Tattie, dierbare tattie. Jij bent hier nog nooit geweest. Ik voel nu hoe heilig het hier is

mijn eigen weg 27  

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

16  april 2013

De dag na Pesach ben ik weer terug in Jeroesjalajim. Mimme Feigel wilde eigenlijk dat ik nog wat langer bij haar bleef. ‘Blijf tenminste nog over sjabbos, de jesjiewe is toch nog niet begonnen.’ ‘Mimme, het was heel fijn bij jullie. Weet u, ik heb thuis eigenlijk helemaal niet gemist. Maar ik moet nu terug naar Jeroesjalajim.’ 

Mimme Feigel vraagt niet welke dringende zaken ik in Jeroesjalajim moet doen. En dat is maar goed ook. Wel verwondert ze zich erover dat ik thuis helemaal niet heb gemist. ‘Heb je echt niet naar Stamford Hill verlangd? Een jongen van jouw leeftijd zou toch juist op Jomtof, en zeker bij de Seideravond, thuis willen zijn.

Ik moet slikken. Maar probeer dat te verbergen. Natuurlijk had ik op Seideravond naast de tweeling, Chayele, Sorele en de kleine Reizele, die nu ook alweer vier jaar moet zijn, willen zitten om naar tattie te luisteren terwijl hij vertelt over de Uittocht uit Egypte. 

Het was toch de gewoonste zaak van de wereld geweest wanneer ik op die avond mijn Chidoeshim uit de Gemore over Pesach, met tattie en mammie had gedeeld in plaats van met mijn vetter en mimme.                                                     

‘Natuurlijk had ik wel thuis willen zijn. En zeker met mijn lievelingszusje Chayele. Maar ja, hier in Jeroesjalajim is het beter voor mij’. Ik merk dat het jokken me niet helemaal goed af gaat en praat er gauw over heen. ‘Mimme, mag ik gauw weer terug komen voor sjabbes?’ ‘Lieverd, je bent altijd welkom. Dat weet je.’

Terug in Jeroesjalajim loop ik met mijn koffer vanuit het busstation meteen door naar het internetcafé en zoek ergens een plekje achterin. Vóór Pesach had ik geen tijd maar ik had Jaffa beloofd om haar te laten weten hoe mijn vriendschap met Chagai is ontstaan. Ik mail haar over mijn wandeling met Berel in Arad. Hoe ik daar mijn steentje had opgeraapt om het later op Har Herzl neer te leggen bij het graf van de gesneuvelde soldaat. “Jaffa, wil je dit verhaal voor mij delen met de andere vrienden van de club?”  

Gedalje schrijf ik dat ik nog steeds computerlessen volg. Maar nu online. Ik zit op een hoger niveau en leer nu omgaan met zoekmachines. Het is natuurlijk lastig dat ik dit tijdens mijn jesjiewe-tijd heel laat in de avond moet doen. Als iedereen gaat slapen, ga ik naar het internetcafé. Maar één of twee keer per week is dat best te doen. Zolang de oudere bochrim in de jesjiewe er maar niets van weten. Trouwens, veel van de mensen die ik daar tegenkom hebben dezelfde achtergrond. Ook voor hen is in het dagelijks leven internet taboe. 

Na toch wel wat meer wikken en wegen heb ik besloten dat het moment nu is gekomen. Nog voor de nieuwe zeman in de jesjiewe is begonnen neem ik de stap. Moitse sjabbos heb ik afgesproken met Chagai in de Oude Stad. Omdat ik wist wat ik vanavond van plan was, ben ik vanochtend met extra kawone het mikwe ingestapt.

Bij de Hurvasjoel staat hij me op te wachten. Natuurlijk in zijn uniform met zijn geweer over zijn schouder. Samen lopen we door de smalle straatjes naar beneden tot het plein voor de Koisel.

Nu zet ik door. Bij de kraan overgieten we onze handen voordat we deze heilige plaats betreden. Ik heb me voorgenomen om me deze keer niet te laten weerhouden door de blauwwitte vlaggen die me in mijn achterhoofd nog steeds storen op deze plek. Veel recht van spreken heb ik niet nu ik me laat vergezellen door Chagai, mijn zionistische soldaat.

Ik voel me een beetje trots, een Satmar Bochoer die samen met een soldaat naar de Koisel gaat. Ik kijk Chagai aan. Hij glimlacht. Ik denk dat hij wel een beetje aanvoelt wat er zich nu in mijn hoofd afspeelt. Langzaam lopen we in de richting van de muur. Chagai draait de riem van zijn geweer zo dat het wapen nu achter op zijn rug hangt. ‘Op deze Makom Kodesj doe ik dat altijd.’ Nog vier, nog drie, nog twee stappen en voor het eerst in mijn leven sta ik recht voor het laatste deel van de Beis Hamikdosj, dat de verwoesting van tweeduizend jaar geleden heeft doorstaan. 

Mijn vingertoppen glijden over de stenen. Ik leg mijn voorhoofd tegen de muur. Hoe het komt weet ik niet, maar de tranen lopen me over de wangen. Ik zie tatties gezicht voor me. Zou hij het echt zo vreselijk vinden dat ik hier nu sta? Zo heel dicht bij de heiligste plaats op de wereld die wij hebben? “Tattie, dierbare tattie. Jij bent hier nog nooit geweest. Ik voel nu hoe heilig het hier is. Dit kunnen de zionisten echt niet van ons afpakken.” 

Er schieten nog veel meer gedachten door mijn hoofd. Maar ineens voel ik me niet meer schuldig. Ik smeek Hasjeem om mij te helpen in mijn zoektocht tussen de wereld van thuis en mijn eigen weg. Alsof mijn tefille meteen wordt verhoord voel ik mezelf heel rustig worden. Ja, Hasjeem is bij mij en zal me ongetwijfeld verder helpen.

Chagai staat wat verder naar achteren. Samen lopen we het plein weer op in de richting van de Oude Stad. ‘Toli, ik trakteer je op een broodje falafel. Ik heb best trek.’ 

Ik eet het broodje op en wanneer mijn mond leeg is vertel ik Chagai over de cursusavonden  die hij voor mij geregeld heeft bij Magen David Adom. Natuurlijk mag ik de ambulance nog niet op, ik ben veel te jong. Maar ze hebben me wel geaccepteerd om als vrijwilliger op vrijdagmiddag in het bevoorradingsmagazijn te komen helpen. En daar heb ik die cursus voor nodig.

Wel een ander baantje dan iedere week: handdoeken in de wasmachine stoppen in het mikwe van reb Maier in Stamford Hill.


Vetter en mimme Oom en tante
Chidoeshim Verklaringen op Tora-  en Talmoedteksten
Zeman Studie-semester
Kawone Aandacht
Makom Kodesj Heilige plaats

Over Lody van de Kamp 124 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*