‘Verkoolde balken uit verwoesting eerste tempel gevonden in Jeruzalem’ stond er boven een online artikel van ChristenenVandaag dat mijn vader rondom Tisha B’av doorstuurde.
Omdat mijn promotieonderzoek gaat over de verwoesting van de tempel in het jaar 70, vermoedde hij dat ik dit wel interessant zou vinden. Ik knipperde een paar keer met mijn ogen: had ik iets gemist? De vondst van houten balken waarover ik had gelezen ging toch helemaal niet over de tempel?
Al snel viel het kwartje: dit was de zoveelste media-manipulatie van een nogal droog wetenschappelijk feit. Mensen klikken graag op archeologische nieuwtjes, maar het moet wel spectaculair zijn en bij voorkeur ook verband houden met iets waar ze écht om geven. In het geval van Israël is dat vaak: bewijs dat de bijbel ‘waargebeurd’ is en/of dat Joden op basis van de geschiedenis recht hebben op het land.
Babylonische verovering
Door het woord ‘tempel’ en ‘verkoolde balken’ in dezelfde kop te zetten, suggereerde de redacteur dat het om balken van de tempel ging. Maar daar was geen sprake van. De vondst werd gedaan in de Givati Parking Lot-opgraving waar een aantal jaar geleden een groot gebouw is ontdekt. Gezien de rijkdom aan vondsten, zoals ingelegd ivoor en zegels die werden gebruikt voor belastingregistratie, gaat het waarschijnlijk om een bewoond administratiekantoor dat werd verwoest tijdens de Babylonische verovering in 587/86 voor de jaartelling.
Het bijzondere van de recente vondst was niet zozeer dat het bewees dat Jeruzalem viel: daarover is eigenlijk geen discussie, want naast archeologisch bewijs weten we dit ook uit de teruggevonden spijkerschrift-archieven van koning Nebukadnezar.
Het opzienbarende was vooral dat de verkoolde balken intact waren gebleven wat gezien het klimaat vrij bijzonder is. En er was nog een mazzeltje: het ging onder andere om coniferenhout dat jaarringen bevat die nauwkeurig inzicht geven in de datering van de houtkap – en dus indirect ook van het bouwwerk. In dit geval was het hout bewaard omdat het werd ingekapseld door gesmolten kalksteen. Geweldig nieuws dus voor de archeologische fijnproevers, maar doodsaai voor krantenlezers.
Geen spoor van de tempel
Hoe was ChristenenVandaag (en niet alleen zij: ook het Reformatorisch Dagblad, IsraelNieuws, StandWithUs en HistoriaNet) bij de connectie tussen de tempel en de houtringen gekomen? De tempel in kwestie stond een stuk verderop en van dat bouwwerk is nooit een spoor teruggevonden. Een snelle zoektocht leidde me naar het originele persbericht van Tel Aviv University waarboven inderdaad stond: ‘verbrande houten balken werpen nieuw licht op de vernietiging van de Eerste Tempel.’ Waren hier per ongeluk een paar woorden weggevallen (bijvoorbeeld: ‘de vernietiging van een gebouw uit de Eerste Tempelperiode’) of was dit met opzet zo misleidend geformuleerd dat veel christelijke en Joodse media het zouden oppakken?
Ik wilde graag het eerste geloven, maar een quote verderop in het artikel deed me het tweede vrezen. Minister van Erfgoed Amichai Eliyahu zei over de vondst:
‘De bodem van Jeruzalem blijft getuigen van wat sommigen proberen te ontkennen. De houten balken die verbrandden bij de verwoesting van de Eerste Tempel vormen een stille maar krachtige getuigenis van de aanwezigheid van het Joodse volk in Jeruzalem zo’n 2600 jaar geleden. Aan de vooravond van Tisha B’av herinnert deze ontdekking ons eraan dat onze band met Jeruzalem niet alleen gebaseerd is op geloof, maar ook op geschiedenis, archeologie en nationaal geheugen. Het is onze verantwoordelijkheid om deze waarheid te blijven blootleggen, te bewaren en met trots door te geven aan toekomstige generaties.’
Wet op de Natiestaat
Hoewel archeologie in een Israël poogt neutrale wetenschap te bedrijven, wordt ze al sinds jaar en dag door de politiek ingezet om aan de wereld te bewijzen dat Joden historisch recht hebben op het land.
Dat is sinds 2018 zelfs een wettelijk recht, want de Wet op de Natiestaat stipuleert dat joden vanwege die geschiedenis een exclusief recht hebben op zelfbeschikking. Het is echter problematisch om politieke rechten te ontlenen aan een ver verleden: waar begint en eindigt die claim?
Honderd, duizend of tienduizend jaar geleden? In de Levant hebben immers door de millennia heen allerlei volken gewoond, wiens nazaten het land nu bewonen.
Voor veel Palestijnen is dit een reden om dit soort archeologisch onderzoek zeer kritisch te bekijken. Andersom gebeurt het ook dat Palestijnse media juist deze redeneertrant overnemen, bijvoorbeeld door te claimen dat ze afstammelingen zijn van de Kanaänieten en er dus volgens de Bijbel al lang waren vóór de Israëlieten.
Het moge duidelijk zijn: politieke rechten opeisen aan de hand van geschiedenis, archeologie en vermeende herkomst is een heilloze weg, want je kunt de verhalen alle kanten op laten buigen. Laat archeologie dus vooral gaan over mensen die moesten omgaan met de oorlogen en rampen die hen troffen – zonder hen in ‘wij’ of ‘zij’ in te delen en zonder ze voor ons eigen ideologische karretje te spannen. Dat is leerzaam genoeg!
Meer lezen en luisteren?
- mijn roman: De genesis van het verraad (2025): Over een Israëlische archeologie-verslaggeefster die ontdekt dat het verhaal waarmee ze is grootgebracht niet altijd met de feiten strookt.
- ‘In Israël staat de archeologie steeds vaker ten dienste van een nationalistische agenda’, De Groene Amsterdammer (oktober 2025)
- Podcast: Martine van den Berg over het politieke mijnenveld van de Israëlische archeologie. Menassehcast podcast (juni 2026)
cover: Jerusalem Archaelogical Park Jerusalem, August 2011
Dank mevrouw Van den Berg. Goed verhaal.