekst noemt de vogels niet opnieuw schepselen, maar plaatst ze wel in dezelfde lijn.

In deze orde van ontstaan komen zij voort uit het leven van de zee – uit wezens met vinnen,
waaruit de lijn naar vleugels wordt getrokken.

Zij dragen dezelfde oorsprong, dezelfde bezieling,
dezelfde innerlijke beweging die eerst het water deed golven
en nu de lucht in stijgt.

Hun domein – de onderrand van de dampkring.

Daarom wordt hun plek zo precies omschreven:
‘Over het land vliegend, langs de onderkant van de dampkring.’

Niet in de hogere lagen, waar lucht te ijl wordt
en grenzen vervagen, maar precies in die zone
waar lucht borstelt tegen vleugels en waar menselijk oog kan volgen
hoe zij de hemel doorkruisen.

Zoals wij de aarde herkennen aan haar grond en het water aan zijn glinsterende grens,
zo herkennen wij de lucht aan haar onderste laag – de oppervlakte waartegen wij aankijken.
De ruimte waar vogels hun vlucht beginnen.

Betekenis en context

Aankondiging van leven

Met deze uitspraak kondigt Elohiem een nieuwe fase in de schepping aan. Anders dan bij eerdere stappen wordt hier geen richtinggevende wens uitgesproken, maar een constatering van wat zal plaatsvinden. Het gaat niet om bestaande materie die wordt geactiveerd, maar om het ontstaan van leven dat er tot dan toe nog niet was.

Omdat het hier om levende wezens gaat, kan hun verschijnen niet worden aangestuurd. Het wordt aangekondigd als een vanzelfsprekend gevolg van alles wat eerder is voorbereid.

Leven als bezielde werkelijkheid

Het leven dat in het water verschijnt, wordt niet beschreven als vorm of massa, maar als schepsel. Daarmee wordt benadrukt dat deze wezens niet slechts materie zijn, maar levende realiteiten met een eigen aard en innerlijke beweging. Het water wordt zo het domein waar bezield leven zich in veelheid en beweging ontvouwt.

Vogels in dezelfde levenslijn

De vogels worden niet opnieuw expliciet als schepselen aangeduid, maar zij worden wel in dezelfde beweging geplaatst. Hun ontstaan staat in directe samenhang met het leven uit het water. Zo ontstaat één doorlopende lijn van bezield leven die zich uitbreidt van water naar lucht.

Hun plaats in de wereld

De plaats van de vogels wordt nauwkeurig omschreven. Zij bewegen zich boven het land, maar niet hoog in de ruimte. Hun domein is de onderste laag van de lucht, daar waar menselijk waarnemen mogelijk is. Zo wordt hun leefgebied afgebakend als de overgangszone tussen aarde en hemel.

Grammaticale en tekstuele analyse

jisjretsoe ha’majiem (ישרצו המים) ‘de wateren zullen wemelen van’

Het werkwoord jisjretsoe is afgeleid van de stam sjarats (שרץ) die duidt op krioelen, zwermen en overvloedige beweging.

De vorm staat in de gewone toekomende tijd en is geen wensvorm.
Er wordt geen opdracht gegeven, maar vastgesteld wat zal gebeuren.

De nadruk ligt op dynamiek en veelheid:
Het water wordt een omgeving waarin beweging ontstaat die zichzelf voortbrengt en uitbreidt.

sjerets nefesj chajah (שרץ נפש חיה)  (door elkaar) krioelend schepsel’

Sjerets is afgeleid van dezelfde stam (sjarats), maar functioneert hier niet als werkwoord. Het duidt op wat uit die beweging voortkomt.

Het beschrijft geen losse dieren, maar een verzamelbegrip van leven in voortdurende beweging.

De combinatie nefesj chajah betekent letterlijk ‘levende ziel’. Omdat een verbindend voorzetsel ontbreekt — zoals ‘met een levende ziel’ — wordt geen eigenschap toegevoegd, maar het wezen zelf aangeduid.

Deze formulering maakt duidelijk dat ook waterdieren niet slechts materie zijn, maar bezielde schepselen met een eigen bestaansvorm.

we’of je’ofeef al-ha’arets (ועוף יעופף על-הארץ)

‘en gevogelte zal vliegen over het land’

Het werkwoord je’ofeef is een intensieve werkwoordsvorm (pilel) van ‘vliegen’, met de stamletters ajin-(waw)-fee.

In deze intensieve vorm wordt de laatste stamletter (fee) verdubbeld, wat duidt op een voortdurende of herhaalde beweging en daarmee een blijvende bewegingswijze die kenmerkend is voor deze wezens.

al-penee re’kia ha’sjamajiem     (על-פני רקיע השמים) 

langs uitspansel ‘de dampkring’

De uitspraak van deze woorden wordt bepaald door de overgeleverde klinkers (zoals de kamats, die in de basis een a-klank aangeeft) in samenhang met de voordrachtstekens, die bij het voorlezen het ritme en de pauzes aangeven.

Binnen de overgeleverde uitspraaktradities kan deze klank verschillend worden gehoord. In de Asjkenazische uitspraak klinkt dit bijvoorbeeld als ha’sjomojiem

In deze hertaling wordt dit verschil niet alleen als uitspraakvariant gezien, maar als een nuance die samenhangt met betekenis.

Zoals eerder toegelicht (1:9), wordt ha’sjamajiem in deze context opgevat als de dampkring: de zichtbare luchtlaag waarin vogels zich bewegen.

De uitdrukking al-penei (‘over / langs het oppervlak van’) duidt grammaticaal op beweging langs een oppervlak.

Hiermee wordt zichtbaar dat de beweging van vogels plaatsvindt binnen een begrensd gebied.

Gelaagde lezing

Wanneer de grammaticale, tekstuele en ordenende lagen samen worden genomen, kan de zin als volgt worden gelezen:

Elohiem zei: De wateren zullen wemelen van door elkaar krioelend schepsel en gevogelte zal over het land vliegen langs de onderkant van uitspansel ‘de dampkring.’ 


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)


cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, 2024

Over Simon Cohen 25 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*