Blinde woede kan leiden tot de eigen ondergang

Parasja Wajechi

beeldmerk Parasja

Ik schrijf dit stuk terwijl ik het laajnen aan het voorbereiden ben voor sjabbat. Een bijzondere sjabbat, want twee van mijn leerlingen gaan ook een stuk laajnen. 

De ene leerling is mijn zoon die op het machanee van Tikwatenoe een stukje mag lezen. En bij ons in sjoel een man die op latere leeftijd heeft geleerd om te laajnen. Een mooi voorbeeld hoe de traditie van het laajnen van generatie op generatie wordt overgedragen, soms met onvoorziene omwegen. 

Deze man is onderdeel van een generatie die zelf niet altijd de kans heeft gehad om na de oorlog voor hun bar mitswe te leren, of die het toen wel hebben geleerd, het weer zijn vergeten, maar bij wie het een halve eeuw later toch weer gaat kriebelen. 

Overdracht naar nieuwe generatie

De parasja van deze week, Wajechi, gaat ook over de overdracht naar een nieuwe generatie. Wekenlang hebben we over het leven van Ja’akov en Joseef mogen lezen en in deze parasja worden beide geschiedenissen afgerond. 

Ja’akov kijkt terug op zijn leven en besluit zijn zonen een laatste zegening mee te geven. De traditie leert ons dat het de intentie van Ja’akov was om een profetie over de tijd van de Masjiach te geven, vandaar de zin “hetgeen jullie zal gebeuren bij het einde der tijden.” Tegen de tijd dat Ja’akov deze profetie wilde uitspreken, was hij het echter weer vergeten. Dit was blijkbaar niet de bedoeling, zo leert ons de traditie. In plaats daarvan kreeg elke zoon een zegening die bij ieders karakter paste. 

Mijn aandacht gaat altijd uit naar de zoon Dan. Dit heeft een persoonlijke reden. Mijn familie heeft al generaties een lijfspreuk, die inmiddels bij vele neven en nichten thuis boven de deur hangt: 

לישועתך קויתי ה Op uw hulp hoop ik, G’d 

Deze spreuk komt uit de zegening van Dan. Ja’akov voorspelt dat de stam Dan ידין עמו, zal rechter zijn onder zijn volk (vertaling van Dasberg). 

Rasji verwijst naar dezelfde woorden die in parasja Ha’azienoe (Dewariem 32:36) voorkomt: G’d zal rechter zijn onder zijn volk. 

Wraak nemen

Wat bedoelt de Tora daar? G’d zal wraak nemen op de volkeren die het Joodse volk onrecht hebben aangedaan (Dewariem 32:43). 

Rasji wijst erop dat deze tekst een voorspelling is naar Sjimsjon, uit de stam Dan. 

Sjimsjon was een richter, een van de leiders van het joodse volk voor de tijd van de koningen. Hij was een nazier, een persoon die zijn leven aan G’d had gewijd en een aantal onthoudingen aan zichzelf had opgelegd. Zo mocht Sjimsjon zijn haren niet knippen. Mocht u meer over het nazierschap willen lezen, dan verwijs ik u naar mijn column over parasja Naso eerder dit jaar. 

Invallen van Filistijnen uit Gaza

In de tijd van Sjimsjon werd het Joodse volk geteisterd door invallen van Filistijnen uit Gaza. Sjimsjon kreeg de taak om het joodse volk te bevrijden van de Filistijnen. Dat deed hij met behulp van bovenmenselijke krachten die hij vanwege zijn nazierschap had gekregen, maar uiteindelijk werd hij gevangen genomen en naar Gaza gebracht.

Nadat ze zijn haren hadden afgeknipt, was hij zijn bovenmenselijke krachten kwijt. De Filistijnen gaven een groot feest ter gelegenheid van het gevangennemen van Sjimsjon. 

Zijn ogen werden uitgestoken

Sjimsjon werd vastgebonden aan twee pilaren in de tempel van de afgod Dagon. Zijn ogen werden uitgestoken. Hij bad tot G’d om hem nog eenmaal kracht te geven. Dit is volgens Rasji wat Ja’akov met de spreuk לישועתך קויתי ה bedoelde. Met een laatste krachtsinspanning – in blinde woede? – wist Sjimsjon de tempel in te laten storten, waarbij hij samen met de Filistijnen bedolven werd.

Eigen ondergang

Het zal u niet ontgaan dat dit verhaal een enorme actuele waarde heeft. Sjimsjon dacht dat hij onoverwinnelijk was, maar de Gazanen wisten hem toch te treffen. In blinde woede verwoestte hij de Gazanen, maar dit was tevens zijn eigen ondergang. 

Dit is een les die we ons juist nu ter harte kunnen nemen: zelfs in tijde van grote woede en behoefte aan wraak, is het belangrijk te realiseren dat blinde woede tot de eigen ondergang kan leiden, zelfs (of misschien vooral) als je je onoverwinnelijk waant.  

Beter lot dan Sjimsjon

Laten we ook nu hopen op de hulp van G’d, naar een uitweg waarbij ons een beter lot beschoren is dat Sjimsjon. 

Een uitweg waarin we de cyclus van oorlog, haat en wraak kunnen doorbreken en achter ons laten, maar waarin we de traditie van Tora overdragen van generatie op generatie. 

Sjabbat sjalom

Over Michael Hochheimer 4 Artikelen
Michaël Hochheimer groeide op in Amstelveen. Hij studeerde aan Jeshivat haKibuts haDati in Ein Tsurim en theoretische natuurkunde aan de UvA. Michaël zet zich met veel energie in voor de CIZ-Sjoel, onder andere als ba’al koree (voorlezen uit de Tora) en chazan (voorgaan in de dienst). Michaël heeft vele Bar Mitswa-jongens opgeleid en is bestuurslid geweest in veel organisaties, variërend van Bne Akiwa en Ijar tot het CJO en de CIZ Vereniging. In het dagelijks leven is hij beleidsadviseur bij de Nederlands Zorgautoriteit waar hij waakt over de kosten van de gezondheidszorg.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*