Na alle drukte van de Amsterdamse Gay Pride vonden Lilly en ik dat het tijd was om even af te koelen.
Niet op de Amstel, niet op de Vecht, maar op een heel ander water: de lagune van Venetië.
“Levie,” zei Lilly terwijl ze haar keppeltje recht trok, “zelfs een ruwharige teckel heeft recht op een culturele vakantie.”
Dat leek mij een uitstekend argument.
Toevallig verblijft ook de hoofdredacteur van dit blad, Roberta Felice, in Venetië. Lilly had onmiddellijk een verborgen agenda.
“Ik wil haar ontmoeten.”
“Waarom?”
“Om eindelijk eens de waarheid over jou te horen.”
“Welke waarheid?”
“Dat weet ik nog niet. Daarom wil ik juist met haar praten.”
We spraken af op de Giudecca, het langgerekte eiland tegenover het San Marcoplein. Sommige historici denken dat de naam Giudecca afkomstig is van Giudei, Joden. Anderen menen dat zij is afgeleid van giudicati, veroordeelden of verbannen mensen. Kortom: zelfs de geschiedenis weet het niet helemaal zeker.
Lilly keek peinzend om zich heen.
“Als het van Joden komt, zitten we goed.”
“En als het van veroordeelden komt?”
“Dan zitten we óók goed. Jij bent op Facebook al minstens drie keer veroordeeld wegens overmatig enthousiasme.”
Roberta arriveert stipt op tijd.
Binnen vijf minuten zitten de dames druk over mij te fluisteren.
Ik ving woorden op als ‘eigenwijs’, ‘historische afwijking’, zelfs ‘AI’ en ‘hij denkt dat één museum niet genoeg is.’
Ik besloot me er niet mee te bemoeien. Een verstandig man onderbreekt nooit twee vrouwen die over hem praten. Je kunt er alleen maar slechter uitkomen.
Gelukkig was de lunch voortreffelijk. De ober verscheen alsof hij auditie deed voor een Italiaanse film.
Voor Roberta kwam een elegante salade van gegrilde artisjokken, geroosterde aubergine, pistache en burrata.
Ik koos voor gegrilde mediterrane zeebaars met saffraanrisotto, citroenolie en jonge venkel.
Lilly had uiteraard weer geheel eigen culinaire wensen: “Voor mij graag de gegrilde zalm, maar dan zonder moeilijke sausjes. Met een klein omeletje, een paar flinterdunne plakjes verse Parmigiano Reggiano en, als de chef echt zijn best wil doen, een piepklein stukje tonijn.”
De ober keek mij aan. “Voor… de hond?”
“Nee,” zei ik. “Voor onze culinair recensent.”
Hij knikte ernstig en noteerde alles alsof dit de normaalste bestelling van de dag was.
Lilly was tevreden.
“Zie je wel? Italianen begrijpen klasse.”
Na de koffie besloten we naar een ander eiland te varen. Niet zomaar een eiland, maar het eiland dat iedere liefhebber van Joodse geschiedenis minstens één keer bezocht moet hebben: het Ghetto van Venetië.
De vaporetto, taxiboot, gleed soepel door de lagune.
Terwijl we over het water voeren, wees Roberta naar de paleizen, basilieken en verweerde gevels die zich spiegelden in het water.
Lilly keek ondertussen vooral naar de meeuwen. “Die hebben hier ook een heel eigen mening over toeristen.”
Na een korte vaart meerden we aan bij het Ghetto Nuovo.
Hier begon in 1516 een bijzonder hoofdstuk uit de Europese geschiedenis.
De Venetiaanse overheid besloot dat alle Joden voortaan in één afgesloten wijk moesten wonen. Overdag mochten zij de stad in om handel te drijven, geld uit te lenen, boeken te drukken, medicijnen uit te oefenen en zaken te doen. ’s Nachts gingen de poorten dicht en werd de wijk bewaakt.
Van het woord geto, naar de oude gieterswijk, ontstond uiteindelijk het woord ‘ghetto’, dat later wereldwijd bekend werd.
Toch is dit verhaal niet alleen somber.
Binnen die kleine wijk ontstond een verrassend levendige gemeenschap.
Asjkenazische, Italiaanse, Levantijnse en Sefardische Joden leefden er naast elkaar.
Omdat de beschikbare ruimte beperkt was, bouwde men de huizen steeds hoger. Sommige behoren nog altijd tot de hoogste historische woonhuizen van Venetië.
Ook vandaag zijn de sporen van dat verleden overal zichtbaar.
Je kunt de prachtige Scuola Spagnola bezoeken, de Levantijnse synagoge bewonderen, het Joods Museum* ontdekken, langs de oude pleinen wandelen en even stilstaan bij de indrukwekkende Holocaustmonumenten.
*(red.) Het Joods Museum gaat na een ingrijpende renovatie komende winter weer open.
Tussen de historische gebouwen vind je tegenwoordig gezellige cafés, boekwinkels, kleine kunstgaleries en enkele koosjere restaurants en bakkerijen.
Het is een plek waar geschiedenis niet achter glas staat, maar gewoon tussen de bewoners leeft.
Lilly bleef lange tijd zwijgend op het plein zitten. Dat gebeurt zelden.
“Waar denk je aan?” vroeg ik.
“Dat geschiedenis eigenlijk net een hond is.”
“Hoe bedoel je?”
“Je kunt haar negeren, maar uiteindelijk blijft ze toch achter je aan lopen.”
Zelfs Roberta was even stil.
Op de terugweg stapten we opnieuw in de vaporetto, de varende bussen.
De zon zakte langzaam achter de koepels van Venetië.
Lilly keek nog één keer om.
“Levie?”
“Ja?”
“Volgende keer gaan we naar Murano.”
“Waarom?”
“Ik wil zien of ze daar ook honden maken van glas.”
“En als ze breken?” Ze haalde haar schouders op. “Dan noemen we het moderne kunst.”
Ik vermoed dat Roberta dit avontuur als hoofdartikel publiceert.
En eerlijk gezegd zou ik daar helemaal niet verbaasd over zijn.
cover: fragment uit schilderij Michal Meron, te koop in haar galerie in de Ghetto Nuovo van Venetia, foto Bloom
Geef als eerste een reactie