Toli, dat is wel een heel andere wereld, maar de Koil Toire is overal hetzelfde

Mijn eigen weg #28

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

20 juni 2013

De bus klimt langzaam omhoog, tussen de roodachtige rotsmassa’s rechts en links van de weg. 

Als het goed is moeten we er er over een paar minuten zijn. Mijn studiemaatje heb ik verteld dat ik er de rest van de dag niet ben. Aan het einde van de ochtend ben ik eerst naar het busstation gelopen. Onderweg nog even een patatje gegeten en toen verder met de bus naar Ma’ale Adumim. 

Chagai vertelde me dat deze stad dicht bij Jeroesjalajim ligt. ‘Maar Toli, het is wel een hele andere wereld voor jou! Je zult het zien.’ Ik vroeg of ik misschien maar beter mijn kaftan en mijn hoed in de jesjiewe zal laten. ‘De bochrim in de jesjiewe daar zijn vast niet dol op Satmar chassidim.’ 

Chagai schudde heftig zijn hoofd. ‘Helemaal niet. Voor jou is het goed om eens een dagje door te brengen bij ons ‘zionisten’. En voor mijn makkers daar is het belangrijk dat zij ook eens een Satmar chossied van dichtbij meemaken.’  

Vanaf de brede straat met prachtige bloemperken waar Chagai over vertelde volg ik de weg die hij voor mij op het papiertje had uitgetekend. ‘Zo, nu het steile trapje naar beneden nemen en dan de poort door’ zeg ik tegen mezelf. Ik sta stil, ik aarzel. 

Vanmiddag had ik gewoon achter de Gemore in mijn eigen jesjiewe moeten zitten. Helemaal in het verre Stamford Hill weten tattie en mammie niet beter dat ik dit ook doe. Maar in plaats daarvan sta ik bij de deur van een zionistische jesjiewe op een plek in Erets Jisroeil waar mogelijk nog nooit één van mijn Satmar chawerim is geweest. 

Een man in een hagelwit overhemd met opgestroopte mouwen komt door de voordeur naar buiten. ‘Sjalom Aleichem, jij bent vast Naftali?’ Ik knik. Moet ik de man vertellen dat ik geen Naftali maar Naftoli of nog liever Toli ben? ‘Ja, Naftoli Horowitz’. Zijn eerste paar zinnen sprak de man in Ivriet maar nu ging hij verder in het Jiddisj. Natuurlijk speciaal voor mij.

Binnen duwt hij me een fles water in mijn handen. ‘Neem eerst maar wat fris te drinken. En hier, eet wat verse watermeloen. En dan zal ik je voorstellen aan jouw chawroeta, jouw studiemaat die zich voor vanmiddag heeft vrijgemaakt. Chagai heeft mij al veel over jou verteld, ook dat je erg geïnteresseerd bent om een kijkje te nemen buiten jouw eigen wereld van het chassidisme.’ 

De man die zich onderhand heeft voorgesteld als Rav Menachem duwt de dubbele deuren van het Beis Hamedrasj open. Net als in mijn eigen jesjiewe zitten een paar honderd jongens in lange rijen tegenover elkaar met hun Gemores voor zich. Ook hier is het een geluid van jewelste. ‘De Koil Toire is overal hetzelfde Naftali, bij Chassidim, bij Mitnagdim, bij de Mizrachi.’

Mij valt natuurlijk meteen een groot verschil op tussen mijn Beis Hamedrasj en de studiezaal waar ik nu in sta. Wanneer je bij ons in Satmar binnenkomt ziet het zwart van de kaftans en de hoeden die zowel binnen als buiten worden gedragen. Hier zie ik alleen maar witte overhemden. Niemand draagt een kaftan en zelfs niet een kort jasje. 

Wel zie ik hier en daar een soldaat zitten met de Gemore voor zich. Rav Menachem aankijkend vraag ik: ‘Zal ik mijn hoed ook afzetten? En mijn kaftan uitdoen?’ Rav Menachem legt zijn hand op mijn schouder. ‘Naftali, wij willen dat je je gewoon thuis voelt. Doe maar net als in jouw eigen jesjiewe.’ Samen lopen we tussen de rijen door. Bij een lege plaats blijven we staan. 

Een jongen tegenover deze plek staat op en steekt zijn hand uit. ‘Mijn naam is Jisjaj. Ik heb gehoord dat jij nog niet zo goed Ivriet spreekt. En ik spreek nauwelijks Jiddisj. Maar beiden spreken we Engels. Ook ik kom uit Londen, niet uit Stamford Hill maar uit Golders Green.’ 

Meteen begrijp ik dat Chagai al veel voorwerk heeft gedaan om me hier thuis te laten voelen. Rav Menachem en Jisjaj weten precies wie ik ben en waar ik vandaan kom. Ik open de Gemore die op mijn tafel ligt op de bladzijde die Jisjaj mij aanwijst. Binnen de kortst mogelijke tijd zijn we verdiept in de Soegje van de vluchtsteden in Mesechte Makkos.

Voor mij is het de eerste keer dat ik Gemore leer in het Engels in plaats van in het Jiddisj. En niet met een chassidische bochoer maar met een zionist. Hier en daar wordt er wel naar mij gekeken. Maar dat stoort me niet. Om vijf uur gaan de Gemores dicht. ‘Naftali, het is theetijd. Ga je mee naar beneden naar de eetzaal? Daar staat drinken voor ons klaar, met cake.” 

Tijdens deze pauze worden we meteen omringd door een groepje jongens. Allemaal uit Engeland. Ze willen natuurlijk precies weten waar ik vandaan kom. Hoe ik hier zo verzeild ben geraakt. En of ik blijf. Over dat laatste schud ik mijn hoofd. ‘Nee, vanavond moet ik terug naar m’n eigen jesjiewe.’ ‘Maar kom je nog wel een keer terug? Kunnen we jou in jouw jesjiewe ook bezoeken?’ Dat vind ik een lastige vraag. Ik kan moeilijk aan mijn Satmar vrienden uitleggen dat een hele groep zionisten bij ons in Jeroesjalajim op bezoek gaat komen. Mijn nieuwe vrienden weten me te overtuigen dat ik voor het avondeten moet blijven. Rav Menachem vindt dat goed. Een aantal van de jongens loopt met me mee naar de bus die me terug brengt naar ‘mijn andere wereld’. Ik beloof dat ik binnenkort weer terug kom. 

Mijn baas bij Magen David Adom heeft me vorige week verteld dat ik deze week naar een ander magazijn moet komen. Ik krijg daar een nieuwe taak. Morgen is het vrijdag. Ik ben benieuwd wat ik daar moet gaan doen.


Koil Toire Stem van de Tora
Chaweiriem Vrienden
Mitnagdiem De streng-orthodoxe tegenstanders van het Chassidisme
Mizrachi De orthodox-religieuze zionistische partij
Soegje Onderwerp in de Talmoed
Mesechte Makkos Talmoed traktaat


cover: © Auteur

Over Lody van de Kamp 125 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*