De verborgen ruimte van Gan Eedèn

Genesis/ Bereshiet 2:8

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet 2:8

Klassieke vertaling: De Eeuwige God had een tuin geplant in Eden in het oosten en plaatste daar de mens die hij had gevormd:

Hertaling:

JHWH Elohiem plantte een beschermde ruimte van tijd en zaligheid; hij plaatste de mens daar die hij vanuit een ver verleden had gevormd:

JHWH Elohiem plantte
een beschermde ruimte
van tijd en zaligheid –
geen plaats van muren of grenzen,
maar een ruimte
die aanwezig en ervaarbaar is.

Zoals iets wordt ingeplant
en vastgezet in de aarde,
zo wordt deze ruimte geplant
in de stroom van het bestaan.

Geen tastbare plaats
zoals een mens een tuin ziet,
maar een werkelijkheid
die alleen ervaren wordt
wanneer verleden en toekomst zwijgen
en alleen het nu aanwezig is.

Daar is geen onrust van morgen,
geen last van wat voorbijging.
Alles is aanwezig
in het ogenblik zelf.

De mens die gevormd werd
uit de doordrenkte aardbodem,
bezield met levensadem,
wordt daar geplaatst,

binnen een beschermde werkelijkheid
die hem omgeeft
en draagt.

Niet als voltooid schepsel,
maar als mens onderweg
naar wat hij worden zal.

Deze ruimte was niet pas ontstaan
op dat moment.
Zij reikt vanuit een ver verleden,
door alle fasen heen
waarin de mens zichtbaar werd:

eerst als gedachte,
daarna geschapen
als mannelijk en vrouwelijk,
vervolgens gevormd
uit grond van de vruchtbare aarde,
en bezield
met levensadem.

Zo komt de mens terecht
in een werkelijkheid
waarin het bestaan niet wordt beheerst
door terugdenken of vooruitgrijpen,
maar door aanwezigheid.

Daar leeft de mens
niet afgesneden van de bron,
maar in open verbondenheid
met de Eeuwige.

En de beschermde ruimte
blijft aanwezig
als een werkelijkheid
die niet met handen te grijpen is,
maar die zich opent
voor wie leeft
in het nu.

Betekenis en context

Een beschermde ruimte

Gan Eedèn wordt meestal voorgesteld als een tuin of paradijs. De oorspronkelijke betekenis van deze woorden wijst echter eerst op een omheinde of beschermde ruimte.

Het Middelnederlandse woord tuun betekende oorspronkelijk niet het stuk grond zelf, maar de omheining eromheen. Het verwees naar een afgesloten of beschermde ruimte. Het Duitse Zaun betekent nog steeds ‘hek’ of ‘omheining’. Ook het Engelse town is ermee verwant: oorspronkelijk een groep huizen binnen een omheining of stadsmuur.

Zelfs in het gezegde ‘ergens intuinen’ klinkt die oude betekenis nog door: iemand wordt figuurlijk ingesloten binnen de begrenzing van een ander.

Ook het woord paradijs verwijst oorspronkelijk naar een omheinde ruimte. Het is afgeleid van het Oud-Perzische pairidaēza, dat letterlijk ‘omwalling’ of ‘ommuurde ruimte’ betekent.

Daarmee dragen zowel ‘tuin’ als ‘paradijs’, maar ook gan zoals uit de grammaticale analyse blijkt, oorspronkelijk dezelfde kernbetekenis: een beschermde of afgebakende ruimte.

Gan Eedèn wordt daarbij niet beschreven als een gewone tastbare plaats, maar als een werkelijkheid die aanwezig en ervaarbaar is.

Geplant in tijd en bestaan

De beschermde ruimte wordt niet alleen beschreven, maar ook geplant. Dat woord wijst op iets dat wordt vastgelegd of ingehecht.

Daarmee ontstaat het beeld van een werkelijkheid die als het ware geworteld wordt binnen de stroom van tijd en bestaan.

Vanuit een ver verleden

‘Uit een ver verleden’ verwijst eerder naar één bepaald moment in het verleden. ‘Vanuit een ver verleden’ duidt op een beweging die zich uitstrekt over meerdere momenten en ontwikkelingsfasen. 

De mens verschijnt eerder al:

  • als visualisatie in onze voorstelling; 
  • daarna in de creatie van mannelijk en vrouwelijk; 
  • vervolgens gevormd uit stof, uit de vruchtbare aarde; 
  • bezield met levensadem als levend wezen. 

De formulering ‘vanuit een ver verleden’ omvat deze eerdere fasen gezamenlijk. De verwijzing naar de mens ‘die hij had gevormd’ verbindt deze eerdere ontwikkeling met zijn plaatsing in Gan Eedèn.

Verdiepende toelichting – Gan Eedèn als beschermde werkelijkheid

Gan Eedèn verschijnt niet als een gewone tastbare plaats in de driedimensionele wereld, maar als een bestaansvorm of toestand die werkelijk aanwezig is, ook al is zij niet op gewone fysieke wijze tastbaar.

Deze ruimte is niet direct aan de zintuigen gebonden, maar wordt ervaarbaar binnen een staat van zijn waarin de mens niet terug- of vooruitdenkt.

De aanduiding be’Eedèn verwijst daarmee naar een staat van zijn. Daarin regeert het heden, gekenmerkt door sublimatie.

In die zin wordt Gan Eedèn beschreven als een beschermde ruimte die als het ware is ingeplant of geworteld binnen de dimensie van tijd.

Geplant en geplaatst

Binnen deze beschermde werkelijkheid plaatste JHWH Elohiem vervolgens de mens. De werkwoorden sluiten op elkaar aan: eerst wordt de beschermde ruimte ‘geplant’, daarna wordt de mens daarin geplaatst.

De mens verschijnt daar terwijl zijn ontwikkeling nog niet is voltooid. Hij is gevormd uit de aardbodem en bezield met levensadem, maar nog niet het volledig functionerende schepsel zoals later zichtbaar zal worden.

Bewustzijn en dimensies

Om deze beschrijving te begrijpen, is het belangrijk onderscheid te maken tussen lichamelijke aanwezigheid en bewustzijn. Volgens de relativiteitstheorie vormen de drie ruimtelijke dimensies en de dimensie van tijd samen de ruimtetijd.

Vanuit deze lezing bevindt de mens zich lichamelijk in de tastbare werkelijkheid, maar leeft tegelijk vanuit een dieper bewustzijn. De mens ervaart daarin een diepe verbondenheid met bron, kosmos en de Eeuwige.

Gan Eedèn verschijnt daardoor als een toestand waarin de mens in het nu leeft en tegelijk verbonden is met JHWH Elohiem.

Grammaticale en tekstuele analyse

Wa’jita  (ויטע) ‘en hij plantte’

Wa’jita is afgeleid van de stam nata (נטע) en betekent ‘planten’ of ‘inplanten’.

De vorm is qal, derde persoon mannelijk enkelvoud. In de wayyiqtol-vorm valt de eerste stamletter, de noen, weg. De vorm wordt hier weergegeven als: ‘hij plantte’.

gan be’eedèn    (גן בעדן) ‘een beschermde ruimte van tijd en zaligheid’

Gan wordt gewoonlijk vertaald als ‘tuin’ en Gan Eedèn vaak weergegeven als ‘paradijs’.

De oorspronkelijke betekenis van woorden als tuin, paradijs en verwante woorden verwijst echter naar een omheinde of beschermde ruimte.

Het werkwoord ganan (גנן) betekent ‘beschermen’ of ‘beschutten’. Vanuit deze samenhang wordt gan hier weergegeven als ‘een beschermde ruimte’ of ‘een beschermd gebied’. 

De stam van Eedèn (ajin–dalet–noen) kent, afhankelijk van de klinkers en woordvorm, verschillende betekenissen:

  • eedèn: zaligheid of genot; 
  • iedeen: verfijnen of sublimeren; 
  • iedan: tijdperk, tijdvak of afgebakende periode. 

Het voorzetsel be- kent verschillende weergaven, waaronder ‘in’ en ‘van’. In samenhang met de genoemde woordvormen wordt hier gekozen voor ‘van’.

De formulering wordt daarmee weergegeven als: ‘een beschermde ruimte van tijd en zaligheid’.

mikèdèm (מקדם)   ‘vanuit een ver verleden’ 

Mikèdèm wordt vaak vertaald als ‘in het oosten’.

In de Hebreeuwse tekst staat echter geen bepalend lidwoord en het voorzetsel mi- betekent ‘uit’ of ‘vanuit’, niet ‘in’.

Kedem kan behalve ‘oosten’ ook ‘voorkant’ of ‘ver verleden’ betekenen.

De beginletters mi zijn een verkorting van min (‘uit’ of ‘vanuit’). De slot-noen valt daarbij grammaticaal weg.

Vanuit de temporele betekenis van kèdèm wordt mikèdèm hier weergegeven als ‘vanuit een ver verleden’.

De formulering verwijst naar een ontwikkeling die zich uitstrekt over eerdere fasen. 

wa’jasèm  sjam  èt-ha’adam   (וישם שם את-האדם)

hij plaatste de mens daar’

Wa’jasèm is afgeleid van sim (שים) en betekent ‘plaatsen’, ‘zetten’ of ‘stellen’.

De vorm is qal, derde persoon mannelijk enkelvoud. Door de omkeer-waw wordt de handeling in het verleden geplaatst: ‘hij plaatste’.

asjèr jatsar  (אשר יצר) die hij had gevormd.

Jatsar is afgeleid van de stam jatsar (יצר) en betekent ‘vormen’. De vorm is qal, derde persoon mannelijk enkelvoud, voltooide tijd.

De vorming van de mens gaat aan het plaatsen in Gan Eedèn vooraf. Daarom wordt jatsar hier weergegeven als ‘hij had gevormd’.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het het Scheppingsverhaal in Bereshiet:


De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5
Damp stijgt op, water in beweging Genesis/ Bereshiet 2:6
Van vruchtbare aarde tot schepsel Genesis/ Bereshiet 2:7


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 40 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*