Naftoli: “Heeft iedereen zijn falafel op? Laten we op dit muurtje gaan zitten om te bensjen”

mijn eigen weg #22 

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

28 januari 2013

Het is nog best druk in de Oude Stad. Rond dit tijdstip zijn in Stamford Hill de winkels in Dunsmure Road al lang gesloten en de ijzeren rolluiken voor de supermarkt op High Street ook al uren naar beneden. 

Hier in Jeroesjalajim gaat het leven gewoon door. We lopen onder de Jaffa Poort door langs het politiebureau om daarna de smalle straatjes naar de Oude Stad in te slaan. Op de een of andere manier voel ik de kedoesje van dit deel van de stad op me afkomen.

In het schemerdonker lees ik op een bordje naast een smalle voordeur dat hier de sjoel is van de Or Hachajim Hakodoisj. Een Schriftgeleerde die ik alleen maar ken uit het Choemesj. 

De sjoel van de Or Chajim Hakodoisj? Ik blijf staan terwijl mijn vrienden doorlopen. Hoe lang geleden zou deze geleerde hier hebben gedawwend? Zou hij achter deze muren zijn diepzinnige verklaringen op Choemesj hebben geschreven? 

Was dat drie- of vierhonderd jaar geleden? Mijn vingers glijden over de letters van het bordje. Rav Chaim Ibn Attar. Met gesloten ogen zie ik mezelf thuis op sjabbesmiddag tegenover tattie zitten. 

Tattie leest mij vanuit zijn choemesj wat de Heilige Or Hachajim te vertellen heeft over de wekelijkse parsje. Dit waren de wekelijkse spaarzame minuten die tattie mij schonk, naast de tijd die hij de hele week aan het leren besteedde met andere mensen. 

Ik werd iedere week gepakt door de woorden van de Or Hachajim. En nu sta ik in het verre Jeroesjalajim heel dicht bij de plek waar deze geleerde ooit zijn woorden opschreef.

Een dubbel gevoel overvalt me. Aan de ene kant ben ik op weg naar de Koisel. De plek waarover tattie mij zo nadrukkelijk vertelde niet naar toe te gaan. Maar onderweg in mijn ongehoorzaamheid, kom ik langs de Heilige Or Hachajim wiens diepzinnige gedachten tattie iedere week met mij deelde. Ik breng mijn hand naar m’n mond, druk er een kus op en leg deze op de mezoeze naast die deur. 

Ik haal mijn vrienden in op het pleintje. ‘Naftoli, hier is ook een falafel voor jou. Wij hadden trek.’ Chaim likt zijn vingers af. ‘Tot we terug zijn in de jesjiewe is het al heel laat en de keuken zit op slot.’ 

Ik loop de snackbar in, overgiet mijn handen met water achter in de zaak, maak een beroche en neem een hap. Al kauwend staan we even later bij de trap die ons tot vlak bij de Koisel brengt. ‘Heeft iedereen zijn falafel op? Laten we hier op dit muurtje gaan zitten om te bensjen.’

Stap voor stap komen we daarna dichter bij de Koisel. Het is onderhand al bij half twaalf. Hoe laat gaan de mensen hier toch slapen? Zonder een woord met elkaar te delen lopen wij nu met ons groepje het enorme plein op. We zien in de verte de Koisel. 

De immense stenen muur die het laatste restant zou zijn van de plek waar ooit het Beis Hamikdosj heeft gestaan. Of misschien moet ik helemaal niet denken dat dit een restant is van het oude Beis Hamikdosj. 

Het is juist al die eeuwen gespaard gebleven om gebruikt te gaan worden als begin van het nieuwe Beis Hamikdosj. Daarom is het zo heilig en moeten we daar volgens tattie, en natuurlijk ook volgens de Satmar Rebbe, in onze tijd ver weg van blijven.

Vlak voor ons loopt een grote groep Chassidim achter wat zeker een Rebbe moet zijn. ‘Dat is de Slonimer Rebbe, uit Bne B’rak!’ Chaim is helemaal opgewonden. ‘De Rebbe is natuurlijk speciaal voor de jaartijd van zijn vader vanavond naar Jeroesjalajim gekomen. Kom, laten we hem volgen.’ 

Mijn vrienden lopen vooruit in de richting van de Rebbe. Zij sluiten zich aan bij de groep.

Ik blijf alleen achter. Daar is dus de Koisel. Als ik nu rechtdoor loop kan ik zo direct die eeuwenoude stenen van De Muur aanraken. Maar iets houdt mij tegen. 

Rondom het plein staan hoge vlaggenmasten. Met in top allemaal het blauw-witte dundoek als symbool van het moderne Israël. In de club thuis hadden we het er vaak over. 

Gedalje probeerde ons ervan te overtuigen dat we best trots mogen zijn op ons eigen land in deze moderne tijd. En de vlag is daar het teken van. Ook Jaffa heeft geen moeite met de vlag: ‘Onze vaders en moeders leven nog in de oude tijden, toen we vervolgd werden. Onder de wapperende vlaggen in Israël kunnen we ons tenminste  zelf verdedigen.’

Voor de tweede keer vanavond word ik overvallen door twijfel. Eerst bij de sjoel van de Or Hachajim. Het voelde of ik moest kiezen tussen mijzelf verbonden voelen met de Heilige Or Hachajim en naar tattie te luisteren, of gewoon mijn andere gevoel volgen en door te lopen naar de Koisel.

En nu dan op deze plek vol kedoesje. Voor mij zie ik de massa die zich verdringt met of zonder Rebbes om de eeuwenoude stenen van De Muur eventjes aan te mogen raken. Maar dan wel onder het geluid van de wapperende blauw-witte vlaggen die volgens de Satmar Rebbe en dus ook volgens tattie symbool staan voor alles wat er allemaal in deze tijd mis gaat met Klal Jisroeil.

Ik loop niet verder, draai mij om en loop de trappen weer op. Terug de Oude Stad in. Even later sta ik opnieuw bij die voordeur. Ik ga op het stoepje zitten, onder het bordje met de naam van de Or Hachajim erop. 

Uit de zak van mijn kaftan haal ik mijn Tehillim en begin te lezen. Hopelijk kunnen de woorden van de Psalmen de wanorde in mijn hoofd een beetje tot rust brengen.


Kedoesje De Heiligheid
Hakodoisj De Heilige
Mezoeze Het kokertje met de Bijbeltekst dat bevestigd is aan de deurpost
Beroche Lofzegging
Bensjen Het uitspreken van het gebed na het eten
Beis Hamikdosj Heilige Tempel
Kedoesje Gewijdheid
Klal Jisroeil Het Joodse Volk

Over Lody van de Kamp 119 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*