Investeer in de Joodse jeugd, dat is voor mij herdenken

Bemidbar

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip

Op 4 mei nam ik mijn kinderen mee naar de middag-herdenking op het Rabbijn Maarsenplein. Het was geen bewuste keuze om zulke jonge kinderen naar de herdenking mee te nemen, maar simpelweg vanwege praktische redenen.

Terwijl de kinderen op het plein aan het spelen waren, volgde ik de herdenking op afstand. Dat bracht mij aan het denken: waarom staan wij hier stil? Wat is eigenlijk het doel van herdenken?

Wanneer ik Joodse kinderen op een speelplaats zie spelen, is dat voor mij misschien wel de krachtigste vorm van herdenken. Niet alleen stilstaan bij wat verloren is gegaan, maar vooral koesteren wat wij hebben en daarop voortbouwen.

Choemasj Hapekoediem

Die gedachte zien wij terug in de huidige parasja en in het vierde boek van de Choemasj, Bemidbar (Numeri), waarmee wij deze week beginnen.

Deze Choemasj wordt ook wel Choemasj Hapekoediem genoemd (Misjna Joma 7:1) — “het boek van de (volks)tellingen”. Daaruit is ook de Latijnse naam Numeri ontstaan.

Rasji verklaart waarom volkstellingen zo’n prominente plaats innemen: מִתּוֹךְ חִבָּתָן לְפָנָיו מוֹנֶה אוֹתָם כָּל שָׁעָה – Omdat het Joodse volk dierbaar is voor Hasjem, telt Hij hen telkens opnieuw. Zowel op hoogtepunten — zoals na de inwijding van het Misjkan — als na dieptepunten, zoals de zonde van het gouden kalf.

Zelfs na het gouden kalf, een schokkend dieptepunt na het ontvangen van de Tora, telt Hasjem het Joodse volk opnieuw. Daarmee geeft Hij een krachtige boodschap: er is inderdaad iets ernstigs gebeurd, er is een barst ontstaan in de relatie, toch blijven jullie dierbaar voor Mij. Deze verbondenheid toont Hasjem door het tellen.

Die boodschap kunnen wij ook naar het heden doortrekken. Am Jisraël is dierbaar bij Hasjem, zoals beschreven bij de profeet Malachi (1:2): אָהַבְתִּי אֶתְכֶם אָמַר ה׳ — “Ik hou van jullie, zegt Hasjem.” 

Laten wij dat dan óók koesteren.

Aansporing tot actie

Wanneer wij herdenken, laat het dan niet alleen een moment van stilstaan zijn, maar ook een aansporing tot actie wat wij kunnen doen voor Am Jisraël. Investeer in de Joodse jeugd. Maak Joodse kennis en onderwijs een prioriteit – voor jezelf en voor anderen. Bouw meer Joodse gezinnen. Zorg dat er meer Joodse kinderen geboren worden die trots en bewust Joods kunnen opgroeien.

Dan dragen wij bij aan Choemasj Hepekoediem — het boek van de tellingen.

De geschiedenis kunnen wij niet veranderen. Wij blijven herdenken. Maar laat herdenken ons vooral inspireren om stappen te zetten richting de toekomst.


cover: collage Bloom, 2021

Over Mendel Katzman 12 Artikelen
Rabbijn Mendel Katzman is opgegroeid in Den Haag. Volgde zijn rabbinale opleiding op Jeshivot in de VS en Europa. Nadat hij enkele jaren op het Chabad hoofdkantoor in New York heeft gewerkt, keerde hij samen met gezin terug naar Den Haag. Hier heeft hij, samen met zijn vrouw, twee jongeren community's opgericht, 'CTeen The Hague' voor tieners, en 'Young Jewish The Hague' voor joodse studenten.

3 Comments

  1. “Het was geen bewuste keuze, maar simpelweg vanwege praktische redenen.”

    Dat is misschien nog wel de meest schokkende zin van het hele stuk. Je gaat dus niet bewust naar een 4 mei-herdenking, maar “praktisch”. En vervolgens gebruik je diezelfde herdenking als podium voor een preek over demografie, activisme en “meer kinderen”, terwijl de slachtoffers zelf — vermoorde Joden, Sinti en Roma — vrijwel verdwijnen uit het verhaal.

    Je had ook gewoon twee minuten stil kunnen zijn. Je kinderen even stil kunnen houden of thuis kunnen laten. Dat heet herdenken. Maar blijkbaar reiken je opvoedkundige kwaliteiten niet zo ver, of was zelfs dát te veel gevraagd.

    En dan anderen de les lezen over de betekenis van herinnering. Als een imam dit had geschreven, waren we — terecht — massaal verontwaardigd geweest over zoveel kilte en afstandelijkheid tegenover 4 mei en de Joodse gemente. Dat een “rabbijn” dit schrijft, maakt het des te pijnlijker. Het toont een complete vervreemding van wat zowel Nederland als de Joodse gemeenschap in Nederland heilig achten.

    Als dit orthodoxie moet voorstellen, dan is dat niet alleen beschamend — het is een totale ontheiliging van wat jodendom en herdenken horen te zijn.

    • Beste heer Perenboom,
      Dank voor uw reactie op dit artikel. Het betreft inderdaad een hele gevoelige kwestie: hoe herdenken wij iets dat op zo’n gruwelijke wijze verdwenen is.
      Elk jaar woon ik de herdenking op het Rabbijn Maarsenplein bij. Dat is een bewuste keuze. Tegelijk kies ik er normaal gesproken ook voor om hele jonge kinderen, die eigenlijk op een schommel en glijbaan horen te spelen, niet mee te nemen naar een herdenking. Zij zijn nog te jong om belast te worden met zo’n zwaar en emotioneel onderwerp.
      Dit jaar was dat vanwege praktische omstandigheden anders en nam ik hen daarom mee naar de herdenking van 16.00 uur. Terwijl ik de herdenking bijwoonde, speelden zij op de speelplaats. Juist dat contrast – enerzijds de herdenking en anderzijds spelende Joodse kinderen – bracht mij tot de gedachten die ik in dit stuk heb geprobeerd te verwoorden.
      Ja, ik pleit voor investering in de Joodse jeugd als vorm van herdenken. Dat betekent niet dat de slachtoffers worden vergeten. Integendeel: juist vanuit de herinnering en de herdenking kunnen wij de kracht gehaald worden om te bouwen aan Joods leven. Ik zie dat niet als tegenstrijdig.
      U mag het oneens zijn met wat ik persoonlijk uit een herdenking haal. Dat is uw goed recht. Misschien is dat juist ook de kracht van Am Jisraeel: ondanks verschillende visies zijn wij toch onderdeel van geheel.
      Ik wens u graag een fijne sjabbat toe.
      Sjabbat sjalom

    • David, nergens in de tekst wordt gesteld—of zelfs maar gesuggereerd—dat het Mendel aan intentionaliteit ontbrak in zijn aanwezigheid bij de herdenking. Dat is zelfs duidelijk voor mij als iemand die Nederlands als tweede taal leest. Het enige wat wordt beschreven, is dat hij zijn zeer jonge kinderen meenam uit praktische noodzaak. Je hoeft zelf geen ouder te zijn om de nuance hiervan te begrijpen: kinderen meenemen die nog veel te jong zijn om het volle gewicht van zo’n moment te bevatten, spreekt allerminst vanzelf. Wat ik jammer vind aan jouw interpretatie, is dat je voorbij lijkt te gaan aan de betekenisvolheid van die omstandigheid: hoe de praktische noodzaak dat Mendel zijn kinderen moest meenemen—en daarmee ook zijn bewustzijn als ouder van hun aanwezigheid tijdens de minuten stilte—zijn ervaring van en inzicht in de herdenkingsdaad heeft verdiept. Zo’n inzicht ontstaat alleen bij iemand die werkelijk bewust en ontvankelijk is voor zijn omgeving, en voor de verschillende dynamieken die zich op dat moment tegelijkertijd afspelen. Kun je Mendels reflectie op vergelijkbare wijze benaderen, met een zekere openheid—namelijk vanuit het besef dat de tekst niet uitsluitend geschreven is vanuit het perspectief van iemand die een orthodoxe rabbijn is, maar ook vanuit dat van een ouder en iemand die persoonlijk verbonden is met de herdenking…?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*