Bloeme Evers heeft Amsterdam zien veranderen, zoals ook haar eigen leven drastisch zou veranderen.
De tragische dood van zoon Sem werd naast haar eigen oorlogservaringen een tweede rode draad in haar leven. Zoon Raph zegt daarover in Bloeme’s raadsel (documentaire van Erga Netz, uitgezonden op 14 december 2017, anderhalf jaar na haar overlijden): het overlijden van Sem was een trigger waardoor ze eindelijk het rouwproces over de Tweede Wereldoorlog kon beginnen.
Na de oorlog moest iedereen meteen weer opbouwen en sterk zijn, zodat er geen ruimte was om te rouwen om de verloren familie. Dat rouwproces begon pas na Sems dood.
Een derde rode draad werd de groei en bloei van haar nageslacht, waaraan ze, gezien haar eigen geschiedenis, intens genot en wellicht ook kracht ontleende.
In deel 1 van Joods Gedreven, dit drieluik over Bloeme Evers-Emden, staat Ruben Vis stil bij de tiende jaartijddag van Bloeme bat Imanoe’el aleha hashalom. Aan de hand van zijn eigen herinneringen, uitspraken van Bloeme en wat anderen van haar leerden, schetst hij een beeld van haar persoon en persoonlijkheid.
Inzet voor de gemeenschap
Bloeme zette zich vol vuur in voor de gemeenschap: eerst samen met haar man en kinderen, later, na Hans’ dood en het vertrek van de kinderen als de moeder van Sjoel West. Aan de wand in de sjoel hangt de uitspraak van haar man Hans: Als alles is verpest, is er altijd nog Sjoeltje West.
Over haar drijfveer zei Bloeme tijdens een OJEC-bijeenkomst* in 1986, naar aanleiding van de vraag waar God was in Auschwitz: ze geloofde in het Joodse volk, dat vooral dankzij de dienst aan de Ene, onzichtbare God in stand was gebleven. Of het nu dankzij of ondanks God was, ze wilde het voortbestaan van dat volk blijven steunen en zich daaraan wijden. “Aan dit ideaal wijd ik mijn leven.”
*OJEC staat voor Overlegorgaan Joden en Christenen
Crescas, waar Bloeme lessen Jodendom gaf, typeerde haar bij een bijeenkomst in 2024 als ‘gedreven Joods’. Haar uitspraak over het Joodse volk dat in stand bleef dankzij de dienst aan de Ene, onzichtbare God lijkt te zijn ontleend aan Van Adam tot Ezra (1955), een Tenach-geschiedenisboek van arts David Hausdorff met een moraliserend karakter.
Hausdorff schreef, kort na de Sjoa, over het Joodse volk dat een bijzondere taak had: ‘het dienen van de Ene, Onzichtbare God, waarbij assimilatie aan het heidendom krachtig bestreden moest worden. Het was niet gemakkelijk de jarenlang gepropageerde onjoodse gedachten weer uit te roeien omdat velen nauwelijks van Gods geboden wisten’.
Precies daaraan had Bloeme haar leven gewijd. Hausdorffs boek behandelt weliswaar de tijd van de profeet Jirmijahoe, maar de keuze van verhalen lijkt ook een spiegel voor zijn lezers, waaronder ongetwijfeld Bloeme.
Studie en wetenschap
Bloeme zag haar leven veranderen: op 38-jarige leeftijd begon ze aan een studie psychologie, haalde in 1973 haar doctoraal en werd onderzoeker. Op 63-jarige leeftijd promoveerde ze. Dat ze dit combineerde met een gezin van zes opgroeiende kinderen, was voor weekblad Margriet in 1973 reden voor een interview. Haar advies aan vrouwen die een universitaire studie overwegen: gewoon doen.
Wel noodzakelijk vond ze een redelijke gezondheid, onverstoorbaarheid en een goed huwelijk. Over die laatste twee: als je in beslag wordt genomen door problemen of angsten, kun je je niet concentreren; je hebt een partner nodig die stimuleert en aanmoedigt, zoals haar man deed. Iets wat in de toenmalige
Nederlandse cultuur niet vanzelfsprekend was, omdat, zoals Bloeme opmerkte, veel mannen niet konden verdragen dat hun vrouw een titel had en zij niet.
Religieuze leraar
Bloeme werd religieuzer, maar nooit fanatiek. Velen vonden in haar een tolerante religieuze lerares; ze gaf cursussen aan Joden met weinig Joodse kennis en aan mensen met een niet-Joodse moeder. Over religie zei ze ooit dat het wellicht het enige is wat de mens werkelijk van het dier onderscheidt. Dat is geen grapje, want steeds meer blijkt dat dieren capaciteiten bezitten waarvan men dacht dat ze uniek menselijk waren, zoals communicatie en het gebruik van werktuigen.
Op 4 juli 2016, twee weken voor haar overlijden, verscheen in het NIW een interview met Erwin Brugmans. Hij woonde sinds 1986 in de Paramaribostraat in Amsterdam-West. Hij vertelt dat Bloeme en haar man hem opvingen toen hij zoekende was naar zijn geloof en afkomst; iets wat voor veel mensen op zoek naar hun Joodse roots gold. Bloeme begreep wat het Jodendom voor hem kon betekenen, en vertaalde het op een manier die aansloot bij wat hij vanuit het socialisme had meegekregen, zodat hij het een goede plaats kon geven.
Hans en Bloeme legden Erwin en anderen het Jodendom uit met de metafoor van de rugzak: kies een rugzak die lekker zit, en doe er een steen in, bijvoorbeeld je eerste Joodse boeken. Loop je daar nog rechtop mee? Doe er dan een tweede steen bij, bijvoorbeeld de sjabbat. Wordt een steen te zwaar, haal hem er dan uit en probeer het later opnieuw, tot je de juiste ballast hebt gevonden. Dat is dan jouw Jodendom.
Een bord vol eten
In 1995 leerde Annemieke Raatsie Bloeme kennen tijdens haar werk als opnameleider bij een tv-programma waar Bloeme en haar zoon Raph te gast waren. Ze raakten in gesprek en Bloeme gaf Annemieke haar telefoonnummer. Daaruit groeide een bijzondere vriendschap: meer dan twintig jaar lang kwam Raatsie elke twee weken op vrijdagochtend bij Bloeme thuis om te leren. Raatsie kreeg, in iets andere bewoordingen maar met dezelfde strekking als Brugmans, de boodschap mee via de metafoor van een bord vol eten: als orthodoxe vrouw at Bloeme er veel van, Raatsie iets minder. Dat maakte niemand een beter of slechter mens. Het ging erom wat bij je paste, en dat kon van moment tot moment verschillen.
Bloeme versus Johan Derksen
In 2011 verbood de Tweede Kamer onbedwelmd ritueel slachten. Op 28 juni 2011, inmiddels 85 jaar oud, zat Bloeme aan tafel bij het praatprogramma Knevel en Van den Brink, samen met onder anderen Wilfred Genee en Johan Derksen. Toen Derksen reageerde op haar verontwaardiging over het voorgenomen verbod (de Eerste Kamer zou het besluit later terugdraaien), wist Bloeme hem zo overtuigend van repliek te dienen dat de notoir bullebakkerige Derksen moest inbinden. Hij moest terugkomen op zijn uitspraak dat ze van ‘een hetze’ had gesproken en zijn opmerking terugnemen dat “mevrouw een trauma van het concentratiekamp” zou hebben.
wordt vervolgd
cover: screenshot uit: AT5 interview met Bloeme Evers-Emden
Dank voor de ‘liefdevolle’ manier waarop Bloeme Evers-Emden zl herinnerd wordt.
Mooi geschreven. Herkenbaar.
Bloeme was een krachtige vrouw en had zóveel te geven. En ze had een warme en zachte kant die zij, wanneer ze het nodig vond, toonde.
Toen mijn eigen moeder de geboorte van ons eerste kind door omstandigheden ‘miste’ stond Bloeme opeens voor onze deur. Zoiets vergeet je nooit meer. Haar ideeën over zwangerschap, geboorte en het eerste jaar van een kind hebben mij inzichten inzichten gegeven die ik niet vond in de gangbare boeken over kinderen in de jaren tachtig.
Begrip voor een ander mens, wellicht lag het in haar natuur, of heeft haar socialistische opvoeding empathie geleerd, uit het Jodendom haalde ze mijns inziens de essentie.
Haar veelzijdigheid en openhartigheid zijn nog steeds inspirerend.
Door dit artikel besef ik weer dat het een voorrecht is haar te hebben gekend. Zelfs al was dat (voor mij) eigenlijk bijna uitsluitend door de vrouwengroep Deborah.