Genesis / Beresjiet 1:28
Klassieke vertaling: En God zegende hen en God zei tot hen: ‘Wees vruchtbaar en vermenigvuldig(t u), en vul de aarde en onderwerp haar en heers over de vis van de zee en over het gevogelte in de hemel en over al het levende/gedierte dat op de aarde beweegt/kruipt.
Hertaling
En Elohiem zegende hen en Elohiem zei tot hen: ‘Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vult de aarde en oefent controle over haar uit en heerst over vis van de zee en over gevogelte, de waterelementen daarginds, en over ieder het bewegende dier op de aarde.
Zegen
En Elohiem zegende hen.
Niet slechts als een gunst die wordt gegeven,
maar als een vermogen dat wordt meegegeven.
Een zegen die gericht is op groei, op ontplooiing,
op het steeds opnieuw worden van wat bedoeld is.
Deze zegen vraagt ook om een wijze van leven:
Leven in de geest van Elohiem – steeds opnieuw scheppend, in verbinding met de kracht, gericht op ontwikkeling en voortdurende groei.
Aanspraak
Daarna spreekt Elohiem tot hen.
Niet tot een losse gedachte, maar tot de mens die als categorie wordt aangesproken.
Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vult de aarde.
Dit gaat niet alleen over voortplanting,
maar over vruchtbaarheid in brede zin:
leven dat voortbrengt, zorg die draagt, en aanwezigheid die de aarde vervult zonder haar te ontwrichten.
De aarde wordt niet gegeven om leeg te blijven,
maar om bewoond, bewerkt en gedragen te worden in samenhang met al wat leeft.
Controle
Daarom volgt de opdracht om controle over haar uit te oefenen.
Niet als blinde overheersing, maar als beheer dat voortkomt uit verantwoordelijkheid.
Werkelijke controle begint niet bij de aarde, maar bij de mens zelf.
Wie zichzelf leert beheersen, kan ook de aarde behoeden voor ontregeling.
Zo krijgt de zegen richting:
Groei zonder losbandigheid, vermenigvuldiging zonder uitputting, ontwikkeling zonder verstoring van het geheel.
Heersen
Daarna wordt opnieuw gesproken over heersen over vis van de zee,
over gevogelte, vliegend in de waterelementen daarginds, en het bewegende dier op de aarde
De herhaling verdiept de taak.
Niet macht om te overheersen, maar verantwoordelijkheid om te waken,
te zorgen en in balans te handelen binnen de orde van de schepping.
De zegen en de opdracht zijn hier onlosmakelijk verbonden:
groeien in aantal.
Betekenis en context
Mens als collectieve werkelijkheid
Opvallend is dat de mens in deze verzen consequent in meervoudige aanspreekvormen verschijnt. Reeds in 1:26 wordt gesproken over ‘zij zullen heersen’, en in de daaropvolgende zinnen lezen we ‘hen’ wanneer zegen en opdracht worden uitgesproken.
De tekst spreekt daarbij niet over ‘mensen’ als los meervoud, maar over ‘de mens’ die in meervoudige hoedanigheid wordt aangesproken.
Dit kan worden verklaard doordat ‘de mens’ vanaf het begin als collectieve werkelijkheid binnen de tekst functioneert. De meervoudsvorm behoort daarmee niet tot een latere ontwikkeling, maar maakt deel uit van de oorspronkelijke aanduiding van de mens zoals deze in de scheppingszin wordt geïntroduceerd.
Zegen vóór opdracht
De zegen staat bewust vóór de opdracht. Dit maakt duidelijk dat wat van de mens gevraagd wordt, voortkomt uit wat hem is meegegeven.
Gezegend zijn betekent meer dan iets ontvangen. De zegen stelt de mens in staat zichzelf te vervolmaken, te groeien en zich te ontwikkelen binnen de orde van de schepping.
Vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen hebben daarom niet alleen betrekking op voortplanting, maar op het voortbrengen en ontwikkelen van leven in brede zin.
Mens een leefgebied
Opvallend is dat eerder in 1:22 de vissen en het gevogelte worden aangespoord zich te vermenigvuldigen, terwijl een dergelijke opdracht aan de landdieren ontbreekt.
Een mogelijke verklaring is dat de mens het land met deze dieren deelt. Zee en lucht vormen voor vissen en vogels eigen leefgebieden, terwijl de mens en de landdieren dezelfde aarde bewonen. Juist daarom wordt de mens hier rechtstreeks aangesproken.
Zo krijgt de opdracht het karakter van rentmeesterschap.
Taak, vorm en uitvoering: Genesis 1:26, 1:27 en 1:28 vormen één geheel
In 1:26 wordt de taak van de mens vastgesteld. Daar worden de verschillende domeinen genoemd waarbinnen de mens verantwoordelijkheid ontvangt: water, lucht en aarde, met de daarbij behorende categorieën van leven.
In 1:27 volgt de schepping van de mens. De mens verschijnt niet langer als voornemen, maar als werkelijkheid. Zijn vorm wordt afgestemd op de taak die eerder is vastgesteld.
In 1:28 wordt die taak vervolgens in werking gezet. De mens ontvangt de zegen om vruchtbaar te zijn, zich te vermenigvuldigen, de aarde te vullen en controle over haar uit te oefenen.
Zegen als vermogen tot groei
De zegen wordt niet beschreven als een eenmalige gunst, maar als een vermogen dat werkzaam blijft.
Vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen hebben daarom niet alleen betrekking op voortplanting, maar op het voortbrengen en ontwikkelen van leven in brede zin. De mens krijgt ruimte om te bouwen, te verzorgen en verder te ontwikkelen.
Controle en verantwoordelijkheid
De opdracht om controle over de aarde uit te oefenen staat niet los van de zegen. De opdracht tot controle moet worden gelezen als verantwoordelijkheid voor de aarde en haar ontwikkeling.
Wanneer vervolgens opnieuw over heersen wordt gesproken, wordt de taak uit 1:26 niet volledig herhaald, maar toegepast.
Opvallend is dat de tekst opnieuw spreekt over vis, gevogelte en het bewegende dier op de aarde. De formulering verwijst daarmee terug naar de eerder genoemde domeinen en categorieën uit 1:26.
Ook het woord ieder legt daarbij niet de nadruk op een uitbreiding van de eerder genoemde categorieën, maar op hun volledige reikwijdte binnen de toepassing van de eerder gegeven opdracht.
Daardoor ligt de nadruk niet op een nieuwe indeling van het leven, maar op de uitvoering van de verantwoordelijkheid die eerder aan de mens werd toevertrouwd.
Grammaticale en tekstuele analyse
Wa’jevarèch otam Elohiem (ויברך אתם)
‘En Elohiem zegende hen’
Het werkwoord voor ‘zegenen’ staat in de pi’el– vorm en in verhalende vorm, en duidt op een actieve gerichte handeling.
In de Joodse traditie betekent zegenen: verbinding. Elohiem, de kracht die voortdurend (zichzelf) schept, lijkt dat in de tekst te willen onderstrepen. Zie 1:22.
Opnieuw verschijnt hier de meervoudsvorm “hen”. Dit sluit aan bij 1:26 en 1:27, waar ‘de mens’ eveneens met meervoudige voornaamwoorden en werkwoordsvormen wordt verbonden.
Wa’jomèr lahèm Elohiem (ויאמר להם אלהים)
‘en Elohiem zei tot hen’
Hier staat geen nieuwe scheppingshandeling, maar een gerichte opdracht die volgt op de zegen.
peroe oerevoe oemiloe et-ha’arèts (פרו ורבו ומלאו את-הארץ)
‘Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vult de aarde’
De werkwoorden staan in de gebiedende wijs meervoud: een opdracht aan de mensen en niet tot één persoon. De reeks werkwoorden laat een opbouw zien: vruchtbaarheid, vermenigvuldiging en vervolgens het vullen van de aarde. De formulering suggereert een procesmatige ontwikkeling en geen losstaande handelingen: groei leidt tot vermenigvuldiging, en vermenigvuldiging tot vervulling van de aarde.
wechivsjoeha (וכבשה)
‘en oefent controle over haar uit’
Dit werkwoord staat eveneens in de gebiedende wijs meervoud en bevat het achtervoegsel ha dat verwijst naar ‘haar’, namelijk de aarde. De vorm verbindt de handeling direct met de aarde als object van verantwoordelijkheid.
De grammaticale structuur maakt duidelijk dat de opdracht niet abstract is, maar concreet gericht op de aarde als gegeven leefruimte.
oeredoe bidgat hajam oeve’of hasjamajiem oevechol-chaja haromèsèt al-ha’arèts
(ורדו בדגת הים ובעוף השמים ובכל-חיה הרמשת על-הארץ)
en heerst over vis van de zee en over gevogelte, de waterelementen daarginds, en over ieder het bewegende dier op de aarde.
Ook hier staat het werkwoord in de gebiedende wijs meervoud. Het werkwoord voor heersen sluit grammaticaal aan bij de eerdere formulering in 1:26, waardoor een duidelijke tekstuele samenhang ontstaat tussen aankondiging en uitvoering van de taak.
Opvallend is dat het lidwoord niet bij chaja (‘dier’), maar bij ha’romeset (‘het bewegende’) staat. Daarom is gekozen voor de vertaling: ‘ieder het bewegende dier op de aarde’. De grammaticale nadruk ligt daarmee niet op ‘ieder dier’, maar op de categorie ‘het bewegende’ op de aarde.
De opsomming is opgebouwd uit drie domeinen: water, lucht en aarde. De grammaticale structuur presenteert de opdracht als geordend en afgebakend binnen de scheppingsorde.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, Roubaix, 2024
Geef als eerste een reactie