Genesis/ Bereshiet 1:31
Klassieke vertaling: En God zag alles dat is gemaakt en zie het is zeer goed. En het was avond en het was morgen, een zesde dag:
Hertaling:
En Elohiem zag alles dat is gedaan en zie!: goed is – kracht; en liet het zijn – voorafgaand aan, en liet het zijn – waarin het geschiede – scheppingsfase, de zesde:
Het geheel wordt zichtbaar
Wanneer scheppingsfase – de zesde – is voltooid, richt de tekst de blik niet langer op één afzonderlijk onderdeel, maar op het geheel zelf.
Nu laat de tekst het geheel zien.
Niet als losse gebeurtenissen, maar als één samenhangende werkelijkheid waarin ieder onderdeel zijn plaats heeft gevonden.
Vaststelling, geen oordeel
Wat zichtbaar wordt, wordt niet beoordeeld zoals mensen dat doen.
Er klinkt geen vergelijking, geen afweging tussen beter of minder.
De tekst spreekt slechts een vaststelling uit:
‘goed is’.
Niet als grens of eindpunt, maar als een kwaliteit die in het geheel aanwezig is.
Goed als kracht van het geheel
Wanneer het geheel wordt overzien, wordt duidelijk dat dit goed niet alleen een aanduiding is van wat passend is.
Het wijst op kracht, op het vermogen van de schepping om te dragen wat nog zal volgen.
Wat is ontstaan, is niet kwetsbaar of toevallig.
Het bezit een innerlijke stevigheid die het geheel bijeenhoudt.
Voltooiing openbaart zich
Daarna volgt opnieuw het vertrouwde ritme dat iedere scheppingsfase afsluit.
Wat voorafgaat wordt bevestigd, wat is gebeurd wordt vastgelegd.
Nu wordt zichtbaar dat het werk aan de basis van het aardse bestaan is voltooid.
Niet omdat het einde vooraf werd aangekondigd, maar omdat de voltooiing zich in het scheppend handelen openbaart.
Scheppingsfase, de zesde.
Betekenis en context
Op het eerste gezicht lijkt deze zin hetzelfde te doen als de afsluiting van de eerdere scheppingsfasen. Na elke fase wordt vermeld dat het een eerste, tweede, derde, vierde of vijfde fase was.
Toch is er hier iets opvallends anders.
Hier wordt nadrukkelijk een scheppingsfase, de zesde, genoemd. Dat kleine verschil – het gebruik van het bepalend lidwoord – verandert de toon van de zin.
Bij de eerdere scheppingsfasen wordt de reeks nog niet als afgerond aangeduid. Pas hier wordt zichtbaar dat de zesde scheppingsfase tevens de laatste is van het werk aan de basis van het aardse bestaan.
Vanuit Elohiem als de oneindige kracht die voortdurend zichzelf opnieuw schept, kan worden verklaard dat deze afronding niet vooraf vastlag. De voltooiing openbaart zich in het scheppend handelen zelf.
Maar er is nog meer dat opvalt.
Geen oordeel maar een constatering
In veel vertalingen staat dat alles “zeer goed” is. Dat klinkt als een oordeel achteraf, alsof iemand na afloop terugkijkt en beoordeelt wat er gemaakt is.
Maar in het verhaal staat de verteller midden in het gebeuren. Hij beschrijft wat plaatsvindt terwijl het gebeurt.
Een beschouwend oordeel doorbreekt het vertellende ‘nu’. Dan zou Mosjé zich losmaken van het gebeuren om erover na te denken. Maar hij staat in verbinding met Elohiem, niet in een reflecterende positie daarbuiten.
Daarom kan deze zin beter worden gelezen als een constatering van kracht en voltooiing. Het Hebreeuwse me’od kan namelijk ook duiden op iets dat vol kracht en energie functioneert. De zin geeft dan geen evaluatie achteraf, maar benoemt dat het geheel ‘vol kracht en energie’ is.
Nadruk op het geheel
Een ander bijzonder punt is de formulering.
De tekst zegt niet eenvoudig dat Elohiem alles heeft gemaakt, maar dat hij alles zag wat is gedaan. De nadruk ligt daarmee niet alleen op degene die handelt, maar op het geheel dat tot stand is gekomen.
In het scheppingsverhaal spelen vooral de werkwoorden ‘scheppen’ en ‘doen’ een belangrijke rol. Het werkwoord ‘scheppen’ wordt uitsluitend voor Elohiem gebruikt en markeert het begin van iets nieuws. Het werkwoord ‘doen’ beschrijft hoe datgene wat is begonnen tot stand komt en wordt voltooid. In Genesis 1:31 staat juist ‘doen’: Elohiem ziet het geheel van wat tot stand is gebracht.
Vanuit menselijk perspectief zouden we dat kunnen zien als bescheidenheid: alsof degene die schept zichzelf op de achtergrond plaatst. Vanuit het perspectief van het scheppingsverhaal ligt dat echter anders.
Schepper en schepping verbonden
In Genesis 1:1 is al uitgelegd dat:
Elohiem het scheppingsproces initieert.
Tegelijkertijd maakt Elohiem er deel van uit.
In de tekst wordt Elohiem dus niet alleen voorgesteld als degene die het proces begint, maar ook als iemand die in dat proces aanwezig blijft.
De schepping staat niet los van haar oorsprong. Alles wat ontstaat, blijft verbonden met de bron waaruit het voortkomt.
De bron van het bestaan staat dus niet buiten het geschapene, maar is er tegelijk in aanwezig.
Grammaticale en tekstuele analyse
Wa’jar Elohiem et-kol asjèr asa (ויר אלהים את-כל אשר עשה)
‘En Elohiem zag alles dat gedaan is’
Wa’jar stamt af van het werkwoord ra’ah (zien) en duidt hier niet op een zintuiglijke waarneming met ogen, maar op inzicht en vaststelling. Et geeft aan dat ‘alles’ het lijdend voorwerp is.
Het werkwoord asa is een vorm van de stam osé (עשה). Het wordt doorgaans vertaald als ‘maken’ maar kan ook ‘doen’ of ‘volbrengen’ betekenen. De vorm drukt uit dat de handeling is voltooid.
In het Hebreeuws staat letterlijk ‘alles wat Hij heeft gedaan’. Het werkwoord staat in de derde persoon enkelvoud; het onderwerp wordt niet herhaald omdat uit de context duidelijk is dat het om Elohiem gaat.
Daardoor kan de zin in het Nederlands ook neutraler worden weergegeven als: ‘alles wat is gedaan’. De nadruk ligt dan niet op degene die handelt, maar op het geheel dat tot stand is gekomen.
we’hinee-tov me’od (והנה-טוב מאד)
‘en zie!: goed is – kracht’
we’hinee zou met een versterkende uitroepteken vertaald moeten worden als ‘en zie!. Elohiem is niet zelf aan het woord. Hier vertelt Moshé het verhaal of iemand die het namens hem opschrijft. Voor Elohiem bestaat geen afstand tussen zien en zijn.
We lazen eerder verschillende keren ‘Elohiem zag dat goed is ’- kie-tov. Het woord tov ‘goed’ beschrijft dan geen beoordeling achteraf en geen moreel oordeel. Het duidt op overeenstemming met de richting van de schepping. Goed is geen afgebakend begrip. Het is geen object en geen eindpunt, maar een kwaliteit van zijn.
Me’od is een gangbare uitdrukking voor ‘zeer, ‘heel’ of ‘erg’. Maar Is ook een zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘kracht, ‘vermogen’ of ‘hevigheid’.
Als we de verschillende invalshoeken bij elkaar nemen dan betekent we’hinee-tov me’od’: en zie!: goed is – kracht, een vermogen, een hevigheid.
Geen beoordeling zoals ‘zeer goed,’ maar een constatering.
In de zin van: Tov is onbeperkt, niet af te bakenen, het is een kwaliteit van zijn, goed is er altijd. Goed is kracht, een vermogen om iets in stand te houden, een hevigheid gekenmerkt door intensiteit en energie.
èrèw (ערב) en bokèr (בקר)
De woorden èrèw en bokèr worden traditioneel vertaald als ‘avond’ en ‘ochtend’. Zoals in 1:5 is uitgelegd, gaat het hier echter niet om tijdsaanduidingen, maar om de afronding en bevestiging van een fase in het scheppingsproces.
Met de formule èrèw – boker wordt vastgesteld dat een fase is voltooid en dat het proces kan overgaan naar de volgende stap. Voor de nadere uitleg van deze woorden zie 1:5.
jom ha’sjiesjie (יום הששי) ‘scheppingsfase, de zesde’
Opvallend is dat in deze constructie voor het eerst een bepalend lidwoord verschijnt: ha-sjiesjie (‘de zesde’).
Bij de eerdere aanduidingen van een tweede, derde, vierde en vijfde scheppingsfase ontbreekt het bepalende lidwoord en staat er eenvoudig ‘een tweede scheppingsfase’, ‘een derde scheppingsfase’, enzovoort.
Het lidwoord staat echter niet bij jom, maar bij sjiesjie. Er staat dus niet ha’jom ha’sjiesjie (‘de zesde scheppingsfase’), maar jom ha’sjiesjie: ‘scheppingsfase,de zesde’. Het Nederlandse ‘een’ kan worden toegevoegd om de zin natuurlijk te laten lopen, maar ontbreekt in het Hebreeuws.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom
Geef als eerste een reactie