Soorten zeeën, soorten leven

hertaling Bereshiet 1:21

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis / Bereshiet 1:21

Klassieke vertaling: En God schiep de grote zee-gedrochten en al het bezield gedierte, dat kruipt, waarmee het water wemelde, ieder naar zijn soort; en al het gevleugelde gevogelte naar zijn soort. En God zag dat het goed was: 

Hertaling

Elohiem schiep de grote zee-gedrochten en ieder zich bewegend schepsel dat de wateren naar hun soort overvloedig hadden voortgebracht; en ieder gevleugeld gevogelte naar zijn soort. En Elohiem zag dat goed is:    

Wanneer nieuw leven uit het niets verschijnt

Hier klinkt een woord dat in deze fase bijna als donder over de wateren rolt: schiep.

Niet ‘liet worden’, niet ‘bracht voort’, maar bara – scheppen uit het niets.

Deze wezens zijn niet voortgekomen uit de oerknal, zoals waterstofgas en materie, en ook niet uit een al bestaande aarde, zoals de zaden die slechts een aansporing nodig hadden om te ontkiemen wanneer de tijd rijp zou zijn.

Hier gebeurt iets unieks:
Elohiem brengt nieuw leven tevoorschijn dat vóór dit moment nergens lag opgeslagen – niet in stof, niet in water, niet in potentie.

Grote gedrochten 

Opvallend is dat ze apart worden genoemd: de grote gedrochten.
Wezens van een schaal die zich niet laat vergelijken met wat eerder is ontstaan.

Daarna volgt:
Ieder bewegend schepsel.
Dat verwijst naar de overige zeedieren – alle soorten die hun eigen richting kiezen, zich voortbewegen volgens hun aard, bezield en levend.

En dan het cruciale detail:
‘Naar hun soort.’
Dat verwijst niet naar zichzelf, maar naar de soorten zeeën die eerder door de vorming van landmassa’s waren ontstaan.

Uit de verschillende zeeën ontsprongen verschillende soorten leven.

De Hebreeuwse tekst is hier uiterst fijnzinnig:
Eerst worden de kleinere zeedieren voortgebracht, pas daarna de grote gedrochten – logisch, want een groot wezen kan alleen bestaan als het voedsel waarop het leeft al aanwezig is.

Hoe ontstond gevogelte?

De tekst fluistert het antwoord. 

In een eerdere zin klonk het al: de wateren zullen schepselen voortbrengen en vogels zullen door de lucht bewegen.

Maar hier, in dit moment, wordt de schepping van zeedieren uit het niets beschreven, en daarnaast het ontstaan van gevogelte ‘naar zijn soort’.

De Hebreeuwse structuur wijst erop dat vogels niet los van de zee zijn gevormd, maar binnen dezelfde scheppingsbeweging worden genoemd.

Het woord scheppen uit het niets wordt bij hen niet herhaald.

Dat betekent: toen het zeeleven werd geschapen, werd tegelijk het vermogen vastgelegd waaruit gevogelte kon voortkomen.

Alsof in de vinnen al de belofte van vleugels lag, in de stroomlijn al de kiem van vlucht.

Afronding van de fase

En opnieuw klinkt het verzegelende woord: Elohiem zag: goed – waarlijk, voor altijd.

Een bevestiging dat deze nieuwe levensvormen, zowel geschapen uit het niets als voortgekomen uit het water, nu een blijvende plaats hebben
in de orde van de schepping.

Betekenis en context

Schepping van nieuw leven

In deze zin klinkt opnieuw ‘scheppen uit het niets,’ een markering van een nieuw scheppingsmoment. Anders dan in voorafgaande zinnen waarin bestaande elementen werden geactiveerd of geordend, verschijnt hier het leven dat vóór dit moment niet aanwezig was – niet als materie, niet als potentie, maar als nieuw geschapen werkelijkheid.

Grote zeegedrochten

Opvallend is dat de grote zeegedrochten apart worden genoemd. Zij vormen geen uitbreiding van wat al leefde, maar vertegenwoordigen een nieuwe schaal en kracht binnen het zeeleven. Hun afzonderlijke vermelding onderstreept hun uitzonderlijke plaats in de schepping.

Overig zeeleven

Daarna volgt een bredere aanduiding: ‘ieder bezield, bewegend wezen’. Dit omvat alle overige zeedieren –  levende wezens die zich uit eigen beweging voortbewegen en een eigen richting volgen.
De tekst maakt hier duidelijk onderscheid tussen uitzonderlijke grootheid en de veelheid aan overige levensvormen.

‘Naar hun soort’

De uitdrukking naar hun soort verwijst niet naar de dieren zelf, maar naar ‘de wateren’ waaruit zij voortkomen. Eerder zijn verschillende zeeën gevormd; uit deze onderscheiden watermassa’s ontstaan verschillende soorten zeeleven, zie 1:10.
De ordening van land en zee vormt zo direct de basis voor biologische diversiteit.

Gevogelte in samenhang met zeeleven

Het gevogelte wordt niet als een afzonderlijke categorie geïntroduceerd, maar verschijnt binnen dezelfde scheppingsbeweging als het zeeleven. In de voorgaande zin (1:20) worden de wateren aangesproken om bezield leven voort te brengen, terwijl in dezelfde uitspraak ook het gevogelte wordt genoemd dat zich boven de aarde beweegt.

Daardoor ontstaat een doorlopende lijn: het leven dat in het water verschijnt, staat niet los van wat zich vervolgens in de lucht manifesteert. Beide worden in samenhang genoemd en maken deel uit van één beweging waarin bezield leven zich uitbreidt.

Hetzelfde scheppingsmoment

In 1:21 wordt deze samenhang voortgezet. Het werkwoord ‘scheppen’ omvat zowel het zeeleven als het gevogelte binnen één en dezelfde handeling. De tekst herhaalt dit werkwoord niet afzonderlijk voor de vogels, maar plaatst ze binnen hetzelfde scheppingsmoment.

Hieruit blijkt dat het gevogelte niet als een losstaande schepping wordt gepresenteerd, maar als onderdeel van een bredere ontwikkeling van bezield leven. De tekst legt daarmee geen scheiding, maar laat een samenhang zien waarin het leven zich uitstrekt van water naar lucht.

Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’jivra Elohiem   (ויברא אלהים)  ‘Elohiem schiep’

Afgeleid van bara: scheppen uit het niets.
Dit werkwoord werd eerder alleen gebruikt in 1:1 en markeert een fundamenteel nieuw begin en duidt hier op het ontstaan van bezield leven.

et-ha’taniniem ha-gedoliem (את-התנינם הגדלים) ‘de grote zee-gedrochten’

Het voorzetsel et in combinatie met het lidwoord ha- duidt op vastheid en afgebakendheid: deze wezens hebben blijvende kenmerken zolang zij bestaan.
Hun afzonderlijke vermelding onderstreept hun uitzonderlijke status.

we’eet kol-nefesj ha’chaja ha’romeset (ואת כל-נפש החיה הרמשת) 
‘en iedere levende, zich bewegende ziel’ of ‘en ieder zich bewegend schepsel’

nefesj chaja duidt op bezield leven: een levend wezen dat zich uit eigen beweging voortbeweegt en een eigen richting heeft. De uitdrukking verwijst naar bezield leven zonder nadere specificatie van soort of vorm.

ha’romeset kan worden vertaald als ‘zich bewegend’ of ‘kruipend’.
Het werkwoord remes heeft beide betekenissen. 

Grammaticaal is ha’romeset vrouwelijk en sluit het aan bij nefesj. Het participium betekent letterlijk ‘het zich bewegende’. Door het lidwoord ha- wordt geen afzonderlijk dier aangewezen, maar een kenmerk benoemd: actief, eigen beweging. 

asjer shartsoe ha-majiem le-mineehem(אשר שרצו המים למינהם) 
‘die de wateren naar hun soort (eerder) overvloedig hadden voortgebracht’

le-mineehem staat in het mannelijk meervoud en verwijst grammaticaal naar ha-majiem (de wateren).
Daarmee wordt duidelijk dat de diversiteit van het zeeleven voortkomt uit de verscheidenheid van de zeeën zelf.

Sjartsoe staat in de voltooide tijd en wordt niet voorafgegaan door een omkeer-waw. Daarmee wordt beschreven dat het voortbrengen van kleiner zeeleven reeds had plaatsgevonden vóór het noemen van de grote (zee)gedrochten.
Deze volgorde is consistent met wat nodig is voor het bestaan van grote zeedieren, die afhankelijk zijn van eerder aanwezig zeeleven zoals vissen en schelpdieren.

we’eet kol-of kanaf le-mineehoe (ואת כל-עוף כנף למינהו) 
‘en ieder gevleugeld gevogelte naar zijn soort’

Het gevogelte wordt daarmee in dezelfde scheppingshandeling genoemd als het zeeleven.

wajar Elohiem kie-tov(וירא אלהים כי-טוב) ‘Elohiem zag dat goed is’
Zoals in 1:4 is tov zonder lidwoord: geen momentopname, maar een blijvende kwaliteit. ‘Is’ betekent: het staat vast –  en dat is goed.

Kie kan verschillende betekenissen dragen, waaronder ‘dat’, ‘want’, ‘waarlijk’. In deze context krijgt het de betekenis ‘waarlijk’, met de strekking van blijvende geldigheid – voor altijd.



Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20


cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, 2024

Over Simon Cohen 23 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*