‘Mensen werden dus een nummer,’ zegt Sophie. Opnames voor NPO Zapp 4 mei

4 mei 19:20 NPO ZAPP

Samen met mijn kleindochters Sophie en Isa (tien en twaalf jaar) ben ik  gevraagd of we mee willen werken aan NPO Zapp, direct na het Jeugdjournaal van 4 mei.

De special zal gaan over vlucht, verzet en verraad. Wij zijn gevraagd voor het onderdeel vlucht.  Mijn vader, hun overgrootvader, vluchtte van Oostenrijk naar Nederland na de Anschluss in 1938. Hij was in het voorlaatste jaar van zijn gymnasium.

Er worden thuis, samen met de meisjes, opnamen gemaakt. En ook in het Werkdorp Wieringermeer. Mijn vader, Heinz Feigenbaum geb. 1921, deed daar hachsjara, voorbereiding op de emigratie naar het Brits mandaatgebied Palestina. Met zijn praktische opleiding tot smid en machinebewerker zou hij als pionier helpen bij de opbouw van de Joodse staat. 

Echter ook in Nederland waren mijn Oostenrijkse grootouders en vader niet veilig. Heinz Feigenbaum overleefde uiteindelijk in Mauthausen. Na de oorlog veranderde hij zijn Duitse achternaam in het Nederlandse Vijgenboom.

Foto’s van mijn vader en grootouders

Zo’n vraag van het Jeugdjournaal zet veel in gang. We kijken naar een interview met mijn vader, gemaakt door Westerbork. De Tweede Wereldoorlog  is voor mijn kleindochters heel wat verder weg dan voor hun moeder en mijzelf. Zij hebben hun overgrootouders niet gekend. Zij hebben het nummer op de arm van mijn vader, hun overgrootvader, niet gezien. Zij hebben geen verhalen gehoord van mijn moeder, hun overgrootmoeder, over haar verzetswerk als koerierster.

We bekijken foto’s van mijn vader en grootouders en ik vertel erover aan de meisjes. Evita Mac-nack, presentator van het Jeugdjournaal, stelt vragen of ze laat ons rustig onze gang gaan. Onderhand wordt er gefilmd.

Evita Mac-nack, presentator van het Jeugdjournaal, screenshots Bloom, 2026

We zien een illegaal genomen foto van mijn vader in Westerbork. Hij ziet er prima uit, mooi gekleed ook. ‘Misschien is die foto op de trouwdag met zijn eerste vrouw genomen,’ zeg ik. De andere foto is van direct na de oorlog in Herisau, Zwitserland.

‘Hij ziet er op deze foto heel anders uit,’ zegt Isa. ‘Je kunt bijna niet zien dat deze twee foto’s van dezelfde man zijn. Hij is hier veel ouder en gebogen en hij is enorm mager.’

‘En kaal,’ zegt Sophie. 

Ik vertel dat hij kaal geschoren is in het kamp en over het nummer op zijn arm. ‘Mensen werden dus een nummer,’ zegt Sophie.

Als aan Sophie wordt gevraagd wat ze denkt of voelt over haar overgrootvader en de verschrikkelijke dingen die hij heeft meegemaakt, blijft ze lang stil. ‘Ik krijg een error,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Ik kan het me niet voorstellen.’ 

Maar als haar wordt gevraagd of het belangrijk is om erover te vertellen, noemt ze Pesach. ‘Op de seider herdenken we ook dat wij ooit slaven waren en dat is nog veel langer geleden,’ zegt ze. ‘Dus dit moeten we ook herinneren en herdenken.’

‘Dor wa Dor,’ zegt Isa en kijkt naar mij. Ik knik. 

‘Waarom ontroert dit je,’ vraagt Evita. Ik kijk haar aan en moet even wachten voordat ik kan antwoorden. ‘We zitten hier met mijn twee prachtige kleindochters in vrijheid. Dat was in de tijd waar we het over hebben niet mogelijk. We hadden er niet mogen zijn. We zouden vermoord worden. Er hebben heel weinig kinderen overleefd en ik zou het ook zeker op deze leeftijd niet hebben overleefd.’

‘Het was verschrikkelijk en onvoorstelbaar,’ zegt Isa. 

‘Wist je hier al veel van,’ vraagt Evita. 

‘Pas toen mijn oma in mijn klas een gastles heeft gegeven, hoorde ik heel veel dat ik niet wist. Er zijn een paar gruwelijke verhalen, die had ik nooit eerder gehoord,’ zegt Isa.

Het Joods Werkdorp Wieringermeer met rechts de vader van Ruth Feigenbaum, bron: privé-archief

Kleinzoon van negen 

Een paar dagen later eet ik bij vrienden. Hun kleinzoon van negen logeert bij hen. Hij heeft een stapeltje boeken in zijn rolkoffertje. ‘Kies jij een boek uit om voor te lezen,’ zegt mijn vriendin. Ze zitten samen in een diepe stoel. Zij leest voor. Opeens hoor ik: ‘Auschwitz.’  

‘Lieverd, dit hoofdstuk lezen we niet voordat je gaat slapen. Dat is echt iets voor overdag. We nemen het volgende hoofdstuk,’ zegt zijn oma. Kleinzoon legt de boekenlegger op de plek waar zijn oma stopt met voorlezen en bladert verder. ‘Handig,’ zegt ze, ‘zo weten we goed waar we zijn gebleven.’ 

Hij knikt, ze begrijpen elkaar. Er hoeven niet veel woorden aan besteed te worden.


cover: Logo Jeugdjournaal, screenshot Bloom, 2026

Over Ruth Feigenbaum 7 Artikelen
Ruth Feigenbaum, vrijgevestigd in haar eigen praktijk te Den Haag, is psychoanalytisch psychotherapeut, supervisor en leertherapeut. Zij is gespecialiseerd in trauma in het algemeen en transgenerationele traumatisering in het bijzonder. In 1999 publiceerde zij de roman In April Was Het Gras Op (uitg. Podium 1999) en recent maakte zij een video voor de virtuele herdenking van Mauthausen die online is te vinden: ‘By April the grass was gone.'

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*