Genesis / Beresjiet 1:26
Klassieke vertaling: God zei: ‘laat ons de mens maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis en zij zullen heersen over de vis van de zee, het gevogelte van de hemel en het vee, de gehele aarde, en al het kruipende dat over het aardoppervlak kruipt’:
Hertaling
Elohiem zei: wij zullen mens maken in onze voorstelling, naar onze gelijkenis en zij zullen heersen over vis van de zee en over gevogelte, de waterelementen daarginds, en over de herbivoren, en over de gehele aarde, en over al het voortbewegend kruipende op de aarde.
Een zin die anders klinkt
En dan klinkt een zin die anders is dan alle voorgaande.
Niet: ‘Er zij.’
Niet: ‘De aarde zal voortbrengen.’
Maar:
‘Wij zullen mens maken.’
Geen scheppen – want dat woord blijft voorbehouden aan Elohiem alleen.
Hier gaat het om maken: het vormen van een voorstelling.
Een voornemen wordt uitgesproken.
Geen voltooiing.
Geen zichtbare gestalte.
Er staat niet ‘de mens’.
Alleen mens.
Nog geen gevormd wezen – maar een gedachte die richting krijgt.
In onze voorstelling
Niet als spiegelbeeld, maar in de voorstelling van Elohiem.
Mens bestaat hier eerst als idee, als ontwerp in bewustzijn, voordat hij adem ontvangt.
Zijn taak wordt vastgelegd vóór zijn lichaam wordt gevormd.
Heersen of afdalen
‘En zij zullen heersen.’
Het meervoud verraadt al: dit gaat niet om één enkel mens, maar om mensheid.
Heersen kan leiden, maar hetzelfde woord kan ook afdalen betekenen.
Mens kan stijgen door zorg en bescherming – of dalen door tirannie.
De macht die hier wordt toevertrouwd is nooit los verkrijgbaar van verantwoordelijkheid.
Begrensde heerschappij
Opvallend is wat wordt genoemd – en wat ontbreekt.
Vis van de zee.
Gevogelte bij de waterelementen.
De herbivoren.
Het kruipende dat zich voortbeweegt.
Maar niet de carnivoren.
Niet de grote zeegedrochten.
Mens staat niet boven alles.
Hij wordt geplaatst binnen een orde die al bestaat.
De roofdieren bewaren het evenwicht.
De grote zeereuzen dragen het ecosysteem.
Hun rol is niet aan de mens toevertrouwd.
Over de gehele aarde
Midden in de opsomming klinkt: ‘over de gehele aarde.’
Dat gaat verder dan dieren alleen.
Mens krijgt verantwoordelijkheid voor het gebruik van wat de aarde voortbrengt –
voor opbrengst, vruchtbaarheid, beheer.
Niet om uit te putten, maar om te bewaren.
Rentmeesterschap vanaf het begin.
Nog vóór de vorm
En zo wordt de taak van de mens uitgesproken
nog vóór hij verschijnt, nog vóór hij wordt gevormd.
Eerst verantwoordelijkheid.
Dan gestalte.
Eerst opdracht.
Dan adem.
Wat mens zal zijn, ligt besloten in wat hij doet.
En in dat doen zal blijken of hij heerst – of afdaalt.
Betekenis en context
‘Wij zullen maken’
Het meervoud ‘wij zullen maken’ kreeg in de traditie verschillende duidingen: betrokkenheid van hemelse machten of een mens die niet losstaat van zijn eigen ontwikkeling – een vorm van zelfrealisatie.
Het woord ‘zullen’ markeert dat hier eerst een voorstelling van ‘mens’ wordt aangekondigd.
Mens als concept
Dat hier ‘mens’ zonder lidwoord staat, is een betekenisvol signaal. Het gaat om een plan in wording. De taak van mens wordt eerst vastgelegd, terwijl zijn uiteindelijke vorm nog open blijft.
‘Naar onze gelijkenis’ wijst niet op gelijkheid in wezen, maar op overeenkomst in vermogen. Hij krijgt een positie met verantwoordelijkheid binnen de schepping, niet erboven.
Heersen als verantwoordelijkheid
Vervolgens wordt vastgesteld: “zij zullen heersen”. Het kan leiding en beheer betekenen, maar ook onderdrukking. De macht blijkt tegelijk ruim én begrensd: niet alle dieren worden genoemd.
Dat suggereert dat zijn heerschappij niet absoluut is. Bepaalde delen van het ecosysteem functioneren binnen een eigen orde.
De afwezigheid van carnivoren is betekenisvol. Carnivoren vervullen een regulerende rol binnen het ecologisch evenwicht en worden daarom niet expliciet onder menselijke heerschappij geplaatst. Ook de grote zeegedrochten uit 1:21 lijken niet vanzelfsprekend te behoren tot de categorie “vis van de zee”.
Ruimtelijke ordening van domeinen
De opsomming is hier geen biologische volgorde, maar een ruimtelijke ordening van sferen.
water → lucht → landdieren → land zelf → bodemleven
“Over de gehele aarde” vormt daarmee een zelfstandige categorie in de reeks. De mens krijgt niet alleen verantwoordelijkheid over levende wezens, maar ook over het gebruik van het domein zelf. De plaatsing is betekenisvol: zij markeert de overgang van dieren naar grond.
De verschillen in formulering — soms met, soms zonder lidwoord — hangen samen met het type categorie dat wordt aangeduid: sfeer (zee, lucht), specifieke aardse klasse (de landdieren) of totale verzamelcategorie (al het kruipende). Het gaat niet om willekeur, maar om onderscheiden niveaus binnen de ordening.
Verbinding met de scheppingslijn
De volgorde weerspiegelt bovendien de lijn van het scheppingsverhaal zelf:
- leven verschijnt eerst in water
- daarna in lucht
- vervolgens op land
Het is geen biologische uitleg, maar een theologische ordening van domeinen.
Grammaticale en tekstuele analyse
Na’aseh(נעשה) ‘Wij zullen maken’
Het werkwoord na’aseh is een eerste persoon meervoudsvorm en betekent: ‘laat ons maken’ of ‘wij zullen maken’.
Hier wordt asa gebruikt: maken, doen – het maken van een gedachte.
Het meervoud “wij” wordt in de tekst zelf niet nader toegelicht
Adam (אדם) ‘Mens’
Het zelfstandig naamwoord adam verschijnt zonder het bepalend lidwoord. Er staat niet ha’adam (‘de mens’). Daarmee wordt geen specifiek individu met lichaamskenmerken aangeduid, maar mens als categorie of concept.
betsalmeinoe(בצלמנו) ‘in onze voorstelling’
In veel bestaande vertalingen staat hier ‘naar ons beeld’. Het voorzetsel be betekent echter letterlijk ‘in’.
Tselem (tsade-lamed-meem) betekent ‘beeld’ of ‘voorstelling’.
In deze context is “voorstelling” preciezer, omdat het gaat om het maken van een gedachte of concept, niet om een uiterlijke vorm.
kidmoeteinoe(כדמותנו) ‘naar onze gelijkenis’
Kidmoeteinoe begint met de letter kaf, die vergelijking aanduidt: ‘als’ of ‘naar’.
Het zelfstandig naamwoord demoet betekent ‘gelijkenis’.
Het achtervoegsel -einoe betekent ‘ons’.
De Hebreeuwse voorzetsels be (ב) – ‘in’ – en ke (כ) – ‘als’ of ‘naar’ – worden soms vertaald als ‘overeenkomstig’. Dat kan echter verwarring geven, vooral wanneer ‘beeld’ wordt opgevat als uiterlijke verschijning. De tekst maakt hier juist onderscheid tussen ‘in onze voorstelling’ en ‘naar onze gelijkenis’.
we’jirdoe bidgat hajam (וירדו בדגת הים) ‘en zij zullen heersen over vis van de zee’
We’jirdoe is een derde persoon meervoud toekomende tijd van het werkwoord radah (רדה) – ‘heersen’. De voorafgaande waw functioneert hier niet als omkeer-waw; de werkwoordstijd blijft toekomend.
De meervoudsvorm van het werkwoord duidt op meer dan één mens.
Radah bestaat uit de stamletters reesj – daled – hee.
In de uitlegtraditie is erop gewezen dat de geschreven vorm וירדו ook gelezen kan worden als we’jeiredoe van de stam jarad (ירד) – ‘afdalen’. Zo ontstaat een dubbele duiding: wie geroepen is te heersen, kan afdalen bij verkeerd gebruik van macht.
Bidgat (waarbij de g wordt uitgesproken als in het Engelse good) is een constructievorm van dagah (‘vis’) verbonden met hajam (‘de zee’): letterlijk ‘vis van de zee’.
De formulering draagt een dubbele boodschap: vis die uit de zee wordt gehaald en daar ook is ontstaan.
oeve’of hasjamajiem (השמים ובעוף) en over gevogelte, de waterelementen daarginds’
Hier ontbreekt de grammaticale vorm die een duidelijke ‘van’-verbinding aangeeft, zoals bij bidgat hajam (‘vis van de zee’). De tekst zegt dus niet: “gevogelte van de waterelementen”, maar noemt beide direct achter elkaar zonder grammaticale ‘van’-verbinding.
Opvallend is de vocalisatie: het woord wordt hier geschreven met een patach (a-klank), zoals in 1:1, waar het verwijst naar waterelementen. In 1:8 daarentegen wordt de gevormde dampkring met een kamets (o-klank) geschreven.
Deze klankverschillen hangen ook samen met de overgeleverde klinkertekens en voordrachtstekens, die bij het lezen het ritme en de pauzes aangeven. De kamats, die in de basis een a-klank weergeeft, kan in bepaalde contexten als een o-klank worden gehoord
Dat verschil is betekenisdragend. De a-vorm duidt hier op het aardnabije gebied, tegen de onderzijde van de gevormde dampkring waar wolken, regen en dampkringprocessen plaatsvinden en waar vrijwel al het gevogelte zich bevindt (zie 1:20), terwijl de o-vorm specifiek de dampkring zelf aanduidt. Hier wordt grammaticaal een positionering van het gevogelte aangeduid, geen oorsprong.
oevabeheima (ובבהמה) ‘en over de herbivoren’
Opvallend is dat de carnivoren hier niet expliciet worden vermeld.
oewechol- ha’arets (ובכל-הארץ) ‘en over de gehele aarde’
De aarde is een zelfstandige categorie in de reeks.
oewechol-haremes haromeis ngal-ha’arets (ובכל-הרמש הרמש על-הארץ) ‘en over al het voortbewegend kruipende op de aarde’
Het zelfstandig naamwoord remes (‘kruipend gedierte’) wordt gevolgd door het participium haromeis (‘het kruipende’). De herhaling benadrukt dat het specifiek om voortbewegend kruipend leven gaat.
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
Dag en nacht ons kompas Genesis/ Bereshiet 1:18
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:19 ontbreekt op verzoek auteur)
Vinnen worden vleugels Genesis/ Bereshiet 1:20
Soorten zeeën, soorten leven Genesis/ Bereshiet 1:21
Elohiem zegende hen: een stille, krachtige overdracht van energie en gevoel Genesis/ Bereshiet 1:22
(red.: Genesis/ Bereshiet 1:23 ontbreekt op verzoek auteur)
Als silhouetten achter een sluier Genesis/ Bereshiet 1:24
Grond die leven draagt Genesis/ Bereshiet 1:25
cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, Roubaix, 2024
Geef als eerste een reactie