Ruim veertig jaar schrijft historicus Ben Braber over Joods verzet in een poging om de misplaatste opvatting te weerleggen dat Joden zich als ‘makke schapen’ zouden hebben gedragen.
In een lezing in de synagoge van Delft op 26 maart ziet Ben Braber – Delftenaar van geboorte – de eerste kernen van verzet ontstaan onder Duits-Joodse vluchtelingen al voor de bezettingstijd.
Een van hen is Kurt Jeidels. Hij was al in 1920 vanuit Darmstadt naar Delft verhuisd vanwege de betere economische vooruitzichten in Nederland. In Duitsland ging het economisch slecht na de Eerste Wereldoorlog. Bovendien werd het in Duitsland door toenemend antisemitisme onveilig voor Joden. Hij was getrouwd met een katholieke vrouw. Zijn dochter, Irene Linssen-Jeidels, vertelt hoe Kurt zijn leven in de waagschaal plaatst door illegale bladen rond te brengen, zie de Stichting Herinneringsstenen Delft. Een aangetrouwde tante van Jeidels, getrouwd met een hoogleraar aan de Delftse Technische Hogeschool, helpt al voor de bezetting Duits-Joodse vluchtelingen.
George Maduro
De tweede groep van Joodse verzetslieden komt voort uit het leger. Een van hen die zich in de omgeving van Delft onderscheidt is George Maduro (1916-1945), uit een bekend Joods-ondernemersgeslacht uit Curaçao. Na de slag om het militaire vliegveld Ypenburg proberen Duitse parachutisten, verscholen in Villa Dorrepaal, naar Den Haag te trekken om de koningin te arresteren. De eenheid van Maduro krijgt de opdracht de villa te heroveren.
Hij geeft het geschut opdracht vijf keer op de villa te schieten. Onmiddellijk daarna dringt hij de villa binnen en schreeuwt naar de Duitsers: Hände hoch! Nicht schießen. Hun reactie: Wir schießen. Waarop Maduro zijn mensen opdracht geeft in de kelder te schieten. De Duitsers geven zich dan over.
Na zijn demobilisatie zit Maduro, vanaf zijn tiende jaar wonend in Den Haag, korte tijd gevangen. Daarna blijft hij actief in het verzet. Hij steelt wapens van Duitse soldaten, verzamelt inlichtingen over Duitse militaire installaties. Eind mei 1941 wordt hij gearresteerd en opgesloten in de gevangenis van Scheveningen. Hij weet daaruit te vluchten en probeert via Brussel een route naar Engeland te vinden. Uiteindelijk zonder succes. Na gevangenneming wordt hij op transport gezet naar Dachau, waar hij wordt omgebracht op 9 februari 1945.
Verzet aan universiteit hogeschool
In het eerste bezettingsjaar raken tal van Joodse studenten betrokken bij verschillende vormen van verzet. Geïnspireerd door onder meer de Leidse hoogleraar Cleveringa die in november 1940 protest aantekende tegen het ontslag van Joodse hoogleraren.
In Leiden, maar ook elders aan universiteiten en hogescholen, verspreiden Joodse studenten de rede van Cleveringa. Daarnaast komt het in Delft tot proteststakingen. Spoedig daarna dwingt de bezetter studenten een loyaliteitsverklaring te tekenen, een belofte om af te zien van iedere vorm van verzet. Weigering zou een oproep tot gevolg hebben voor werk in Duitsland.
Ondanks dit dreigement wordt de loyaliteitsverklaring massaal geweigerd en duiken veel studenten onder. Ook de verplichting van de J op het persoonsbewijs, het dragen van de Jodenster en andere onderdrukkende maatregelen, moedigen steeds meer – Joodse – studenten aan deel te nemen aan verzetsactiviteiten.
Illegale activiteiten in de onderduik
Joden in de onderduik nemen niet zelden deel aan illegale activiteiten. Braber noemt als voorbeeld de Haagse gemeenteambtenaar Eliazer Blei Weissmann. Hij is onder meer verbonden met het illegale blad De Gids, dat in Delft verscheen in een oplage van rond de duizend exemplaren.
Braber geeft ook voorbeelden van Joden die zich afzetten tegen de voorzitters van de Joodse Raad. Onder hen Lodewijk Visser, de president van de Hoge Raad, die kort na de Duitse inval is ontslagen. Hij schreef:
“Het is onze plicht, als Nederlanders en als Joden, alles te doen wat de bezetter belemmert bij het bereiken van de vernietiging van het Joodse volk, alles na te laten, wat die weg voor hem kan effenen. Dat doet gij niet!”
Daarnaast geeft hij voorbeelden van rabbijnen die hun uiterste best doen Joden te bemoedigen met teksten als:
“In de loop der historie is het meermalen voorgekomen dat delen van het Joodse volk zo sterk het lijden van de ballingschap moesten ondergaan, dat zij ten onder gingen. Maar er was altijd voldoende, om een nieuwe schakel met het verleden te smeden en zo werkte men aan deze toekomst ondanks alles met hoop en vertrouwen.”
In zijn conclusie grijpt Braber hierop terug: “Zelfs in de aller moeilijkste en meest ondraaglijke omstandigheden waren er personen die terugvochten, vasthielden aan het leven, hun eigenwaarde hoog hielden en anderen bijstonden.”
zie ook: Ben Braber, Individuals and Small Groups in Jewish Resistance to the Holocaust; A Case Study of a Young Couple and their Friends Paperback, 162 pagina’s , ISBN: 9781839988288, januari 2023, £25.00, $35.00. Ook verkrijgbaar met harde kaft en als e-book.
Ben Braber, Omdat ik geen lam voor de wolven wil zijn, Joods verzet in Nederland in de Tweede Wereldoorlog:
Uitgeverij Balans, Amsterdam 2025;
ISBN 9789463824019 (paperback) 9789463824385 (Ebook), 184 p. € 21,99
cover: screenshot uit video van The Wiener Holocaust Library
Geef als eerste een reactie