Water dat blijft stromen maakt leven mogelijk

Hertaling Genesis/ Bereshiet 2:10

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Hertaling 2:10 

Genesis/ Bereshiet 2:10

Klassieke vertaling
Een rivier ontspringt vanuit Eden om de tuin te drenken en vandaar splitst hij zich en wordt tot vier hoofdstromen:

Hertaling

Een stroom komt tevoorschijn door Eedèn om het beschermde gebied te drenken; en vandaar zal hij worden gesplitst en zal het tot vier rivierkoppen zijn:

Door Eedèn komt een stroom tevoorschijn.
Niet stilstaand, niet begrensd,
maar levend water dat voortgaat om het beschermde gebied te drenken.

Het water blijft stromen,
voedt, doordrenkt, brengt beweging
waar eerder de damp de aarde verzadigde.

Uit die beweging komt nu stromend water tevoorschijn,
breed en nog niet gebonden aan de bedding van een rivier.

Maar de stroom volgt niet één weg.
Terwijl hij voortgaat, openen zich nieuwe richtingen.
Water versmalt zich, vindt een bedding, een eigen weg
door het land.

Niet als één eenmalige splitsing, maar als een voortdurende beweging:
stromend water dat zich steeds verder vertakt.

Zo ontstaan beginpunten – plaatsen waar de stroom zich opent
naar een nieuwe richting, waaruit opnieuw water voortgaat
om leven te dragen.

De stroom door Eedèn zelf blijft buiten beeld.
Niet deze stroom krijgt een naam, maar de wegen
die eruit voortkomen.

En vanuit die ene stroom vinden rivieren hun weg
door het land, met water dat blijft bewegen,
zich blijft vertakken, en leven brengt
waar het komt.

Betekenis en context

Water dat blijft stromen

Door Eedèn komt een stroom tevoorschijn die het beschermde gebied doordrenkt. Het water verschijnt hier niet als stilstaand water, maar als een voortdurende beweging die leven mogelijk maakt.

De eerder opgestegen damp (2:6) maakte duidelijk dat de waterkringloop was begonnen. Vanuit die ontwikkeling verschijnt nu een stroom die het beschermde gebied doordrenkt. Pas daarna wordt beschreven dat deze stroom zich zal vertakken.

Het beschermde gebied verschijnt hier als een blijvende werkelijkheid. 

Een voortdurend proces van vertakken

De stroom blijft niet één geheel. Terwijl zij verder stroomt, ontstaan nieuwe vertakkingen die ieder hun eigen richting volgen.

De beschrijving wijst niet op een eenmalige splitsing, maar op stromend water dat zich voortdurend blijft vertakken.

De naamloze hoofdstroom

Opvallend is dat de waterstroom die door Eedèn tevoorschijn komt zelf geen naam krijgt, terwijl de rivieren die vandaar ontstaan later wel worden benoemd.

Mogelijke structuren van de rivier

De beschrijving laat verschillende mogelijkheden open voor de manier waarop rivieren ontstaan en zich vertakken.

  1. De brede waterstroom die het beschermde gebied doordrenkt, versmalt zich tot een rivierbedding. Deze hoofdstroom blijft doorstromen en splitst zich onderweg op verschillende plaatsen. De hoofdstroom blijft bestaan, terwijl drie nieuwe vertakkingen een eigen naam krijgen. Zo ontstaan vier rivieren vanuit één doorgaande rivier. 
  2. De brede waterstroom versmalt zich tot een rivier die als hoofdstroom blijft bestaan én zich daarnaast splitst in vier afzonderlijke rivieren. Dan zijn er feitelijk vijf rivieren: een naamloze hoofdstroom en vier benoemde aftakkingen. 
  3. De brede waterstroom blijft binnen het beschermde gebied als brede stroom bestaan en gaat zelf niet als rivier verder het land in. Vanuit deze waterstroom ontstaan vier afzonderlijke rivieren, ieder met een eigen rivierkop.

De beschrijving van Gan Eedèn in de voorgaande en volgende verzen doet veronderstellen dat de watermassa in het begin geen rivier met een rivierbedding vormt, maar een brede waterstroom die het gehele uitgestrekte gebied doordrenkt, zonder zich direct tot een rivier te versmallen.

Zoals in 2:8 is besproken, kan Gan Eedèn worden verstaan als meer dan een gewone geografische plaats. Vanuit die gedachte is het voorstelbaar dat de brede waterstroom aanwezig is binnen deze bijzondere bestaansruimte, terwijl de daaruit voortkomende rivieren zich manifesteren in de voor de mens waarneembare wereld.

Beschermd gebied is definitief 

Dat de waterstroom het beschermde gebied blijft doordrenken, kan erop wijzen dat Gan Eedèn als een afgescheiden, niet-tastbare werkelijkheid blijft bestaan en een eigen watercyclus heeft.

De rivieren die uit deze waterstroom voortkomen, manifesteren zich daarentegen in de voor de mens waarneembare driedimensionale wereld.

Grammaticale en tekstuele analyse

We’nahar (ונהר) ‘een rivier’ of ‘stroom’

Het zelfstandig naamwoord nahar betekent ‘rivier’ of ‘stroom’. Het bijbehorende werkwoord met dezelfde stamletters draagt de betekenis van ‘stromen’.

In de context wordt nahar hier vertaald als ‘stroom’.

jotsee (יצא) ‘komt tevoorschijn’

Jotsee is afkomstig van jatsa (יצא) en betekent onder meer ‘uittrekken’, ‘uitgaan’, ‘tevoorschijn komen’ of ‘ontspringen’.

De vorm is qal, participium mannelijk enkelvoud. Het participium stelt de handeling hier voor als gaande: de stroom komt tevoorschijn.

Dit betekent dat het hier gaat om een voortdurende stroom. Pas daarna wordt beschreven dat deze stroom vandaar zal worden gesplitst.

mee’eedèn (מעדן) ‘door Eedèn’

Eedèn is de naamgeving voor een plek die verwijst naar een staat van zijn zoals in 2:8 is weergegeven. 

Het voorzetsel mee- is de verkorte vorm van min en kent, afhankelijk van de context, verschillende weergaven, waaronder ‘uit’, ‘van’, ‘vanuit’, ‘door’, ‘ten gevolge van’ en ‘ingevolge’.

In de hertaling wordt gekozen voor ‘door Eedèn’. Daarmee kan zowel worden gelezen dat de stroom door Eedèn heen tevoorschijn komt, als dat er een samenhang bestaat tussen Eedèn en het tevoorschijn komen van de stroom.

et-ha’gan (את-הגן) ‘het beschermde gebied’

Eerder werd al zichtbaar dat gan niet alleen ‘tuin’ betekent, maar oorspronkelijk de betekenis draagt van een beschermd gebied of beschermde ruimte, zie 2:8.

Et markeert samen met het lidwoord ha- vóór gan het bepaalde lijdend voorwerp: ‘het beschermde gebied’.

Zoals bij 1:1 is besproken, verschijnt de combinatie et-ha bij elementen die als compleet in hun samenstelling worden aangeduid, ook wanneer verdere ontwikkeling mogelijk blijft. Vanuit diezelfde lezing wordt ook ha’gan hier als een bepaald en in zijn samenstelling bestaand gebied weergegeven.

jipareed (יפרד) ‘hij zal worden gesplitst’

Jipareed is afgeleid van de stam parad, ‘splitsen’ of ‘scheiden’.

De vorm is nif’al, derde persoon mannelijk enkelvoud, onvoltooide vorm (imperfectum). In veel vertalingen lezen we: ‘de rivier splitst zich’. De Hebreeuwse vorm kan echter ook passief worden weergegeven als: ‘hij zal worden gesplitst’.

Een passieve vorm kan in het Nederlands worden weergegeven met:

  • ‘zijn’ + voltooid deelwoord: de nadruk ligt op toestand of resultaat; 
  • ‘worden’ + voltooid deelwoord: de nadruk ligt op proces of verloop. 

Daarom wordt jipareed hier weergegeven als ‘hij zal worden gesplitst’.

De handeling wordt door het imperfectum niet als een reeds afgesloten gebeurtenis voorgesteld. Of daarmee ook een voortdurend of zich herhalend proces wordt aangeduid, moet worden beoordeeld in samenhang met het daaropvolgende we’haja.

we’haja (והיה) ‘en het zal zijn’

We’haja is afgeleid van haja, ‘zijn’ of ‘worden’. De vorm is qal, derde persoon mannelijk enkelvoud, voltooide vorm, voorafgegaan door waw.

Hier volgt we’haja op jipareed, dat in de onvoltooide vorm staat. Volgens Gesenius kan een dergelijke opeenvolging een herhalend of voortdurend proces aanduiden. Genesis 2:10 wordt daarbij door Gesenius zelf als voorbeeld genoemd: we’haja geeft aan dat het opnieuw of telkens weer gebeurt.*

Gesenius stelt daar wa’jehie tegenover. Dat zou hier aangeven dat het eenmaal gebeurde en daarmee als gebeurtenis was afgerond.

We’haja versterkt daarmee het proces dat met jipareed wordt beschreven. De combinatie van jipareed en we’haja duidt op een voortdurend, zich herhalend proces.

le’arba’a rasjiem (לארבעה ראשים) ‘tot vier rivierkoppen’

Het voorzetsel le- betekent hier ‘tot’. Arba’a betekent ‘vier’.

Rosj betekent ‘hoofd’, ‘kop’ of ‘begin’. De meervoudsvorm rasjiem betekent ‘hoofden’ of ‘koppen’ en kan in deze context worden weergegeven als ‘hoofdstromen’, ‘rivierkoppen’ of ‘beginpunten’.

In de hertaling wordt gekozen voor ‘tot vier rivierkoppen’.

*Bron: Gesenius – Hebrew Grammar. ISBN-13:978-0-486-44344-7 en ISBN-10: 0-486-44344-2


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5
Damp stijgt op, water in beweging Genesis/ Bereshiet 2:6
Van vruchtbare aarde tot schepsel Genesis/ Bereshiet 2:7
De verborgen ruimte van Gan Eedèn Genesis/ Bereshiet 2:8
(zie voor de hertaling van 2:9
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9)


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 41 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*