Verlies van het eeuwige leven

Genesis / Bereshiet 2:17

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Klassieke vertaling:
’…, maar van de Boom van kennis van Goed en Kwaad, daarvan mag je niet eten: want op de dag dat je ervan eet zal je zeker sterven’.

Hertaling:
‘…,maar uit de Boom van kennis van Goed en het Onheil, daarvan zul je niet eten, want op een dag – van jouw eten ervan – zul je zeker sterven’.

Een grens binnen de vrijheid

 … maar dan volgt een uitzondering.

Nog klinken de woorden van JHWH Elohiem door. Van elke boom zal de mens vrijelijk eten. Met dat ene woord, ‘maar’, verandert de betekenis van wat zojuist is gezegd. Niet omdat de vrijheid verdwijnt, maar omdat zij een grens krijgt.

Een boom wordt hier uitgezonderd: de Boom van kennis van Goed en het Onheil. Waarom juist deze boom? JHWH Elohiem geeft geen verklaring voor de uitzondering. Wel hoort de mens dat het eten ervan gevolgen zal hebben.

Te midden van alles wat hem ter beschikking staat, valt juist die ene uitzondering op. Ook deze boom behoort tot de beschermde ruimte waarin de mens is opgenomen. Hij staat niet buiten de overvloed waarvan de mens mag genieten, maar maakt er deel van uit.

Kiezen met gevolgen

De mens heeft de naam van de boom gehoord: de Boom van kennis van Goed en het Onheil. Kennis die ook het onheil omvat dat kan ontstaan wanneer de samenhang van de schepping wordt verbroken. Maar wat betekent het om daarvan kennis te krijgen? En waarom zou het eten van deze boom tot sterven leiden? Zal hij zich houden aan wat JHWH Elohiem hem heeft voorgehouden, of kiest hij voor een andere weg?

Wat hij zal doen, ligt nog open. Maar met de vrijheid om te kiezen draagt hij ook de verantwoordelijkheid voor wat hij doet.

Daarmee krijgt de uitzondering een betekenis die verder reikt dan het eten van een vrucht.

Wanneer hij een andere weg kiest, zal dat gevolgen hebben. De woorden van JHWH Elohiem zijn geen dreigement, maar een aanwijzing van wat uit die keuze kan voortvloeien.

Binnen de schepping zijn oorzaak en gevolg met elkaar verbonden. Wat de mens doet, werkt door in wat daarna gebeurt. De gevolgen liggen besloten in de samenhang van de schepping zelf. Niet een opgelegde straf staat hier centraal, maar het gevolg van een keuze waarvoor de mens zelf verantwoordelijkheid draagt. Waar de samenhang binnen de schepping wordt bewaard, blijft het leven in evenwicht. Waar zij wordt verbroken, treden gevolgen op die om herstel vragen.

Het aangekondigde sterven

 ‘Want op een dag — van jouw eten ervan — zul je zeker sterven.’

De mens hoort de woorden van JHWH Elohiem. Voor het eerst klinkt het woord sterven. Hij leeft in het moment, opgenomen in alles wat groeit en zich ontwikkelt. Zijn bestaan kent nog geen zorgen. Hij kan de woorden van JHWH Elohiem horen en onthouden, maar begrijpt hij ook wat sterven werkelijk betekent? Kan hij zich een werkelijkheid voorstellen die hij mogelijk nog nooit heeft ervaren?

Toch hoort hij dat het eten van deze ene boom met zijn sterven verbonden is. Dat hij onmiddellijk na het eten zal sterven, wordt niet gezegd. Wanneer het sterven zal plaatsvinden, blijft open.

In Gan Eedèn staat ook de Boom van het Leven. Eeuwig leven maakt deel uit van deze werkelijkheid. Maar wat betekent dan de aankondiging dat hij zal sterven?

Wanneer de mens later uit Gan Eedèn wordt weggezonden, verliest hij de toegang tot de Boom van het Leven. Zijn leven eindigt niet onmiddellijk, maar hij wordt sterfelijk. Tegen deze achtergrond kunnen de woorden ‘zul je zeker sterven’ worden verstaan als een aanduiding van sterfelijkheid: niet het onmiddellijke einde van het leven, maar het verlies van het eeuwige leven.

De mens heeft de woorden ‘zul je zeker sterven’ gehoord. Maar dat het aangekondigde sterven het verlies van het eeuwige leven betekent, kan hij niet weten en blijft voor hem verborgen.

Grammaticale en tekstuele analyse

oe’mee’eets  ha’da’at  tov wara (ומעץ הדעת טוב ורע)                   

‘maar uit de Boom van kennis van Goed en het Onheil’ 

De eerste letter is een waw, die meestal met ‘en’ wordt vertaald. Hier krijgt de verbinding door de tegenstelling met 2:16 de betekenis ‘maar’.

Mee is een verkorte vorm van min– te vertalen als ‘uit’ of ‘van’. Hier past ‘uit’.

De zin vormt een vervolg op de voorafgaande uitspraak en begint daarom in de vertaling met een kleine letter.

Voor de toelichting en vertaling van de Boom van kennis van Goed en het Onheil wordt verwezen naar 2:9.

Daarom is gekozen voor de vertaling: 

‘maar uit de Boom van kennis van Goed en het Onheil’.

lo  tochal  mimènoe  (לא תאכל ממנו)   ‘daarvan zul je niet eten’

Lo betekent ‘niet’. Tochal is de toekomende tijd, tweede persoon mannelijk enkelvoud, van het werkwoord achal (אכל), ‘eten’. Samen betekent lo tochal: ‘zul je niet eten’.

Mimènoe bestaat uit het voorzetsel min (‘van’ of ‘uit’) en een achtervoegsel in het mannelijk enkelvoud, dat verwijst naar de eerder genoemde boom. Letterlijk kan dit worden weergegeven als ‘van hem’, maar in het Nederlands is ‘daarvan’ natuurlijker.

Genesis/Bereshiet 2:16 en 2:17 vormen samen één doorlopende zin, waarin JHWH Elohiem zich tot de mens richt. Eerst wordt de algemene ruimte aangegeven: van elke boom mag de mens vrijelijk eten. Daarna volgt met oe- de tegenstelling: maar van één bepaalde boom niet. De uitzondering wordt dus pas in het vervolg van de uitspraak bekendgemaakt. Daarmee is de formulering ‘van elke boom’ in 2:16 niet in strijd met de beperking in 2:17.

Ook de werkwoordsvormen onderstrepen dit verschil. In 2:16 staat achol tocheel, een infinitivus absolutus gevolgd door een persoonsvorm. Die combinatie geeft nadruk aan het eten. In 2:17 staat daartegenover de kortere ontkennende formulering lo tochal: ‘zul je niet eten’. De tekst laat zo eerst nadrukkelijk de ruime toestemming klinken en formuleert pas daarna de uitzondering.

Daarom is gekozen voor de vertaling: ‘daarvan zul je niet eten’.

Kie  bejom  acholcha mimènoe (כי ביום אכלך ממנו)    

‘want op een dag van jouw eten ervan’ 

Kie betekent ‘want’ en leidt de verklaring in voor het verbod.

Bejom betekent ‘op een dag’. Voor de grammaticale toelichting en de keuze voor deze hertaling wordt verwezen naar Genesis 2:4.

Acholcha is afgeleid van het werkwoord achal (אכל), ‘eten’. Het is een infinitiefvorm met een achtervoegsel voor de tweede persoon mannelijk enkelvoud. Het gaat daarbij niet om een vervoegde werkwoordsvorm als ‘je eet’ of ‘je zult eten’, maar om het eten als handeling: ‘jouw eten’.

Mimènoe betekent ‘ervan’ en verwijst naar de eerder genoemde boom.

De woorden kie bejom acholcha mimènoe – ‘want op een dag van jouw eten ervan’- verbinden het eten van de boom met het gevolg dat in het volgende zinsdeel wordt genoemd. Deze oorzakelijke samenhang wordt in de hertaling zichtbaar gemaakt.

Mot tamoet (מות תמות)  ‘zul je zeker sterven’

Mot is de infinitivus absolutus van het werkwoord moet (מות), ‘sterven’. Tamoet is de toekomende tijd, tweede persoon mannelijk enkelvoud, van hetzelfde werkwoord: ‘je zult sterven’.

De combinatie van een infinitivus absolutus met een persoonsvorm versterkt de betekenis van het werkwoord. Daardoor krijgt mot tamoet de betekenis ‘zul je zeker sterven’.

Deze constructie kwamen we ook tegen in Genesis 2:16, bij achol tocheel (‘zul je vrijelijk eten’). In beide gevallen wordt het werkwoord versterkt, maar de inhoud van de uitspraken verschilt: eerst de toestemming om te eten, vervolgens de zekerheid van het sterven.

Daarom is gekozen voor de hertaling: ‘zul je zeker sterven’.


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het Scheppingsverhaal in Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet  1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet  1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet  1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet  1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet  1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
Mens – een gedachte die richting krijgt Genesis/ Bereshiet 1:26
Van opdracht naar gestalte Genesis/ Bereshiet 1:27
Zegen gericht op groei, op ontplooiing Genesis/ Bereshiet 1:28
Vrucht draagt zaad en zaad draagt toekomst Genesis/ Bereshiet 1:29
Plantaardig voedsel voor al dat leeft Genesis/ Bereshiet 1:30
Scheppen en voltooien in één Genesis/ Bereshiet 1:31
Hemel en aarde zijn voltooid Genesis/ Bereshiet 2:1
Voltooiing en loslaten Genesis/ Bereshiet 2:2
Rust wordt een begin Genesis/ Bereshiet 2:3
De schepping ontwikkelt zich naar haar bestemming Genesis/ Bereshiet 2:4
Oorzaak en gevolg Genesis/ Bereshiet 2:5
Damp stijgt op, water in beweging Genesis/ Bereshiet 2:6
Van vruchtbare aarde tot schepsel Genesis/ Bereshiet 2:7
De verborgen ruimte van Gan Eedèn Genesis/ Bereshiet 2:8
(zie voor de hertaling van 2:9 Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9)
Water dat blijft stromen brengt leven waar het komt  Genesis / Bereshiet 2:10
Pisjon verschijnt als een rivier door een streek van overvloed Genesis / Bereshiet 2:11
Waar water en rijkdom samenkomen Genesis / Bereshiet 2:12
Beweging en vertakking zetten zich voort Genesis / Bereshiet 2:13
Vier rivieren, één oorsprong Genesis / Bereshiet 2:14
Opgenomen in het leven van Gan Eedèn Genesis / Bereshiet 2:15
Vrijheid als begin voor een optimaal leven Genesis / Bereshiet 2:16


cover: fragment schilderij met Torarol door Marc Chagall, foto Bloom

Over Simon Cohen 48 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*