Klassieke vertaling
De naam van de tweede rivier is Giechon, de ene die het hele land Cusj omringt.
Hertaling
Naam van de tweede rivier is Giechon; hij is rondgaand geheel land van Cusj.
Na de rijkdom van het land blijft het water stromen.
Giechon.
Zij gaat rond, zoekend haar weg,
voor haar strekt zich het gebied uit:
Cusj.
Het land voelt haar beweging.
Het water trekt verder, zonder haar oorsprong los te laten.
Vanuit Eedèn vindt het water steeds opnieuw ruimte om te stromen.
Betekenis en context
De tweede rivier
Na de beschrijving van de rijkdommen van Chawiela gaat de tekst verder met het noemen van de rivieren. De tweede rivier is Giechon.
Daarmee keert de aandacht terug van het gebied en zijn rijkdommen naar het water dat vanuit Eedèn verdergaat.
Een voortgaande vertakking
De beschrijving sluit aan op het eerdere beeld van water dat zich vertakt en verspreidt. De nadruk ligt opnieuw op de voortdurende beweging van het water dat rondgaat en verder stroomt.
Geheel land van Cusj
De rivier wordt verbonden met geheel land van Cusj. De formulering richt de aandacht niet op een deel van het land, maar op het land in zijn geheel.
De naam Cusj is geografisch niet eenvoudig tot één gebied te beperken. Opvallend is dat in Genesis 10:7 ook Chawiela, de naam van het gebied dat bij de eerste rivier werd genoemd, voorkomt onder de nakomelingen van Cusj.
In Genesis 10:29 wordt Chawiela opnieuw genoemd, nu onder de nakomelingen van Joktan, die met het Arabische gebied worden verbonden. De beide namen laten zich daardoor niet zonder meer als vaste punten op een moderne kaart plaatsen.
Grammaticale en tekstuele analyse
We’sjeem- ha’nahar ha’sjeenie Giechon (ושם-הנהר השני גיחון)
‘Naam van de tweede rivier is Giechon’
De formulering wijkt af van 2:11. Daar staat:
‘sjeem ha’èchad Pisjon’ – ‘naam van de ene is Pisjon’.
Hier staat:
‘we’sjeem-ha’nahar ha’sjeenie Giechon’ – ‘naam van de tweede rivier is Giechon’.
Sjeem ha’nahar vormt een constructusverbinding: ‘naam van de rivier’. Sjeem draagt daarbij zelf geen bepalend lidwoord. De bepaaldheid van de verbinding wordt bepaald door ha’nahar, ‘de rivier’.
In het Bijbels Hebreeuws heeft we– een belangrijke verbindende functie. Het verbindt niet alleen woorden of zinsdelen, maar kan ook de samenhang en voortgang van het verhaal aangeven. De we– aan het begin van 2:13 verbindt de tweede rivier nadrukkelijk met de voorafgaande beschrijving.
In het Nederlands wordt die samenhang vaak al duidelijk door de opeenvolging van zinnen. Daardoor ervaart de lezer niet dat er iets ontbreekt wanneer ‘en’ wordt weggelaten. Het Nederlands heeft die expliciete verbinding minder nodig.
hoe ha’soveev et kol- érèts Cusj (הוא הסובב את כל-ארץ כוש)
‘hij is rondgaand geheel land van Cusj’
Net als bij Pisjon betekent hoe ‘hij’ en verwijst het naar nahar (‘rivier’), dat in het Hebreeuws mannelijk is. Ha’soveev is het participium afgeleid van de stam savav (סבב) en beschrijft een voortgaande, rondgaande beweging.
Tijdens Soekot deze week las ik in Kohelet – Prediker – opnieuw soveev, in een beschrijving van een voortdurende rondgaande beweging. In de vertaling die ik las werd daarbij het woord ‘omgang’ gebruikt. Dat bracht mij terug bij de keuze in 2:11. ‘Rondgaand’ geeft de beweging van soveev beter weer dan ‘cirkelend’, dat gemakkelijk het beeld van een geometrische cirkel oproept. Daarom kies ik hier voor ‘hij is rondgaand’.
Kol betekent ‘heel’, ‘geheel’ of ‘alles van’. In 2:11 werd kol-èrèts ha-Chawiela hertaald als ‘heel een gebied, de Chawiela’. Daar staat vóór Chawiela het bepalend lidwoord ha-, dat in de hertaling behouden is.
In 2:13 ontbreekt dit lidwoord vóór Koesj. Het verschil in lidwoordgebruik is grammaticaal aantoonbaar, maar de mogelijke betekenis ervan voor het verhaal blijft open.
Het Nederlandse ‘van’ staat niet als afzonderlijk woord in het Hebreeuws, maar geeft de verhouding tussen èrèts en de eigennaam Cusj weer.
De betekenis van het bepalend lidwoord
Bij de hertaling wordt er consequent naar gestreefd bepalende lidwoorden als ‘de’ en ‘het’ niet toe te voegen wanneer zij in de Hebreeuwse grondtekst ontbreken, en ze evenmin weg te laten wanneer zij daar wel staan. Niet ieder toegevoegd of weggelaten lidwoord leidt tot een andere betekenis, maar in bepaalde gevallen kan het verschil wezenlijk zijn.
Dat zagen we al in 1:2 bij ‘geest van Elohiem’. Daar staat niet ‘de geest’ en evenmin ‘een geest’. Het ontbreken van het lidwoord laat ruimte voor de interpretatie dat ‘geest’ geen afzonderlijke, aan een mens of wezen gebonden geest aanduidt, maar een allesomvattende werkelijkheid.
Hetzelfde speelt in 2:9 bij ‘goed’. Er staat niet ‘het goede’, alsof een bepaald en aanwijsbaar goed wordt bedoeld, maar ‘goed’ zonder bepalend lidwoord. Ook hier laat het ontbreken van het lidwoord ruimte voor de interpretatie van ‘goed’ als een allesomvattende werkelijkheid, tegenover ‘het onheil’, dat in de tekst wél door het bepalend lidwoord wordt begrensd en bepaald.
Ook vóór èrèts, ‘land’, staat hier geen bepalend lidwoord. In natuurlijk Nederlands kan kol-èrèts Cusj worden weergegeven als ‘heel het land van Cusj’. Om de hertaling consequent dicht bij het Hebreeuws te houden, wordt het lidwoord echter niet toegevoegd. Kol wordt daarom weergegeven als ‘geheel’. Zo ontstaat: ‘geheel land van Cusj’.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het Scheppingsverhaal in Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5
Damp stijgt op, water in beweging Genesis/ Bereshiet 2:6
Van vruchtbare aarde tot schepsel Genesis/ Bereshiet 2:7
De verborgen ruimte van Gan Eedèn Genesis/ Bereshiet 2:8
(zie voor de hertaling van 2:9 Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9)
Water dat blijft stromen brengt leven waar het komt Genesis / Bereshiet 2:10
Pisjon verschijnt als een rivier door een streek van overvloed Genesis / Bereshiet 2:11
Waar water en rijkdom samenkomen Genesis / Bereshiet 2:12
cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom
Zó bijzonder en inspirerend om met deze hertaling en dit commentaar Sjabbat Beresjiet voor te bereiden.
Kol haKavod!
Dank voor het bijdragen aan De Vrijdagavond mét brontekst.