Mijn schoenmaker

logo Ephraim vertelt, met twee diamantjes op de i

Dit verhaal speelt zich af in 1999.

Mijn vrouw Tamara belde me vanuit het buitenland. “Ben je thuis?”

“Ja.”

“Voor ons bed staan twee paar schoenen van mij. Wil je die naar de schoenmaker brengen? Er staat ook een paar klaar om op te halen; dat is al betaald.”

“Prima, maar waar zit die schoenmaker?”

“Ben je daar nog nooit geweest?”

“Nee, dat deed Astrid toch altijd.”

Astrid was onze huishoudster toen de kinderen nog klein waren. Tamara en ik reisden vaak, meestal zakelijk en zelden samen. Astrid regelde alles en betekende ontzettend veel voor ons gezin. Toen onze zonen volwassen kerels waren, was Astrid al lang vertrokken.

“O ja. In de Maasstraat, die vind je wel.”

Ik stapte in de auto met twee paar schoenen van Tamara en drie paar van mezelf. In de Maasstraat zag ik al snel een schoenmaker. Ik liep naar binnen.

“Goedemorgen. Ik kom schoenen ophalen van mijn vrouw, mevrouw Goldstoff, en ik heb nog wat schoenen voor reparatie.”

“Die naam ken ik niet,” zei de man.

Verbaasd keek ik hem aan.

“Misschien onder de naam Astrid?”

“Ook niet.”

Dan was ik blijkbaar verkeerd.

“Hier om de hoek, in de Jekerstraat, zit een collega. Misschien bedoelt u die.”

Ik bedankte hem en liep de Jekerstraat in. Geen schoenmaker te vinden. Wel zag ik een pand met een klein uithangbord: Royal Treatment. De etalage was half geblindeerd. De deur zat op slot, maar naast de ingang hing een bel. Ik drukte erop en de deur sprong open.

Binnen keek ik mijn ogen uit. Het leek eerder een luxe salon dan een schoenmakerij. Langs de wanden stonden vitrines met prachtige mahoniehouten schoenpoetskisten, exclusieve onderhoudsproducten en een demonstratie van hoe een schoen volledig uit elkaar werd gehaald en weer opnieuw werd opgebouwd.

Achter de toonbank stond een kale, stevig gebouwde man met een scherpe blik.

“Voor het eerst hier?”

“Ja, goedemorgen.”

“Wat brengt u hier?”

“Ik kom schoenen van mijn vrouw ophalen.”

“Goldstoff? U ziet er anders uit dan die mooie blonde dame die hier al jaren komt.”

“Die komt niet meer. U zult het met mij moeten doen.”

Hij pakte Tamara’s schoenen, verpakt in groene fluwelen schoenzakjes.

“Die zijn al betaald.”

Ik legde vervolgens twee paar schoenen van Tamara op de toonbank.

“Die mogen ook een beurt krijgen. Nieuwe leren hakjes graag.”

Hij zei niets, maar keek me onderzoekend aan.

Daarna haalde ik mijn eigen drie paar schoenen uit een plastic tas: een zwart en twee bruine. Hij pakte ze één voor één op en bekeek ze aandachtig.

Bij het tweede paar ontplofte hij.

“GVD, ben jij nou helemaal besodemieterd? Ben jij vreemdgegaan met mijn schoenen? Eigenlijk moet ik je eruit gooien.”

Hij gooide mijn zwarte schoenen demonstratief in de prullenbak.

“Of wil je ze nog terug?”

Verbouwereerd stamelde ik:

“Graag…”

Hij haalde ze eruit en gaf ze terug.

Ik legde uit dat ik in München was geweest en ze daar met spoed had laten repareren.

“Dat flik je me nooit meer. Maar ik mag jou wel. Eén keer zie ik het door de vingers.”

Hij bekeek het derde paar.

“Deze twee repareer ik.”

Plotseling wees hij naar de schoenen die ik alweer had opgeborgen.

“Laat die andere ook nog eens zien.”

Na een korte inspectie zei hij:

“Vooruit, ik zal een hand over mijn hart strijken. Ik repareer ze alle drie.”

“Ze zijn klaar op 13 februari, om precies 16.00 uur. Kom niet om half vier, want dan zijn ze nog niet klaar.”

Ik dacht dat ik hem verkeerd verstond.

“Ik zal het alvast in euro’s uitrekenen, want je betaalt straks in euro’s. Tweehonderdvijftig euro per paar.”

Ik keek hem ongelovig aan.

“Voor dat bedrag koop ik toch nieuwe schoenen?”

“O ja? Deze schoenen kosten zevenhonderdvijftig gulden per paar. Jij koopt ze vast in New York voor 450 dollar. Straks krijg je nieuwe, maar dan al ingelopen. Dat voordeel kun je nergens kopen.”

Daar had hij een punt.

Ik waagde nog één vraag.

“Zou één paar misschien vóór 19 december klaar kunnen zijn?”

“Jij bent wel brutaal. Maar ik mag jou wel.”

“19 december, 16.00 uur.”

Ik legde uit dat ik veel reisde en door vertraging onmogelijk altijd precies om vier uur aanwezig kon zijn.

“Daar heb ik een oplossing voor.”

Hij pakte een sleutel uit een la.

“Loop maar mee.”

Buiten wees hij op een grote stalen kast naast de gevel. Hij opende een vak.

“Dit is jouw vak. Vanaf vier uur staan je schoenen hierin. En als je iets wilt laten repareren, leg je het er gewoon zelf in.”

Ik keek hem verbaasd aan.

“Dit is toch de sleutel van uw winkel niet?”

Hij glimlachte.

“Nee, alleen van jouw vak.”

Ik vond het een fantastische oplossing.

Danny en ik raakten bevriend. Hij liet mij beloven dat ik de verhalen die ik hem vertelde ooit zou opschrijven en in een boek zou publiceren.

Zesentwintig jaar geleden had ik nog geen idee dat ik ooit iets zou schrijven.

Een deel van die belofte heb ik inmiddels ingelost.

Nu het boek nog.


cover: Françoise Nick

Over Ephraïm Goldstoff 108 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*