Joden bidden in de synagoge op Jom Kipoer (Grote Verzoendag) het schilderij van Maurycy Gottlieb (1856-1879) is misschien wel het beroemdste en meest gereproduceerde Joodse schilderij ooit.
Het toont een sfeervolle Joodse gebedsdienst in Oost-Europa op de heiligste dag van het Joodse jaar en verbeeldt het Europese Joodse leven van de negentiende eeuw. Gottlieb verwerkte er bovendien autobiografische elementen in.
Sinds 1939 hangt dit iconische werk in het Tel Aviv Museum of Art.
Geboren in Polen
Maurycy Gottlieb werd in 1856 geboren in Polen, in een gebied dat nu tot Oekraïne behoort. Zijn ouders hielden zich aan de Joodse wetten, maar waren redelijk geïntegreerd in de Poolse cultuur, zoals blijkt uit de Poolse namen van zes van hun zeven kinderen. Zijn vader was de welvarende eigenaar van een olieraffinaderij.
Na zijn opleiding aan het college bezocht Maurycy christelijke scholen. Op vijftienjarige leeftijd werd hij toegelaten tot de prestigieuze Weense Academie voor Schone Kunsten.
Leerling van Jan Matejko
Op zijn zeventiende begon Gottlieb in Krakau te studeren bij Jan Matejko, de beroemdste schilder van Polen. Matejko noemde hem zijn meest begaafde en veelbelovende leerling en zag hem als zijn opvolger.
Op zijn twintigste won Gottlieb bij een kunstcompetitie in München een gouden medaille voor zijn schilderij Shylock and Jessica, gebaseerd op Shakespeares De koopman van Venetië. Het gezicht van Jessica was geïnspireerd op de Weense Laura Rosenfeld, zijn geliefde.
Maurycy was een succesvol portretschilder en werd daarnaast bekend om zijn Bijbelse taferelen uit de Tora en het ‘Nieuwe Testament’.
Gottlieb zelf in de synagoge
In 1878, een jaar voor zijn overlijden, schilderde Gottlieb het imposante tafereel van de synagogedienst op Jom Kipoer. Hij had het standaardwerk van Heinrich Graetz, Geschiedenis van de Joden, grondig bestudeerd.
Het schilderij toont een groep biddende mannen, verzonken in contemplatie en melancholie en gehuld in talietot (gebedsmantels).
Wat het schilderij zo bijzonder maakt, is dat Gottlieb zichzelf op drie verschillende leeftijden heeft afgebeeld.
De centrale figuur is een treurig kijkende volwassen man die op zijn arm leunt en een veelkleurige taliet draagt. Anders dan de andere mannen die zwart-witte gebedsmantels dragen.
Links van hem staat een kind, gekleed in een gewaad van brokaat. Het draagt een medaillon met de Hebreeuwse initialen M.G. (Mozes Gottlieb).
Onderaan zien we Maurycy als adolescent, leunend op de schouder van zijn vader.
In de open vrouwengalerij (het gordijn is, zeer ongebruikelijk, weggelaten) schilderde Gottlieb het portret van Laura Rosenfeld, zijn verloofde. Later verbrak zij de verloving en brak daarmee Maurycy’s hart.
Raadselachtig grafschrift
Tussen de portretten van het kind en de leunende man zit een melancholiek kijkende oudere man met een Torarol in zijn armen. Op de Toramantel hangt een zilveren plaatje met de raadselachtige inscriptie:
Geschonken ter nagedachtenis aan de overleden rabbijn Mozes Gottlieb, moge zijn rechtvaardige gedachtenis tot zegen zijn, 5638 (1878).
Maurycy schreef deze tekst een jaar voor zijn overlijden, hetzelfde jaar waarin hij het schilderij maakte. Was hij vooruitziend?
Sydney Lemmon
Karl Schwarz, de eerste directeur van het Tel Aviv Museum of Art dat zijn deuren in 1933 opende, werd in 1938 naar Europa gestuurd om Gottliebs iconische schilderij op te sporen en het uit handen van de nazi’s te redden. Schwarz, die eerder het Joods Museum in Berlijn leidde, reisde tevergeefs van de ene naar de andere Europese hoofdstad. Uiteindelijk vond hij het schilderij in Amsterdam, bij de kunstverzamelaar Sydney Lemmon.
Schwarz wist Lemmon ervan te overtuigen dat Tel Aviv de veiligste plek voor het schilderij was. In 1939 arriveerde het, na een lange bootreis, vrijwel ongeschonden in de haven van Jaffa. De lijst werd in een aparte container vervoerd. Nog datzelfde jaar werd het imposante schilderij aan het publiek getoond.
Gottliebs levenseinde
Over Maurycy Gottliebs vroege dood hangt een sluier. Volgens de ene theorie overleed hij aan een keelontsteking; volgens een andere theorie leed hij aan depressies en pleegde hij zelfmoord nadat hij had gehoord dat Laura Rosenfeld was getrouwd met een Berlijnse bankier.
cover: Vrouwengalerij uit het Jom Kipoer-schilderij van Maurycy Gottlieb uit 1878
Geef als eerste een reactie