‘De gebogen, bleke, bange jood bestaat niet meer.’
Haar respect voor andersdenkenden en tolerantie naar degenen met een andere opvatting, moest Bloeme Evers-Emden gaandeweg haar leven inperken. Want als het om antisemitisme en de onterechte of exclusieve kritiek op Israël ging, trok Bloeme een grens. Feilloos wist zij te herkennen als kritiek op Israël de grens van antisemitisme overschreed.
Toen ik tien jaar geleden, direct na haar overlijden, haar In Memoriam schreef, concludeerde ik dat Bloeme haar respect voor andersdenkenden en tolerantie naar degenen met een andere opvatting vooral in de laatste decennia moest inperken. Nu zie ik dat het al een veel langer proces was. Dit blijkt uit een interview dat Bloeme gaf in 1982, dus al zo’n 35 jaar voor haar overlijden.
Dit drieluik is gebaseerd op de toespraak van Ruben Vis bij de tiende jaartijd van Bloeme Evers-Emden
Sjabbat 27 juni 2026; Sjoel West, Amsterdam
Zie Deel 1 en Deel 2
In 1982 ontbrandde de Libanonoorlog, die de eerste Libanonoorlog zou worden. Het weekblad Vrij Nederland bevroeg een aantal Joodse Nederlanders, onder wie mr. Abel Hertzberg, advocaat, Sjoa-overlevende van Bergen-Belsen, veelbekroond schrijver, een steeds kritischer Zionist.
In hetzelfde artikel [Vrij Nederland, 7 augustus 1982] komen nog een aantal Nederlandse Joden aan het woord, als laatste Bloeme Evers-Emden, inmiddels psychologe. De interviewer is Vrij Nederland-verslaggever Max van Weezel, zelf ook Joods. In 1998, achttien jaar later, kozen hij en zijn vrouw Anet Bleich de Sjoel West van Bloeme Evers uit om er de bat mitswa van hun dochter Natascha te vieren.
Van Weezel: Ze heeft een antwoord klaar op al mijn vragen.
‘Onder de doorkijkblouse van de selectieve verontwaardiging,’ formuleert zij geroutineerd, ‘huist de wolf van het antisemitisme. De Nederlanders hebben een schuldcomplex over de oorlog. Er zijn zoveel joden weggevoerd. Er hebben zo weinig Nederlanders [ons] geholpen. Dat schuldgevoel leidt nu tot antisemitisme. Als je de jood nu weer kunt aanwijzen als de slechtaard, als degene die niet deugt, als je Israël en de joden weer van alles de schuld kan geven, kun je rustig de conclusie trekken: we hebben er goed aan gedaan hen niet te redden. Ze deugen toch niet.’
De doorkijkblouse kwam in de mode vanaf eind jaren ’60 en verdween er na een jaar of tien-vijftien weer uit.
Een maand later, in het septembernummer van het mede door Bloeme, samen met onder meer dr. Henriëtte Boas en Fia de Vries Robbé-Polak opgerichte blad Kolénoe voor de bewust Joodse vrouw (Bloeme was in 1978 mede-oprichter en daarna vijftien jaar lang de voorzitter van de Joodse vrouwengroep Deborah), lezen we:
‘Het antisemitisme, gehuld in de doorkijkblouse van het anti-zionisme, vervult de joodse vrouw niet meer van angst maar met woede en ze is niet meer weerloos maar strijdbaar en ze slaat terug.’
Geen angst maar woede; niet meer weerloos maar strijdbaar. Het past naadloos in wat we in het slot van het Vrij Nederland-interview met Bloeme zullen lezen.
Later, in 2001, dus bijna twintig jaar na haar interview in Vrij Nederland, zien we de doorkijkblouse-metafoor opnieuw als Bloeme zegt:
‘In Nederland is een toenemend antisemitisme te bespeuren. Het antisemitisme hier is voor het eerst sinds 1945 weer maatschappelijk geaccepteerd en wordt zeer gesteund en bevorderd door de media via gekleurde en partijdige berichtgeving. Antisemitisme vooral onder de doorkijkblouse van het anti-Israëlisme.’
Het is te lezen in een artikel in Trouw van 7 november 2001, twee maanden na 9/11, dat een verharding had veroorzaakt in de houding van islamitische bewoners van de buurt rondom sjoel West, en ook elders in de stad en in het algemeen in Nederland en de westerse wereld. Daarmee werd Bloeme nadrukkelijk geconfronteerd. De incidenten rondom sjoel West heb ik beschreven in mijn boek over het Joodse leven in Amsterdam West en zijn ontleend aan de antisemitisme-registraties van het CIDI over de buurt uit die jaren.
Die woede – het antisemitisme vervult de Joodse vrouw niet meer van angst maar met woede – is misschien door te trekken naar een andere uitspraak van Bloeme, waar dat element van woede ook voorkomt. In 2008 zei Bloeme, toen ze bij een bijeenkomst sprak over haar onderzoek naar de emoties van onderduikkinderen en hun onderduikouders:
‘Wat de Duitsers ons hebben aangedaan, vervult mij persoonlijk nog steeds met een intense woede. Hoe kon het gebeuren dat wij zo machteloos werden gemaakt, vernederd, beschimpt, bestolen en beroofd, gevangengenomen en uiteindelijk vermoord.’
Terug naar het interview van Max van Weezel met Bloeme Evers-Emden in Vrij Nederland in 1982.
Van Weezel:
‘Die bombardementen op Beiroet zijn niet door antisemieten verzonnen. Die zijn echt.’
[Hierop horen we Bloeme, sprekend met haar menselijkheid, dat humanisme, dat afwijzen van alle Belgen zijn dom, om het voorbeeld aan te halen waarmee ze haar kinderen had opgevoed.]
Van Weezel schrijft: Ze zwijgt. Zegt dan:
‘Het vreet aan me. Het vreet aan me.’
[Vervolgens maakt ze een andere afslag.]
‘Maar we staan met de rug tegen de muur. We hebben alleen dat kleine stukje land. We hebben het gelijk van degene die vecht voor zijn leven.’
‘Die heeft automatisch gelijk?’, vraagt Van Weezel.
‘Als Israël één oorlog verliest, is het afgelopen met Israël. Israël kan zich nooit veroorloven één oorlog te verliezen.’
Ze begint zacht te huilen, daarna harder:
‘De gebogen, bleke, bange jood bestaat niet meer. Nu zijn we onszelf. In 1945 kwam ik uit Auschwitz. In 1948, toen Israël werd opgericht, werd mijn rug pas weer recht. Eindelijk na twintig eeuwen waren we niet meer het slachtoffer. Andere mensen kenden de joden alleen als slachtoffer. Die jood bestaat niet meer. De wereld heeft grote moeite met het aanvaarden van strijdbare joden.’
Geen angst maar woede, niet meer weerloos maar strijdbaar, precies zoals in het Kolénoe-stuk.
Waarop Max van Weezel nog één vraag aan Bloeme stelt:
‘En daarmee kun je alles rechtvaardigen?’
Bloeme Evers, zacht:
‘Alles is beter dan dat ze twee minuten stilte voor je houden.’
Bloeme Evers overleed op 96-jarige leeftijd, met achterlating van een bijzonder gedachtengoed, een mengeling van gevormd-zijn door de Sjoa, diepe religiositeit, een voortdurende verkenning van de religieuze grenzen binnen het Jodendom vooral waar het de rol van de vrouw betreft, een bijna onbegrensde tolerantie maar ook een felheid en verbetenheid als het om Israel en de continuïteit van het Joodse volk ging – daaraan, aan de continuïteit van het Joodse volk, wijdde Bloeme Evers-Emden haar leven.
cover: screenshot uit AT5 interview met Bloeme Evers-Emden
Bloeme’s Raadsel, een documentaire over Bloeme Evers door Erga Netz, produktie Stichting Rainbow, 2023
Geef als eerste een reactie