beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

Wie niet bang is, kan zelfs de grootste reus verslaan

In deze parasja, die jaarlijks voorafgaand aan Tisja Be’av wordt gelezen, worden twee verhalen opnieuw verteld: het verhaal van de verkenners en van de strijd tegen de koningen Sichon en Og.  Beide verhalen kwamen we eerder tegen in sefer Bemidbar, het vorige boek van de Torah. Ze hangen samen en wijzen ook vooruit naar Tisja Be’av. Onder leiding van Mosjé Rabbenoe strijden Benei Jisraël eerst tegen Sichon, de koning van Chesjbon: met hulp van Hasjeem … [Lees verder]

beeldmerk Parasja in blauw met gele en rode stip
Parasja

‘Wie met monsters vecht, moet oppassen zelf geen monster te worden’

Ya’akov zegent aan het einde van leven zijn twaalf zonen met een profetische toespraak vol verborgen toespelingen. Daarbij worden veel van zijn zonen vergeleken met dieren.  Midden in zijn redevoering, direct na de zegening van Dan, onderbreekt hij zijn vertoog met een uitroep in de eerste persoon: ‘Lisjoeatecha kiviti Hasjeem – Op uw verlossing wacht ik, Hasjeem!’ (Beresjiet 49:18). Wat is de betekenis van deze uitroep, en waarom volgt deze direct op de zegening van … [Lees verder]