Wie op een willekeurige dinsdagmorgen langs Tony’s koffiehuis aan de Jodenbreestraat loopt, ziet op het eerste gezicht niets bijzonders.
Een paar vaste gasten drinken koffie, toeristen bestuderen een plattegrond en een serveerster laveert tussen de tafeltjes door. Pas wanneer je even blijft kijken, ontdek je dat zich hier, op een steenworp van de Esnoga, al jaren iets afspeelt dat in geen enkele reisgids staat. Aan een tafeltje bij het raam wordt een eeuwenoude Sefardische zangtraditie levend gehouden. Niet in een concertzaal of conservatorium, maar gewoon tussen cappuccino’s, appeltaart en het geroezemoes van Amsterdam.
Mijn vaste reisgenoot is prinses Lilly la Paz, een ruwharige teckel die ervan overtuigd is dat niet ik, maar zij de agenda bepaalt. Nog voordat ik de deur open, schrijdt zij naar binnen alsof het personeel uitsluitend op haar heeft gewacht. Zonder bestelling verschijnt haar vaste Puppychino. Sommige gasten worden klant, Lilly is inmiddels meubilair.
Aan het raam zit vrijwel iedere ochtend David Nunes Nabarro, met een kop koffie en een flesje Spa Rood. Zodra Lilly hem ziet, versnelt zij haar pas. De eerste vijf jaar van haar leven woonde zij bij David, totdat hij door omstandigheden niet langer voor haar kon zorgen en zij bij mij terechtkwam. Zelf noemt ze dat nog altijd een administratieve vergissing. Volgens Lilly past zij tegenwoordig op míj. David spreekt van onze omgangsregeling. Lilly prefereert de term wekelijkse audiëntie.
Wie David alleen van gezicht kent, vermoedt nauwelijks hoe sterk zijn leven met de Esnoga is verweven. Zijn vader werd kort na de oorlog chazan van de Portugese synagoge en bleef dat tot in de jaren tachtig. Terwijl andere kinderen wakker werden met de geur van koffie, ging het bij de familie Nabarro over diensten, melodieën en de voorbereiding van sjabbat. David zei ooit dat hij de Esnoga niet leerde kennen; hij ademde haar eenvoudigweg in.
Misschien wilde hij daarom zelf nooit chazan worden. Als jongen luisterde hij naar de grote voorzangers van zijn jeugd: Quiros de slager, de oudere mijnheer Blanos en natuurlijk zijn vader. Zonder het te beseffen werd hij het levende geheugen van een traditie die steeds kleiner werd.
“Woef.”
David kijkt ernstig op.
“Ze vraagt waar Bar blijft.”
Ik heb allang geleerd nooit te lachen wanneer David Lilly vertaalt. Hij doet dat zo overtuigend dat je na vijf minuten vergeet dat er eigenlijk alleen een teckel heeft geblaft.
Precies dan komt Bar Vingerling binnen. Hij begroet iedereen, schudt David de hand en haalt een klein keyboard uit zijn rugtas. Het belandt tussen de koffiekopjes alsof een elektronisch instrument op een Amsterdams terras de normaalste zaak van de wereld is.
En misschien is dat hier ook zo.
Wat mij iedere week opnieuw treft, is de vanzelfsprekendheid waarmee alles gebeurt. Niemand kijkt vreemd op. Een serveerster glimlacht, vaste gasten steken hun hand op en toeristen blijven nieuwsgierig luisteren. In een tijd waarin veel Joden zich begrijpelijkerwijs zorgen maken over toenemend antisemitisme, oefenen hier al jaren twee mannen, midden op een druk terras, openlijk de eeuwenoude Portugese synagogale voordracht.
Niet achter gesloten deuren, maar in het volle daglicht. En in al die jaren heb ik nooit een afkeurend woord gehoord. Integendeel. Mensen luisteren, stellen vragen en soms volgt spontaan applaus. Soms blijkt de werkelijkheid hoopvoller dan de krantenkoppen.
Lilly kijkt Bar onderzoekend aan en blaft één keer.
“Ze wil weten,” vertaalt David zonder een spier te vertrekken, “wanneer jij besmet bent geraakt.”
Bar lacht.
“Dat weet ik nog precies.”
Hij kijkt even zwijgend naar buiten.
“Het was tijdens Kal Nidre, in 2014. Ik bezocht voor het eerst een dienst in de Esnoga. Toen Bram Palache Kal Nidre inzette gebeurde er iets. Niet alleen de melodie, maar vooral de voordracht raakte me. Authentiek, tijdloos en totaal anders dan alles wat ik ooit had gehoord.”
David knikt. Hij kent dat gevoel. Hij zag het vroeger al bij bezoekers die voor het eerst een Portugese dienst meemaakten: eerst verbazing, daarna bewondering en tenslotte de wens om te begrijpen waarom deze traditie zo bijzonder klinkt.
Na zijn studie Midden-Oosten aan de Universiteit van Amsterdam kreeg Bar een bijbaan bij de Portugese Israëlitische Gemeente. David was toen verantwoordelijk voor de erediensten én de keuken. Hun gesprekken gingen aanvankelijk nauwelijks over muziek, maar over geschiedenis, gebruiken en de vraag hoe een eeuwenoude traditie vandaag nog betekenis kan hebben.
Langzaam groeide bij Bar de wens om die traditie niet alleen te bestuderen, maar ook te beleven. Hij bezocht een jesjiewa, reisde vanaf 2016 regelmatig naar Israël voor verdere studie en financierde dat met avond- en nachtdiensten in de bediening op een boot aan de Prinsessekade in Leiden.
“Overdag studeren,” zegt hij lachend, “en ’s nachts dienbladen dragen.”
Lilly laat een vragende blaf horen.
“Ze vraagt of je in die jaren eigenlijk ooit hebt geslapen.”
“Niet veel,” bekent Bar.
“Dat hoor je nog steeds,” zegt David droog.
Het hele terras schiet in de lach.
Dan schuift Bar het keyboard langzaam naar zich toe. Zijn handen rusten op de toetsen. Lilly gaat rechtop zitten. David kijkt zwijgend voor zich uit. Zelfs de gesprekken aan de omliggende tafeltjes verstommen.
Er staat iets te gebeuren.
En precies op dat moment protesteert Lilly luid.
“WOEF!”
Ik kijk haar verbaasd aan.
“Wat is er nú weer?”
Ze kijkt mij verwijtend aan.
“De krant is vol.”
Zoals wel vaker blijkt ze gelijk te hebben.
Volgende week zitten we opnieuw aan hetzelfde tafeltje bij Tony’s NY City Bagels. Dan vertelt David hoe de Portugese zangtraditie eeuwenlang zonder één noot op papier werd doorgegeven, waarom een gazan vroeger eerst een streng examen moest afleggen voordat hij de lessenaar mocht beklimmen en hoe hij zelf uitgroeide tot het levende geheugen van deze unieke traditie.
En omdat woorden soms tekortschieten, plaatsen we volgende week ook een korte video waarin Bar Vingerling, gewoon midden op het terras van Tony’s, enkele eeuwenoude Portugese melodieën a capella voordraagt.
Lilly heeft daar overigens nog één opmerking over.
“Woef.”
David glimlacht.
“Ze zegt dat je volgende week vooral het geluid hard moet zetten.”
cover: Talma Joachimsthal
Geef als eerste een reactie