Tatti komt naar Jeroesjalajim? Wordt hem dan verteld dat ik er vrijdags nooit ben? 

Mijn eigen weg #29

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

16 september 2013

Nog één keer met de droge doek over de kruk van de deur en we zijn klaar. De ambulance is weer gereed voor een volgende rit. 

Twee maanden mocht ik op vrijdag werken op de heftruck in een van de magazijnen van Magen David Adom. Van daaruit worden de verschillende hulpposten in en rond Jeroesjalajim bevoorraad. 

Voor een bochoer van vijftien jaar, een Satmar-bochoer nog wel, een prachtbaan. Mammie had me eens op die heftruck moeten zien zitten. Stiekem had ze misschien wel een rondje mee willen rijden. Zou ze trots op me zijn? Of teleurgesteld? Ik ga het haar niet vragen. 

Wat tattie daarvan zou vinden laat zich raden. “Een Rebbese einikel, een toekomstige Rebbe, hoort achter de Gemore te zitten, niet bij de zionisten achter het stuur van  een heftruck”. 

In mijn brieven naar huis schrijf ik daar niets over. Ik laat tattie en mammie maar in de waan dat ik de hele week alleen maar achter de Gemore doorbreng. Dit lijkt me beter voor mijzelf maar ook voor tattie en mammie. Steeds vaker besef ik dat mijn wereld toch niet meer hun wereld is.

Gedalje en Jaffa houd ik via de mail natuurlijk wel op de hoogte. Net zo goed als ze mij schrijven waar ze mee bezig zijn en wat er allemaal op de club gebeurt. 

Maar nu ben ik dus weer op een nieuwe plek beland. Bij de ambulances. 

Aan de rand van de stad staat een garage van Magen David Adom. Daar worden de wagens binnengebracht die tijdens een dienst zo vies worden dat ze niet mogen worden ingezet. Ze moeten daarvoor helemaal schoon en ontsmet zijn. Niet alleen de ambulance zelf maar ook de apparatuur. De hele voorraad hulpmiddelen, verband en medicijnen moet eruit worden gehaald, gevolgd door de apparatuur. De schoonmaakploeg gaat er in en daarna komt de ontsmetting. 

De eerste keer vind ik het wel eng. Er ligt bloed op de grond naast de brancard en er zitten spetters tegen de ramen en op het plafond. Mijn hoed gaat af, mijn kaftan gaat uit. Ik krijg een broek aan met daaroverheen een speciaal pak waarvan de mouwen met elastiek om mijn polsen sluiten. Een muts gaat over mijn hoofd en bedekt mijn gezicht. Ik trek slofjes over mijn schoenen heen. Even is het wel grappig. Van buiten kan niemand zien dat er een Satmar bochoer in dit pak zit. 

Na een paar uur zijn we klaar. Ons werk wordt goedgekeurd. Ik moet net als mijn maatjes een handtekening zetten op het formulier om te bevestigen dat wij de ontsmetting helemaal volgens de regels hebben gedaan. Ik ben misschien nog maar vijftien maar ik voel me nu toch al een grote vent. Niet meer zo’n jesjiewe-knulletje.

Ik scheur de enveloppe open. “Lieve Naftoli, het is binnenkort Jomtof. Rosj Hasjono komt er aan. Daarna Jom Kippoer. Die Heilige Dagen zul je vast in de jesjiewe willen doorbrengen. De Jomtof-sfeer daar is altijd het mooiste voor de bochrim. Mammie en ik hebben besloten dat we je daarna graag over Soekes thuis hebben. We zullen zorgen dat je over een paar weken je vliegticket krijgt. Dan kun je twee weken thuis zijn om daarna weer terug te gaan naar Jeroesjalajim. Zelf reis ik dan met je mee. Om de Rebbe te bezoeken maar ook om te zien hoe het je gaat in de jesjiewe”.  

Ik voel me ongemakkelijk. Tatti komt naar Jeroesjalajim? Gaat hij kijken hoe het mij gaat in de jesjiewe? Wordt tattie dan ook verteld dat ik er vrijdags nooit ben? Moet ik dan vertellen dat ik bij Magen David Adom werk? 

Zoveel vragen spoken door mijn hoofd. En hij zal ook horen dat ik er op sommige middagen niet ben. Dat zijn de dagen dat ik bij mijn zionistische vrienden in de jesjiewe in Ma’ale Adumim leer, wat natuurlijk niemand in mijn eigen jesjiewe weet. Soekes naar huis toe vind ik prima. Maar al mijn geheimen prijs geven? 

Als tattie hiervan hoort, pakt hij me vast in mijn nekvel en stuurt me weer weg. Misschien dan wel naar Amerika of zo, waar heel veel Satmar chassidim wonen. En dat wil ik helemaal niet. Wat moet ik doen? Nou ja, ik zal het wel zien. Het is nog niet zo ver.  

Ik sla mijn Gemore open. Vanmiddag moeten we de twee lange Toisefois met de andere verklaarders nog doorwerken. Ik denk dat ik min of meer al begrijp hoe zij de betekenis van de Gemore hier uitleggen. Maar min of meer begrijpen is niet voldoende. Leren betekent hélemaal begrijpen. 

En zo lukt het me deze middag de zorgen die ik had na het lezen van tatties brief van me af te zetten. 

Wat er gaat gebeuren na Jomtof wanneer ik hier het beis hamedrasj binnenkom met tattie? We zullen wel zien. ‘De Eiberste vindt overal een oplossing voor’. 

Iets van een oplossing heb ik al in mijn hoofd. Vorige week was ik samen met Chagai bij Koosjer Kravi. Dat is een trainingskamp voor jongens van mijn leeftijd als voorbereiding voor het leger. Tot mijn verbazing was ik niet de enige chassidische bochoer daar. Ik ga daar nu niet beginnen. Ik wacht wel tot tattie weer naar huis is. Anders wordt het allemaal nog ingewikkelder. 

Eén ding wordt steeds duidelijker voor mij. Een Rebbese einikel ben ik nu eenmaal, de geschiedenis van mijn voorouders kan ik niet terugdraaien. Maar een Rebbe zoals tattie dat graag had gezien van zijn oudste zoon, zal ik nooit worden. 

‘Naftoli, luister je? Hoor je wat ik zeg? Begrijp je de psjat in Toisefois. En dan juist die vierde regel?’ 

‘Eh, ja, ik zat even met m’n gedachten ergens anders. Kun je het nog één keer herhalen?’ Hoofdschuddend kijkt mijn studiemaatje Sjimon mij aan. Ik zie hoe hij zichzelf afvraagt wat er met mij aan de hand is.’ Ja, ooit zal ik het uitleggen.’


Toisefois Verklaring op de Talmoed
Eiberste De Eeuwige
Psjat Bedoeling/betekenis

Over Lody van de Kamp 126 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*