De Bekeerling

Een van mijn lievelingsboeken – Tohuwabohu van Sammy Gronemann (Berlijn, 1920) – begint met de onsterfelijke zin:

“Berl Weinstein hatte sich wieder einmal taufen lassen.”

Wat was het geval? Telkens wanneer hij geld nodig had om een van zijn dochters uit te huwelijken, liet hij zich dopen en streek hij de premie op die priesters of dominees destijds uitloofden voor de bekering van een Jood. De rest van het boek is een schitterende satire op het Joodse leven in Berlijn en in het imaginaire stadje Borytschev, met als achtergrond de pogroms aan de ene en het gevaar van assimilatie aan de andere kant van Europa.

Die opportunistische doop van Berl Weinstein speelt pas tegen het einde van het boek weer een rol. In het kleine stadje waar zijn familie al eeuwen woont, breekt een pogrom uit. De chaos, de bloeddorst en de angst worden op aangrijpende wijze beschreven. Op het hoogtepunt van de orgie heeft Berl zich in een bronhuisje verscholen om aan het geweld te ontsnappen. Wanneer dat uiteindelijk toch angstwekkend dichtbij komt, ziet hij de plaatselijke evangelisch-lutherse dominee Bode langskomen, die de gemoederen van zijn slavisch-orthodoxe broeders tot bedaren probeert te brengen. Er volgt een innerlijke tweestrijd, waarbij hij met bevende handen zijn doopbewijs uit zijn binnenzak haalt. Zal hij het vege lijf redden door zich aan de brave dominee vast te klampen? De gedachte alleen al brengt hem in gewetensnood, maar hoe dichter de nood aan de man komt, hoe meer hij ertoe neigt de kans op redding aan te grijpen. En toch doet hij het niet.

“Er selbst wußte ja am besten, mit welcher Freude diese christlichen Geistlichen jeden Bekehrten empfangen. Er hatte sich das oft zu Nutzen gemacht, wo es sich nicht wie heute um Leben oder Sterben handelte, sondern nur um einen guten Verdienst. Damals hatte er nie eine Spur von Gewissensbissen empfunden, – hatte er doch mit geringer Mühe den braven Leuten eine geradezu unbezahlbare Freude bereitet. Aber seltsam! Heute, da er die Handlung in äußerster Not begehen sollte – gezwungen – schien sie ihm eine Gemeinheit zu sein. Im entscheidenden Moment hatte er es nicht fertig gebracht, auf Bode zuzulaufen.”

De spanning wordt verder opgebouwd en wanneer een volgende golf van geweld zijn schuilplaats dreigt te overspoelen, ziet hij opnieuw hoe pastor Bode midden in het tumult tussenbeide probeert te komen. Weer tast hij, sidderend van angst, naar het redding brengende doopbewijs. Maar op dat moment gebeurt er iets merkwaardigs: pastor Bode werpt zich op als beschermheer van Heinz Lehnsen, de eigenlijke hoofdpersoon van het boek. Hij is een gedoopte Jood uit Berlijn die in het Oosten juist de weg terug naar het jodendom leek te vinden. “Im vorigen Jahre getauft!” roept pastor Bode uit. Berl schrikt. De aanblik van deze meschummed raakt hem tot in het diepst van zijn ziel en vol afgrijzen verscheurt hij het doopbewijs dat hij nog in zijn hand hield.

Ik moet de laatste tijd vaak denken aan dit boek en vooral aan dat hoofdstuk, Pogrom. De crisis in het Midden-Oosten en de manier waarop de Palestijnse zaak daarin centraal is komen te staan, hebben de Joodse gemeenschappen wereldwijd onder grote druk gezet. Veel mensen ontlenen daaraan een rechtvaardiging om oude antisemitische sentimenten en stereotypen van stal te halen, die gelukkig doorgaans beperkt blijven tot het opiniërende circuit en ‘de socials’. We zien echter ook een toename van microagressie tegen Joden, die helaas steeds vaker uitmondt in ernstig geweld. Natuurlijk is dit alles nog mijlenver verwijderd van Russische pogroms of een nazistische Kristallnacht. Maar op sociologisch niveau is de dynamiek waaromheen de satirische roman van Gronemann is opgebouwd bijna dagelijks zichtbaar in onze media.

Met name aan de linkerkant van het politieke spectrum zie ik onder Joden een toenemende belangstelling voor diasporisme, die doet denken aan de drang tot assimilatie in Duitsland rond 1920. En in de warme aandacht voor Joden die ‘het zionisme afwijzen’ of ‘de genocide erkennen’, meen ik een seculiere versie te herkennen van die ouderwetse vreugde van christelijke geestelijken wanneer zij een bekeerling mochten verwelkomen.

Wat zal het die antizionistische Joden brengen? En wat staat degenen te wachten die weigeren hun band met Israël te ontkennen of te bagatelliseren? De geschiedenis leert dat Joden in dit oeroude krachtenspel, als het erop aankomt, weinig of geen agency hebben. Voor ons bestaat er geen goede kant van de geschiedenis. We bevinden ons, net als Berl Weinstein, in een bronhuisje, terwijl het woeden van de wereld voorbijtrekt en weer naderbij komt. Geopolitieke en demografische factoren hebben ons op een vulkanisch breukvlak geplaatst. Wat zal deze keer bepalend zijn voor ons lot? Wat betekent trouw zijn aan jezelf voor ieder van ons persoonlijk? Welk prijskaartje hangt er aan elk van beide keuzemogelijkheden?

Over Channa Kistemaker 60 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*