Symboliek van de loelav zien we terug bij de vier kinderen van de sedermaaltijd

soekot 

Wij kunnen ons nauwelijks een voorstelling maken van hoe het zo’n tweeduizend jaar geleden was in het oude Judea.

Het was een agrarische samenleving. En er was sprake van veeteelt met rondtrekkende schapen- en geitenkuddes. De Judeeërs, de Joden van toen, hadden de opdracht om jaarlijks driemaal de oogst in de Tempel te offeren. 

Tijdens Pesach ging het om de gerstoogst, Sjawoeot stond in het teken van de tarweoogst en gedurende Soekot draaide het om de laatste oogst van het seizoen.

Wij vieren in onze geïndustrialiseerde samenleving de sjalosj regaliem – de drie ‘voetfeesten’ waarbij men naar de Tempel in Jeruzalem trok – op een andere manier. 

Bij Pesach staat de uittocht uit Egypte centraal en tijdens Sjavoeot draait het om de schenking van de Tora bij de berg Sinai. Gedurende Soekot herinneren we ons de jarenlange tocht door de woestijn naar het beloofde land. Van deze feesten heeft Soekot nog duidelijk het karakter van een landbouwfeest behouden. Er wordt in sjoel gesjokkeld met de loelav en we worden geacht onze maaltijden in de soeka (loofhut) te nuttigen.

Symboliek van het loelavstel

Aan het loelavstel met zijn drie takken en een citrusvrucht is een mooie symboliek verbonden. (Bij toeval zag ik op internet dat de betekenis van smaak en geur wel eens worden omgedraaid.)  

De etrog (de vrucht) heeft smaak en geur. Het staat voor degenen die over veel kennis van de Tora beschikken (smaak) en deze ook in de praktijk brengen met goede daden (geur). 

De palmtak (loelav) heeft smaak, doch geen geur. Met andere woorden, het gaat om mensen die veel weten maar daar is in hun gedrag weinig van te merken. 

De hadas (mirte) smaakt niet, geurt daarentegen wel. Het verwijst naar personen die goede daden verrichten, maar die niet kunnen onderbouwen vanuit hun kennis, want die ontbreekt. 

Dan is er de wilg (arava): noch smaak, noch geur, dus het gaat om hen die niet kunnen bogen op veel kennis en goede daden.

De vier vormen met elkaar het Joodse volk.

Wie herkent zich in een van de beschrijvingen? Of is het zo dat je in je kindertijd als wilg begint en je uiteindelijk als volwassene kan ontwikkelen tot etrog? Er zijn Joden die nadruk zullen leggen op veel Tora-kennis, andere leggen het accent op ethiek en goede daden en niet zozeer op uitputtende Joodse kennis.

Hoe het ook zij, het mooie van de gelijkenis is de slotsom dat de vier met elkaar het Joodse volk vormen. Als er één ontbreekt, is het plaatje niet compleet. De symboliek van het loelavstel zien we ook enigszins terug bij de vier kinderen die langskomen bij de sedermaaltijd: het onwetende, eenvoudige, wijze en opstandige kind.

Als je het dagelijkse nieuws over de Joodse wereld volgt dan dringt zich voor mij onmiddellijk de vraag op wie er in deze tijd opstandig of slecht zijn? Zijn dat de twee Israëlische makers van de voor Israël dodelijke documentaire/film NAZA die bijna een half uur lang werden geëerd met een daverend applaus in Venetië? Of gaat het eerder om kolonisten die met steun van Ben Gvir en Smotrich de op de Westoever (Judea en Samaria) wonende Palestijnen, die beslist niet altijd het beste met hun Joodse buren voor hebben, aanvallen en de Joodse staat wereldwijd een slechte naam bezorgen?

Wisseling nomadische levenswijze en vaste verblijfplaats

Na dit hedendaagse uitstapje terug naar de teksten in Tora die de basis vormen van het Joodse bestaan en ons Joodse geweten. Je kunt op allerlei manieren naar de oude teksten kijken die nog steeds uitermate relevant zijn voor wie ze naar onze tijd kan en wil vertalen. 

Een van de dingen die ik eruit haal is de voortdurende wisseling van een nomadische levenswijze versus een leven met een vaste verblijfplaats, een gesetteld bestaan dus.

Volgens de overlevering begon het Joodse verhaal met Awraham, woonachtig in wat nu Irak is, die in opdracht van de Eeuwige als een nomade wegtrok naar een land dat hij nog niet kende. In Egypte ging het daarna om een vaste woonplaats. Die was gedwongen, want het ging om slavernij. Daarna volgde een jarenlange zwerftocht, nomadisch dus en niet geheel vrijwillig. In ieder geval duurde het veel langer dan het plan was. Het was echter vol te houden omdat het vooruitzicht aanlokkelijk was: vrijheid in het land van melk en honing, dus leven als een nomade hoefde dan niet meer. 

In het beloofde land had het volk een tijdlang een vrij goed bestaan tot aan de eerste ballingschap, een gedwongen vertrek. Die eerste diaspora duurde in vergelijking met de tweede heel kort. 

Tijdens de eeuwenlange tweede ballingschap moesten Joden regelmatig hun biezen pakken om te kunnen overleven (als ze dat al deden!), dus dat kwam weer neer op een soort nomadenbestaan. De ‘wandelende Jood’ heette het. 

Iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan zonder vrees. 

Nomaden zijn afhankelijk van anderen om te kunnen rondtrekken. Als bijna iedereen zich heeft gesetteld, dan wordt de leefwereld van nomaden steeds kleiner. Dus is de behoefte om een eigen stukje grond te hebben, volkomen begrijpelijk en te verdedigen. Iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan zonder vrees. 

Sinds 1948 is er eindelijk opnieuw een Joodse staat waar het Joodse leven inclusief het Hebreeuws tot volle bloei kan komen. Ondanks de vele aanvallen vanuit en oorlogen tegen een vijandige omgeving die Joden de terugkeer naar het vroegere vaderland misgunt. 

Niet alleen aan Joden uit Europa, ook aan Joden uit de eigen Midden-Oosterse regio. Die woonden eeuwen als getolereerde minderheid in de islamitische wereld, maar settelden zich na 1948 en masse en ook daarvoor, zij het sporadisch,  in het Joodse land. Het zionisme is niet nieuw: Nachmanides (Ramban) die Spanje ontvluchtte, nestelde zich in 1267 bewust in Jeruzalem.

Een vals lied in een nieuw jasje?

Misschien is Israël, in ieder geval fysiek, de meest onveilige plek voor Joden, doch elders wordt het inmiddels steeds onvriendelijker. Op allerlei plekken in de diaspora beginnen Joden zich ongemakkelijker te voelen. Komt dat door het doen en laten van de Joodse staat? Of is het antizionisme het nieuwe antisemitisme geworden? Een oud en vals lied in een nieuw jasje?

Daarmee zijn we terug bij Soekot. De soeka is slechts een schamel bouwwerk, een onzekere plek, al is die slechts tijdelijk. Het drukt voor religieuzen onze afhankelijkheid uit van de Allerhoogste of voor niet-religieuzen van ‘de elementen’ en andere externe krachten die we niet in de hand hebben. Het dak van de soeka is met opzet niet dicht. We moeten de sterren en de hemel boven ons kunnen zien. Er is iets Hogers.

Soekot sameach      Cover: Lulavset uit Chabad-video: What Is a Lulav and Etrog Set?


 cover: Lulavset uit Chabadvideo What Is a Lulav and Etrog Set? Screenshot Bloom, 2026

Over Harry Polak 4 Artikelen
Harry Polak (1947) woont sinds 2016 met zijn vrouw in Ra’anana, Israël. Daarvoor woonde hij lang in Amsterdam. Hij was lid en tevens bestuurslid van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Daarnaast was hij jarenlang voorzitter van de dialoogcommissie. Doel was om een goede relaties te bereiken tussen Joden, moslims, christenen en andere levensbeschouwelijke groepen. Het Palestijns-Israëlisch conflict was daarbij een stoorzender.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*