Toli, de Rebbe vond het oprichten van die staat te vroeg zo vlak na de oorlog

Mijn Eigen weg #3

April 2009

De moitse sjabbes heeft thuis altijd iets bijzonders. Dat is een van die weinige rustige momenten in de week. Na hawdolo geeft tattie zijn sjioer. Wanneer daarna de mannen naar huis zijn gegaan en wij in bed liggen, is het de beurt van tattie en mammie om de melave malka te eten. Ik hoor vanuit mijn slaapkamer dat ze dan vaak lang met elkaar zitten te praten.

Ik spits mijn oren. Hebben ze het over mij? Ja, het gaat over “Toli”. 

Stilletjes klim ik uit mijn bed. De keukendeur staat een beetje open. Vanaf halverwege de trap kan ik het gesprek goed volgen. 

‘Breindel, ik begrijp wat je zegt. Toli is inderdaad nog maar een kind. Maar toch. Ik maak me zorgen.’ ‘Je ziet het te somber, Awrohom. Toli is een jochie van net tien jaar oud. En het is nu eenmaal een kind dat geïnteresseerd is in de wereld om zich heen. Misschien anders dan zijn vriendjes. Trouwens, we weten nog helemaal niet hoe onze andere kinderen zijn. Misschien worden die wel net zo nieuwsgierig naar de grotemensenwereld als Toli. Van hem weten we het. Hij is de oudste. Wil je nog het laatste stukje vis?’ ‘Laten we dat delen.’ 

Het is stil. Ik zie voor me hoe tattie het laatste stukje vis doorsnijdt en de helft op mammie’s bord schuift. 

‘Weet je Breindel, wat de anderen betreft, daar pieker ik niet zo over. Maar juist omdat Toli onze bechoir is. De eerstgeborene als directe nazaat van de heilige Rebbe Naftoli. Dat is van mijn kant. En van jouw kant gaat zijn jiches rechtstreeks terug naar de Rebbe, reb Schmelke.’ Weer is het stil. Eigenlijk doe ik iets wat helemaal niet hoort. Dit gesprek is niet voor mij bedoeld maar toch zit ik het stiekem af te luisteren. 

‘Breindel, misschien heb je gelijk. Mogelijk verwacht ik nu te veel van onze Toli. Maar ik vind het moeilijk om hem los te laten. Dat verhaal een tijdje geleden met die muzikant in het park. Ons kind is kwetsbaar. Zo gemakkelijk te beïnvloeden. De soton loert overal. Ik zie het bij andere families. Hun kinderen zijn wel ouder dan Toli. Maar daar is bij sommigen hun weg naar buiten ook ergens begonnen.’

‘Awrohom, er is nog iets. Natuurlijk moeten de kinderen weten hoe wij over Erets Jisroeil denken. Dat is anders dan die grote buitenwereld. We weten precies waarom de Rebbe vindt dat het zionisme niet bij onze manier van Jiddisjkeit past. Maar ik geloof er niet zo in dat onze kinderen met anti-gevoelens naar andere Jidden moeten worden opgevoed. Ook niet naar mensen die wel iets hebben met dat zionisme. Er zijn andere manieren om Toli bij te brengen hoe hij over dingen na moet gaan denken. Jij vindt dat toch ook?’ 

‘Breindel, eigenlijk ben ik wel blij dat je hierover begint. Toen Toli thuis kwam met het verhaal van die mooie muziek die ook nog eens het volkslied is van de mediene, voelde ik me geïrriteerd. Mijn kind vindt dat lied mooi?! Het lied van het zionisme? Je hebt gelijk. 

Ik ben nog steeds heilig overtuigd van mijn waarheid, maar ik had dit anders moeten aanpakken. Ik had de tijd moeten nemen om aan Toli uit te leggen waarom zionisme voor ons een dwaling is. Dat de Rebbe het oprichten van die staat direct na de oorlog te vroeg vond. Voor zo’n moment hadden we moeten wachten tot de Mosjieach komt.  

Je weet, dat ik hier heel streng in ben opgevoed. Mijn vader was een trouwe chossied van de Rebbe. En die moest eenmaal niets hebben van het seculiere van het zionisme. Je kent me. Wanneer ik geïrriteerd ben, lukt het me niet om een goed gesprek te voeren met mijn zoon.’ 

‘Kom, laten we eerst bensjen en dan nog een kop koffie nemen.’ Ik hoor hoe tattie de waterketel vult. ‘Breindel, we gaan wel zien hoe het verder gaat met onze Toli’.

‘Awrohom, een van deze dagen is het zover. Wanneer ik in het ziekenhuis lig, of daarna weer thuis ben met de baby, im Jirtse Hasjeim, is Toli zoals altijd meer op jou aangewezen. Ga je proberen om het hem dan niet te moeilijk te maken? Gaat jou dat lukken?’ Tattie tikt met zijn vingers op tafel. ‘Breindel, ik zal zeker proberen een goede tattie te zijn voor ons oudste jochie. Ik wil niet dat jij je daar deze dagen zorgen over maakt. Het gaat zeker goed komen met Toli. 

We zeggen toch “Ieder kind brengt zijn eigen mazzel mee”? Met de hulp van de Eiberste komt er met onze nieuwe baby opnieuw mazzel in ons huis. Daar zal ook Toli bij gebaat zijn.’ Mammie beaamt dit met een stevig omein. Ik volg haar voorbeeld. Omein. Terug in bed neurie ik de wijs van Elijohoe Hanowi …  

Misschien was het afluisteren wel stout, ik voel me een beetje schuldig. Maar toch ook wel een beetje blij om te horen dat tattie wel streng kan zijn maar best wel om mij geeft.


Moitse Sjabbos: Zaterdagavond na afloop van de Sjabbos
Hawdolo: De ceremonie voor de inwijding van de nieuwe week na afloop van de Sjabbos
Melave Malka: De avondmaaltijd na afloop van de Sjabbos
Bechoir: De eerstgeborene
Jiches: Afstamming
Soton: Satan
Mediene:De Staat Israël
Chossied: Volgeling van de Rebbe
Bensjen: Het uitspreken van het dankgebed na de maaltijd
Im Jirtse Hasjeim: Met G’ds wil
Straimel: De traditionele bontmuts
Bekkisje: De zijden kaftan
Toire: Touro-studie
Erets Jisroeil: Het Land Israël
Jiddisjkeit: Jodendom
Mediene: De Staat
Misjne: Korte citaten uit de Mondelinge Leer
Minche: Het middaggebed


cover: Orthodox-joodse jongen in Londen, beeldkeuze auteur Ontwerp Tali Kahn

Over Lody van de Kamp 101 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*