Parasja

‘Wie met monsters vecht, moet oppassen zelf geen monster te worden’

Ya’akov zegent aan het einde van leven zijn twaalf zonen met een profetische toespraak vol verborgen toespelingen. Daarbij worden veel van zijn zonen vergeleken met dieren.  Midden in zijn redevoering, direct na de zegening van Dan, onderbreekt hij zijn vertoog met een uitroep in de eerste persoon: ‘Lisjoeatecha kiviti Hasjeem – Op uw verlossing wacht ik, Hasjeem!’ (Beresjiet 49:18). Wat is de betekenis van deze uitroep, en waarom volgt deze direct op de zegening van … [Lees verder]

Parasja

Brachot als spiritueel gereedschap (en bron van gedoe)

Deze parasja, het slotdeel van Bereesjiet (Genesis), beschrijft de laatste zeventien levensjaren van aartsvader Ja’akov.  Ja’akov is de derde (en laatste) aartsvader. Hij wordt ook Jisraël genoemd, zijn tweede naam. In deze jaren zou hij pas echt hebben geleefd, zonder grote zorgen. Eigenzinnige geestelijke erfenis De familieverhoudingen zijn al sinds Awraham complex: liefde, voorkeuren, spanningen, onenigheid, vaak de uitkomst van opvoedingsperikelen. Er is lang niet altijd onvoorwaardelijke liefde, maar wel erkenning en dankbaarheid. De oude uitdrukking … [Lees verder]

Parasja

Blinde woede kan leiden tot de eigen ondergang

Ik schrijf dit stuk terwijl ik het laajnen aan het voorbereiden ben voor sjabbat. Een bijzondere sjabbat, want twee van mijn leerlingen gaan ook een stuk laajnen.  De ene leerling is mijn zoon die op het machanee van Tikwatenoe een stukje mag lezen. En bij ons in sjoel een man die op latere leeftijd heeft geleerd om te laajnen. Een mooi voorbeeld hoe de traditie van het laajnen van generatie op generatie wordt overgedragen, soms … [Lees verder]