Drie jaar geleden begon Simchat Tora voor mij zoals ieder ander jaar.
Zoals gebruikelijk ging ik al vroeg in de ochtend naar sjoel. Het hoogtepunt van vreugde na de Hoge Feestdagen en Soekot: een lange dienst, inclusief zeven hakafot: de vreugdedansen met de Torarollen.
Mijn vrouw zou later met de kids volgen. Zoals in veel wijken in Jeruzalem was onze sjoel gevestigd in een lokaal van een school.
Het lokaal was tegelijkertijd de mamad van de school: een beveiligde schuilkamer met dikke muren en gepantserde ramen en deuren. Ik werd gevraagd als chazzan voor te gaan. Op een gegeven moment hoorde ik de zware deuren van de uitgangen dichtgaan.
Ik begreep dat er kennelijk een alarm buiten was en dat dit een voorzorgsmaatregel was. Nog drie of vier keer werden de deuren geopend en gesloten tijdens sjachariet, maar verder merkte ik weinig van wat zich buiten afspeelde.
Tijdens de hakafot ging ik snel naar huis om polshoogte te nemen. Het luchtalarm was inmiddels al meer dan acht keer afgegaan. Met zes kinderen, onder wie een eenjarige tweeling, was het telkens weer naar de schuilkamer.
Voor het eerst zijn geen van mijn kinderen aanwezig bij het oproepen voor de Tora en de speciale kinderzegen.
Als schrale troost kwam ik met zakjes snoep thuis.
Pas aan het einde van Sjabbat begreep ik de omvang van het barbaarse bloedbad dat die ochtend was begonnen.
De dag die veel meer veranderde
Drie jaar later denk ik nog vaak aan die dag. Niet alleen aan wat er toen gebeurde, maar vooral aan wat er sindsdien is veranderd.
Want 7 oktober heeft niet alleen levens gekost. Het heeft ook blijvende littekens achtergelaten.
In Israël verloor een deel van de samenleving een bepaalde vanzelfsprekendheid: het vertrouwen dat vrede en veiligheid met onze buren uiteindelijk binnen handbereik lagen. Het geloof in een vreedzame toekomst is daarmee niet verdwenen, maar voor velen zijn de vanzelfsprekendheid en het vertrouwen dat die toekomst dichtbij was, wel verdwenen.
Maar de schok van 7 oktober bleef niet binnen de grenzen van Israël.
Wat voor Israëli’s begon als een ongekende nationale ramp, werd vrijwel onmiddellijk gevolgd door een wereldwijde golf van reacties. Nog voordat Israël goed en wel had gereageerd, vonden op verschillende plaatsen al demonstraties plaats waarin de aanval werd gelegitimeerd of zelfs gevierd. Op 8 oktober waren in onder meer New York al grote pro-Palestijnse demonstraties, met slogans als Resistance is justified; ook werd toen al de beschuldiging geuit dat Israël ‘genocide’ zou plegen.
Voor veel Israëli’s was dat een tweede schok.
Niet alleen de ontdekking waartoe Hamas in staat was, maar ook hoe snel een deel van de wereld naar een ander verhaal overschakelde. De beelden van vermoorde en ontvoerde Israëli’s waren nog nauwelijks verwerkt, terwijl buiten Israël al protesten ontstonden waarin Israël en later ook Joden wereldwijd ter verantwoording werden geroepen voor een oorlog die nog maar net was begonnen.
Daarna volgde een wereldwijde campagne waarin Israël, het zionisme en steeds vaker ook Joden zelf het doelwit werden van protesten, slogans en intimidatie. De discussie over Israël verschoof voor veel Joden bovendien van iets waar je een politieke mening over kon hebben naar iets dat rechtstreeks hun eigen veiligheid en identiteit raakte.
De posters van de gegijzelden werden daarvan een schrijnend symbool. Foto’s van ontvoerde baby’s, kinderen, vrouwen en ouderen die wereldwijd waren opgehangen om aandacht te vragen voor hun vrijlating, werden vaak weggerukt of vernield.
Voor veel Joden was het een pijnlijke confrontatie met de vraag: waar sta ik eigenlijk voor? En daaruit ontstonden verschillende reacties.
Voorzichtiger danwel intensiever
Sommige Joden trokken zich juist sterker terug. Ze werden voorzichtiger met het zichtbaar dragen van een keppeltje, een davidsster of andere tekenen van hun Joodse identiteit. Zoals zo vaak in de Joodse geschiedenis werd verbergen opnieuw een manier om veiligheid te zoeken.
Maar bij anderen gebeurde precies het tegenovergestelde.
7 oktober bracht hen juist dichter bij hun Joodse identiteit en bij Israël. Sommigen gingen zich intensiever bezighouden met wat het betekent om Joods te zijn. Anderen begonnen zich voor het eerst expliciet als zionist te identificeren. Weer anderen gingen nadenken over aliyah.
Dat is niet alleen een indruk. Onderzoek onder Joodse gemeenschappen laat inderdaad een versterkte verbondenheid met Israël zien na 7 oktober. Zo rapporteerde het Jewish People Policy Institute dat een aanzienlijk deel van de Joodse diaspora zich sterker met Israël verbonden voelde; onder georganiseerde Amerikaanse Joden zei 66 procent zich dichter bij Israël te voelen sinds 7 oktober. Onder bijvoorbeeld Britse Joden steeg het aandeel dat zich als zionist identificeert van 59 procent eind 2022 naar 66 procent in 2025, terwijl ook de belangstelling voor aliyah toenam.
7 oktober heeft mensen dus niet allemaal dezelfde kant op geduwd. Voor de een betekent het: ik moet mij juist meer verbinden met wie ik ben.
Voor de ander: ik moet juist minder zichtbaar zijn.
Maar beide reacties vertellen hetzelfde verhaal: 7 oktober heeft de vraag naar Joodse identiteit voor velen veel persoonlijker en urgenter gemaakt.
Littekens thuis bij de kinderen
En de littekens zijn niet alleen maatschappelijk. Ze zitten ook bij ons thuis.
Een van mijn kinderen controleert tot op de dag van vandaag voor het slapengaan of de deur op slot zit. De balkondeuren moeten hermetisch dicht zijn, met de trisim gesloten.
Een ander kind belt mij iedere ochtend wanneer ze veilig op school is aangekomen. Ze wenst me vervolgens een mooie dag toe, ook al is ze inmiddels een flinke puber.
Het zijn kleine handelingen. Voor een buitenstaander misschien nauwelijks betekenisvol. Maar voor ons vertellen ze een verhaal.
Een verhaal over een gevoel dat sinds 7 oktober veel minder vanzelfsprekend is geworden: veiligheid.
Er is ook voortdurende alertheid. Het gevoel dat er op ieder moment iets kan gebeuren. Dat je telefoon, het nieuws of een sirene je gewone dag plotseling kan veranderen.
Zelfs vakantie is anders geworden.
Waar we vroeger vrijwel automatisch met vakantie naar het buitenland gingen, kiezen we daar nu veel bewuster voor. Niet meer vanzelfsprekend ieder jaar, maar hooguit eens in de twee jaar, afgewisseld met vakantie in Israël.
En ook de bestemming is niet meer alleen een kwestie van zon, prijs of bezienswaardigheden. We denken na over waar we ons als Israëlisch gezin welkom en veilig voelen. Sommige delen van West-Europa, inclusief Nederland, voelen simpelweg niet meer als een vanzelfsprekende vakantiebestemming.
Dat zijn de blijvende littekens van 7 oktober.
Niet alleen de zichtbare littekens van de slachtoffers, de gewonden en de verwoeste gemeenschappen. Ook de onzichtbare littekens van mensen die sindsdien anders naar veiligheid, vertrouwen, reizen, Joodse identiteit en de toekomst kijken.
Misschien is dat wel een van de moeilijkste dingen om uit te leggen aan iemand die 7 oktober alleen als een datum in de geschiedenis kent.
Een oorlog kan eindigen. Een gevoel van veiligheid keert niet automatisch terug.
Drie jaar later leven we nog steeds met wat die ochtend ons heeft afgenomen.
Maar ook met wat die ochtend ons heeft gedwongen opnieuw te ontdekken: wie we zijn, waar we voor staan, waar we ons thuis voelen en wat het betekent om Joods te zijn in een wereld die sinds 7 oktober onmiskenbaar anders aanvoelt.
cover: Hostages and Missing Square, Tel Aviv Art Museum plaza; bron Yosspik, 2024, Wikimedia Commons
Geef als eerste een reactie