Genesis/ Bereshiet 2:5
Klassieke vertaling: En ieder gewas van het veld was nog niet op de aarde en al het kruid van het veld was nog niet ontsproten, want de Eeuwige God had nog niet doen regenen op de aarde en een mens was er niet om de aardbodem te bewerken:
Hertaling
En iedere struik en boom van het veld zal nog niet op de aarde zijn en iedere plant van het veld zal nog niet ontspruiten, want JHWH Elohiem had op de aarde niet laten regenen en een mens is er niet om de aardbodem te bewerken.
Nog is geen struik of boom van het veld
op de aarde te vinden,
nog zal geen enkele plant ontspruiten.
Groei houdt zich terug,
verborgen onder het oppervlak.
Het ligt niet vast,
maar wacht op het moment dat komt.
Niet uit gebrek,
maar omdat de tijd nog niet is aangebroken.
Want er is geen regen gevallen
op de aarde –
geen water dat de grond opent,
geen kracht die leven naar buiten brengt.
En er is geen mens
om de aardbodem te bewerken,
niemand die de grond opent,
niemand die het veld in beweging zet.
Zo blijft het veld gesloten,
niet uit stilstand,
maar omdat noodzakelijke voorwaarden ontbreken.
Ontstaan blijft uit,
zolang deze voorwaarden niet aanwezig zijn.
Alles wacht
in een samenhang die nog niet volledig is.
Het uitblijven van regen
houdt groei tegen,
het ontbreken van de mens
laat de aarde onbewerkt.
Zo blijft de aarde in verwachting –
niet leeg,
maar vol van wat nog komen zal,
zodra regen valt
en de mens de grond bewerkt.
Betekenis en context
Nog niet als onderdeel van ontwikkeling
De zin beschrijft een toestand waarin groei nog niet plaatsvindt. Struiken, bomen en planten zijn er nog niet, hun ontstaan is nog niet op gang gekomen.
De zin maakt duidelijk dat de schepping, en daarmee ook de vorming van flora, niet in één keer plaatsvindt maar zich in fasen voltrekt en zich ontvouwt. Het is een proces waarin voorwaarden bepalend zijn voor ontwikkeling. Wat nog niet aanwezig is, ontbreekt niet willekeurig, maar omdat het moment en de voorwaarden nog niet samenkomen.
Voorwaarden voor ontwikkeling
Twee voorwaarden ontbreken: regen en menselijke bewerking van de aarde. Zonder regen komt niets tot ontkieming. Zonder de mens blijft de aardbodem onbewerkt.
Groei ontstaat niet vanzelf, maar binnen een geheel waarin deze factoren noodzakelijk zijn. Ontwikkeling blijft uit zolang deze voorwaarden niet zijn vervuld.
Samenhang van oorzaak en gevolg
De tekst laat zien dat ontwikkeling plaatsvindt binnen een samenhang van factoren. Zij staat niet op zichzelf, maar volgt uit wat eraan voorafgaat.
Deze samenhang wordt niet alleen inhoudelijk beschreven, maar ligt ook besloten in de opbouw van de zin.
Wat ontbreekt, werkt direct door in wat nog niet ontstaat. Oorzaak en gevolg zijn niet los van elkaar te begrijpen, maar vormen één geheel.
Voortdurende werking binnen de schepping
De werking van JHWH komt naar voren als een voortdurende aanwezigheid. De schepping wordt niet beschreven als een eenmalige handeling, maar als een geheel van onderling verbonden oorzaken en gevolg waarin ontwikkeling zich voltrekt.
Gevolg in plaats van straf
Binnen deze samenhang krijgen gebeurtenissen een andere betekenis. Wat als straf of tegenslag wordt ervaren, kan binnen deze ordening worden gezien als een die de balans binnen de eenheid bewaart.
Door de complexiteit van het geheel is dat verband zelden of nooit zichtbaar of te begrijpen, maar het maakt wel deel uit van dezelfde samenhang waarin de schepping zich ontwikkelt.
De mens als noodzakelijke factor
De mens wordt hier niet als heerser geïntroduceerd, maar als noodzakelijke factor binnen de ontwikkeling. Zonder de mens blijft de aardbodem onbewerkt en komt groei niet op gang.
Ontzag als erkenning van samenhang
De uitdrukking die vaak wordt weergegeven als ‘vrees voor God’ krijgt in dit licht een andere betekenis. Het gaat niet om angst voor de Eeuwige, maar om angst de samenhang tussen verleden, heden en toekomst te doorbreken.
Ontzag is de houding waarin deze samenhang wordt erkend en gerespecteerd.
Grammaticale en tekstuele analyse
Wechol sie’ach hasadèh tèrèm jieh-jè ba’arèts וכל שיח השדה טרם יהיה בארץ ‘En iedere struik en boom van het veld zal nog niet op de aarde zijn’
Het woord sie’ach verwijst naar planten met verhoutende delen, zoals struiken en bomen.
De combinatie van tèrèm (“nog niet”) met jieh-jè (“zal zijn”) is bepalend. Deze vorm wordt vaak weergegeven als een verleden tijd (“was nog niet”), maar drukt een toestand uit waarin iets nog niet tot stand is gekomen.
wechol-eesèv hasadèh tèrèm jitsmach וכל-עשב השדה טרם יצמח
‘en iedere plant van het veld zal nog niet ontspruiten’
Het woord eesèv verwijst naar plantaardige groei (zie 1:11).
De combinatie van tèrèm (“nog niet”) met jitsmach (‘zal ontspruiten’) geeft een handeling weer die nog niet op gang is gekomen.
De stam tsamach betekent “ontspruiten” of “groeien”. De werkwoordsvorm staat in de derde persoon enkelvoud toekomende tijd en duidt op een ontwikkeling die nog niet is begonnen.
kie lo himtier JHWH Elohiem al-ha’arèts כי לא המטיר יהוה אלהים על-הארץ
‘want JHWH Elohiem had niet laten regenen op de aarde’
Het werkwoord is gevormd vanuit de stam matar (meem–tet–reesj) en betekent ‘regenen’.
De vorm himtier staat in de verleden tijd van de hif’il-vorm en drukt een veroorzakende handeling uit: ‘had doen regenen’ of ‘had laten regenen’.
De werkwoordsvorm geeft een voltooide handeling weer. Er is geen sprake van een omkeer-waw. Lo betekent ‘niet’ dus: had niet laten regenen.
Aan het begin van de zin staat het woord tèrèm (‘nog niet’).
Hier en hierna, bij ‘een mens’, wordt echter lo, ‘niet’, gebruikt.
Dat grammaticale verschil lijkt betekenis te dragen.
Tèrèm wijst op een ontwikkeling die kan worden verwacht, ook al is zij nog niet zichtbaar. Bij struiken en planten zijn de benodigde handelingen voor het ontstaan van zaden verricht en mag het ontluiken worden verwacht, ook al is het nog niet zichtbaar.
Bij het regenen ontbreekt de veroorzakende handeling zelf: het laten regenen heeft niet plaatsgevonden. Daardoor ontbreekt de oorzaak voor verdere ontwikkeling.
In de hif’il-vorm komt dit nadrukkelijk naar voren. Regen verschijnt niet als vanzelfsprekend verschijnsel, maar als gevolg van een handeling waarvoor de watercyclus eerst in gang moet worden gezet, zoals hierna zal blijken. Aan zo’n handeling ligt een besluit ten grondslag.
Tèrèm wijst dus op een verwachte ontwikkeling, terwijl lo himtier laat zien dat de veroorzakende handeling ontbreekt. Daarmee laat de tekst via de grammatica zien hoe oorzaak en gevolg met elkaar verbonden zijn.
we’adam ajin la’avod èt-ha’adamah: ואדם אין לעבד את-האדמה
‘en een mens is er niet om de aardbodem te bewerken’
Het woord ajin (alef–jod–noen) betekent hier ‘is er niet’ of “was er niet’. Het Hebreeuws kent geen koppelwerkwoord ‘zijn’. Om de leesbaarheid in het Nederlands te vergroten wordt dit werkwoord toegevoegd om de toestand te beschrijven.
De werkwoordsvorm la’avod is afgeleid van de stam avad (ajin–beet–dalet) en betekent “werken” of “bewerken”. De vorm met la- geeft doel of functie aan: “om te bewerken”.
De formulering drukt uit dat een noodzakelijke handeling niet wordt verricht omdat degene die haar zou uitvoeren ontbreekt.
Samenhang in de zinsstructuur
De opeenvolging van zinsdelen is verbonden door herhaling van “en” en “want”. Daardoor ontstaat een structuur waarin de opbouw zelf betekenis draagt:
- iets is nog niet aanwezig
- omdat een voorwaarde ontbreekt
- en een andere voorwaarde eveneens ontbreekt
De zinsstructuur legt zo de onderlinge samenhang vast.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom
Geef als eerste een reactie