Plantaardig voedsel voor al dat leeft

hertaling Genesis/ Bereshiet 1:30

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet 1:30

Klassieke vertaling: En voor ieder dier van de aarde en voor al het gevogelte van de hemel en voor al dat beweegt/kruipt op de aarde, waarin een levende ziel is, ieder kruidgewas is om te eten; en zo was het:

Hertaling

En voor iedere carnivoor en voor iedere vogel, de waterelementen daarginds, en voor ieder bewegend schepsel op aarde is ieder groen plantgewas voor voedsel. En liet-het-zo-zijn.

Voor alles wat leeft

En voor alles wat leeft op aarde, voor wat loopt, voor wat vliegt, voor wat zich voortbeweegt over de grond, wordt dezelfde voorziening genoemd.

Niet afzonderlijk, niet naar soort gescheiden, maar in één adem: alles waarin leven is.

Wat adem draagt, wat zich beweegt, wat leeft binnen de orde van de aarde, wordt inbegrepen in dezelfde bepaling.

Leven dat verbonden is

Niet alleen de mens staat in deze ordening, maar ook het dier, het gevogelte, en ieder bewegend schepsel op aarde.

Wat zich voortbeweegt, draagt leven in zich.
Het is niet van het ene wezen en niet van het andere alleen.
Het wordt gedeeld door alles wat leeft.

Zo wordt het leven niet opgesplitst, maar in samenhang genoemd:
één stroom van leven, aanwezig in vele gedaanten.

Eén voedselbron

En voor al dat leeft wordt hetzelfde voedsel aangewezen:
het groene plantgewas.

Wat uit de aarde groeit, wat groen verschijnt, wat zich vermenigvuldigt en zichzelf voortzet, wordt tot voeding bestemd.

Niet als uitzondering voor enkelen, maar als gemeenschappelijke voorziening, voor alles wat leeft op aarde.

Het voedsel komt uit dezelfde bron waaruit ook het leven voortkomt:
de aarde zelf, die draagt, voedt en voortbrengt.

Geen tegenstelling, maar ordening

De opsomming van carnivoren, vogels en alles wat zich beweegt:
scheidt niet, maar ordent.

Wat verschillend lijkt in aard en gedrag, valt toch onder dezelfde bepaling.
Niet naar kracht, niet naar aard, maar naar het feit dat het leeft.

Zo wordt duidelijk:
de voorziening is niet willekeurig, maar afgestemd op het geheel van het leven dat zich over de aarde beweegt.

Vastgestelde werkelijkheid

En dan volgt de bevestiging:
‘En liet-het-zo-zijn’.

Geen nieuwe handeling, geen verdere toevoeging, maar een bekrachtiging van wat is vastgesteld.

De ordening staat.
De voorziening geldt.
Leven en voedsel worden in samenhang genoemd – en die samenhang wordt afgesloten met een definitieve bevestiging:
zo is het bepaald.

Betekenis en context

Carnivoren, gevogelte en de voeding uit plantaardige opbrengsten

Waarom worden carnivoren en gevogelte wel apart genoemd en de rest hierna onder de noemer ‘ieder bewegend schepsel op aarde’?

Dit duidt erop dat Elohiem wil aangeven dat de voeding die bestaat uit plantaardige opbrengsten ook bedoeld is voor de carnivoren en al het gevogelte en niet alleen voor de herbivoren.

Rasji en de doorlopende lezing met de vorige zin

Alles wat beweegt’ of ‘ieder bewegend schepsel’ betekent dat ‘de mens’ hier ook onder valt. 

Bij navorsingen blijkt dat de geleerde Rasji dit probleem ook ziet en daar een duizend jaar geleden al mee komt. 

Rasji brengt naar voren dat de vorige zin feitelijk in deze zin doorloopt en wij lezen dan:
‘het zal voor jullie om te eten zijn, en voor iedere carnivoor en voor al het gevogelte enz…’

De dubbele punt en de rol van de Masoreten

Waarom staat er dan toch een dubbele punt aan het eind van 1:29, als de inhoud van de zin feitelijk doorloopt in 1:30?

Dit duidt erop dat de Masoreten (de geleerden die de klinker- en leestekens aan de tekst toevoegden) ons enerzijds willen laten zien dat mens en dier hetzelfde voedsel delen, en anderzijds willen benadrukken dat de mens de taak heeft om goed voor de dieren te zorgen – in de vorm van rentmeesterschap.

We hebben in 1:26 gelezen dat de mens niet over carnivoren heerst.
Dat betekent dat mens de carnivoor met rust moet laten en niet moet doden voor voedsel.

Het woord ‘ziel’ en het ontbreken van het lidwoord

Het ontbreken van het lidwoord kan worden opgevat als een aanwijzing dat de ziel niet als een afzonderlijke entiteit wordt beschreven. Vanuit die gedachte vormt de ziel in mensen, dieren en alles wat zich voortbeweegt één samenhangend geheel.

Planten voor voedsel

Maar wat dan met giftige planten? Daarover zegt de tekst niets, er wordt niet voor gewaarschuwd en ze worden ook niet uitgesloten.

In Genesis 1:11-12 worden de planten aangeduid met hetzelfde woord dat hier wordt gebruikt voor planten die als voedsel dienen.

Giftige planten vallen misschien onder het bredere begrip van ‘plant’.
Een verklaring voor de tekst ‘ieder groen plantgewas is om te eten’ is dat het wijst op de oorspronkelijke schepping, waarin giftige planten nog niet voorkwamen. Die zouden pas later zijn ontstaan om specifieke functies in de natuur te vervullen of om het ecosysteem in balans te houden.

Afrondende bevestiging van de vastgestelde ordening

Dit is een afrondende opmerking, een krachtige bevestiging dat de scheiding definitief is.
Er wordt als het ware een punt achter gezet: het is vastgesteld en staat vast en is goed.
Een nieuwe dimensie in de samenhang is toegevoegd.

Grammaticale en tekstuele onderbouwing

Oelechol-chajat  ha’arèts  oelechol- of  hasjamajiem  

  ולכל-חית הארץ ולכל-עוף השמים                                                                   

‘En voor iedere carnivoor en voor al het gevogelte, de waterelementen daarginds’

Deze zin begint met een waw – het voegwoord ‘en’: de oe in oelechol (‘en voor iedere’). 

oelechol romees al-ha’arèts asjèr-bo nèfèsj chaja

ולכל רומש על-הארץ אשר-בו נפש חיה                                                      

‘en voor alles wat zich beweegt op de aarde waarin levende ziel is’

‘Wat’ komt na een onbepaald voornaamwoord, zoals ‘alles’, en ‘dat’ na een specifiek zelfstandig naamwoord.
Hier ontbreekt in het Hebreeuws het woord ‘wat’, waardoor er staat:
‘en voor alles zich beweegt’.
Alleen in het tweede deel van dit stukje staat het woord asjer – ‘dat’.

In beide gevallen is het niet een aanwijzend voornaamwoord maar heeft het de functie van een betrekkelijk voornaamwoord.
Het betrekkelijk voornaamwoord verbindt een hoofdzin en een (betrekkelijke) bijzin met elkaar. Het heeft dus behalve een verwijzende functie (die alle voornaamwoorden hebben) ook een grammaticale functie.

Wij zagen in 1:21 en 1:24 dat nefesj chaja – ‘levende ziel’ – ook ‘schepsel’ betekent.
De tekst: ‘en voor alles wat zich beweegt op de aarde waarin levende ziel is’ kan ook heel concreet zonder afbreuk te doen aan de letterlijke betekenis worden vertaald met:
‘en voor ieder bewegend schepsel op aarde’.
Het woord ziel nefesj wordt niet voorafgegaan door het lidwoord ‘de’:
ha’nefesj, oftewel ‘de ziel’, staat hier niet.

et-kol-jèrèk  eesèv  le’achlah   את-כל-ירק עשב לאכלה                        

‘ieder groen plantgewas is voor voedsel’

Jerek betekent letterlijk ‘groen gewas’ en eesev ‘plant’.
Samen kun je dit vertalen als ‘groen plantgewas’.
Dat groen plantgewas dat eetbaar is voor mensen, is wat wij vandaag ‘groente’ zouden noemen.

wa’jehie-cheen ויהי-כן : en liet het zijn-zo

Een afsluitende formulering die vaker in de tekst voorkomt.

Gelaagde lezing

Wanneer de grammaticale, tekstuele en ordenende lagen samen worden genomen, kan de zin als volgt worden gelezen:

……. en voor iedere carnivoor en voor iedere vogel, de waterelementen daarginds, en voor ieder bewegend schepsel op aarde is ieder groen plantgewas voor voedsel. En liet het zo vastgesteld, vaststaand en goed zijn:



Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29


cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, Roubaix, 2024

Over Simon Cohen 31 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*