Rosey Pool, joodse verzetsheldin met passie voor Afro-Amerikaanse literatuur 

boekbespreking

boekkaften met Afro Amerikaanse poetry

Zelden zullen biografen over hun hoofdpersonen opmerken, dat ze lijken op een stuk zeep dat je telkens ontglipt. Lonneke Geerlings doet dat wel in De vele levens van Rosey Pool, biografie over een veelkleurige vrouw betrokken bij en levend in verschillende werelden.

Rosa Eva Pool, Rosey genoemd, werd geboren op 7 mei 1905 in de Oude Hoogstraat centrum Amsterdam in het gezin van de sigarenwinkelier Louis Pool en Cobie Jessurun.  

De ouders zijn Joods, maar leven niet Joods. Ze hebben elkaar ontmoet binnen de kringen van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Via hen krijgt Rosey de belangstelling voor politiek met de paplepel ingegoten. Wat nog wordt versterkt doordat vader Louis achter in de sigarenwinkel een bibliotheekje bij elkaar heeft verzameld. Rosey is daarvan een goede klant. Als ze 10 jaar is, krijgt ze een broertje, Joseph.

Intieme Oorspronkelijke Kunst

De leergierige Rosey gaat naar de Eerste Meisjes HBS, waar ze uitblinkt in Duits en Engels. Buiten school speelt ze toneel bij Intieme Oorspronkelijke Kunst, een vereniging voor Israëlitische jongens en meisjes van 16 tot 19 jaar. En is ze aangesloten bij de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC).  Na het HBS-examen wil ze Duitse Taal- en Letterkunde gaan studeren, maar daar wordt door haar vader een stokje voor gestoken. Ze moet eerst maar een vak leren. Hij stuurt haar naar de kweekschool om leraar Duits te worden. Met een vriend, van wie Geerlings de naam niet heeft kunnen achterhalen, loopt ze dan van huis. 

In België is het geld echter op en moet ze naar huis terugkeren. Daar krijgt ze een miskraam. Uiteindelijk haalt ze toch een onderwijsakte. Aansluitend wil ze haar studie Duits aan de universiteit voortzetten. 

Rosey Pool in Amsterdam, 1946

Sociaal-Democratische Studenten Club

Is ze ooit afgestudeerd? Is ze ooit gepromoveerd? Ondanks intensieve naspeuringen heeft Geerlings de bewijzen daarvoor nooit aangetroffen. Wel zijn er tal van sporen van haar activiteiten als werkstudent. Ze is lid, later zelfs bestuurslid, van de Sociaal-Democratische Studenten Club. Bij partij- en vakbondsbijeenkomsten wordt ze een graag geziene spreker, in 1926 krijgt ze de kans om voor de nog jonge omroep VARA op te treden. 

Na zware toespraken van vooraanstaande politici draagt zij een wat lichtvoetiger gedicht voor. Een tijdgenoot verklaart op enig moment haar populariteit als voordrachtskunstenares met een enigszins dubieus compliment: “Ze heeft een mooie stem en – ook niet onbelangrijk – ze spreekt zonder Joods accent”. Geerlings: “Hoezeer Rosey zich ook ‘socialist’ voelt, ze wordt blijkbaar nog steeds als Joods gezien en daarmee anders”. 

Studeren en werken in Berlijn

In de sociaaldemocratische studentenkringen ontmoet ze de Duitse student Gerhard Kramer. Met hem verhuist ze in 1927 naar Berlijn. Samen proberen ze als werkstudent in hun levensonderhoud te voorzien. Voor Rosey betekent dit onder meer het schrijven van recensies voor het tijdschrift De Nieuwe Weg en het vertalen van artikelen in het Nederlands naar het Duits, zoals Henk SneevlietsDe nieuwe explosie van koloniaal machtsmisbruik in Indonesië”

Relatie met Lena Fischer

Kort voor Hitlers machtsovername trouwen ze. Kramer ontwikkelt zich tot een vooraanstaand advocaat die veel slachtoffers van het naziregime bijstaat. Samen waarschuwen ze in Nederlandse vakbondsbladen voor het oprukkend fascisme. 

In het huwelijk krijgt Rosey echter een bijrolletje. Hij ziet haar het liefst schitteren in de keuken. Daarnaast krijgt ze een lesbische relatie met Lena Fischer, door Geerlings getypeerd als ‘de liefde van haar leven’. Maar ook zij blijft voor Geerlings een mysterie. In 1935 scheiden Rosey en Gerhard, de relatie met Lena blijft.

Rosey blijft tot 1939 in Berlijn wonen. Zij ontwikkelt zich daar tot “een ondergronds éénmens-systeem dat Joodse mensen helpt om de nazicontrole te ontvluchten naar Nederland”. Na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 voelt ze zichzelf ook niet meer veilig en keert ze niet lang daarna terug naar Amsterdam.

Edith Frank en Hannelore Klein

In Tehuis Oosteinde en het Lloyd Hotel, waar Joodse vluchtelingen worden opgevangen, geeft Rosey cursussen Nederlands waar ze zelf het cursusmateriaal voor maakt. Onder haar leerlingen bevinden zich Edith Frank, de moeder van Anne, en Hannelore Klein, de moeder van Arnon Grunberg. De Duitse inval op 10 mei 1940 komt voor haar als een verrassing. In paniek vernietigt ze haar volledige archief. 

In de eerste bezettingsjaren is Rosey invalkracht op het Joods Lyceum. Later werkt ze ook – onder verantwoordelijkheid van de Joodse Raad – in kamp Westerbork nog voordat ze in mei 1943 zelf daar naartoe wordt gedeporteerd. In Westerbork ontmoet ze enkele mensen die ze kent van het Tehuis Oosteinde met wie ze samen de Emigration Leitung vormde van die Kommunistische Partei Deutschlands (KPD). Met hen slaagt ze erin enkele mensen uit het kamp te smokkelen. 

Gospel Go Down Moses met Louis Armstrong

Go down Moses 

Vanaf 26 mei 1943 verblijft ze gedwongen in Westerbork. Van tijd tot tijd draagt ze onder meer Afro-Amerikaanse spirituals voor, zoals Go down Moses en wordt zo voor velen een baken van hoop. In juli dient Rosey bij de Joodse Raad een aanvraag in voor emigratie naar Palestina die echter wordt afgewezen. 

Vanaf dan zit ze elke maandag in spanning bij het afroepen van de namen die de volgende dag op transport worden gesteld richting Auschwitz. Op 6 september 1943 is het dan zover. Ze stapt in de trein, maar op het laatste moment besluit ze met enige bluf uit te stappen. Die beslissing wordt in de gebruikelijke drukte niet opgemerkt en blijft zonder gevolgen. 

Bezoek Rode Kruis

Niet veel later verwacht Westerbork een bezoek van het internationale Rode Kruis. Om de indruk van een goede behandeling te wekken wordt onder meer bedacht dat er een bibliotheek zou moeten komen. Rosey belast zich daarmee en krijgt twee dagen verlof om in Amsterdam enkele boeken bij elkaar te halen. 

In zijn dagboek noteert Philip Mechanicus: “Mevrouw P. is gisteravond niet op het gestelde uur in barak 83 teruggekeerd. Beweging in de barak (…) De plaatsvervangende barakkenleidster is door de marechaussee voor een verhoor opgeroepen.” 

Rosey duikt onder in Baarn waar ze tot het eind van de bezetting blijft. Door wat vertaalwerk voorziet ze zichzelf in het levensonderhoud. 

Je Maintiendrai en Vrij Nederland

In de jaren na de oorlog verdient ze de kost met met vertalingen en het schrijven van boek- en theaterrecensies en opiniestukken. Veel van haar werk verschijnt in voormalige verzetsbladen als Je Maintiendrai en Vrij Nederland. 

Heeft ze voor de oorlog al veel sympathie gekregen voor Afro-Amerikaanse literatuur, haar belangstelling wordt een grote passie die haar leven vanaf nu gaat domineren. 

Rosey Pool met Isa Isenburg, Londen,
tweede helft jaren zestig

A Collection of Negro Poetry

Zij voelt een overeenkomst in de onderdrukking van Joden door de nazi’s en de discriminatie van Afro-Amerikanen in met name het zuiden van de Verenigde Staten. In haar gedrevenheid stelt ze in 1948 een bloemlezing samen van het werk van zwarte dichters, dat echter door haar uitgever wordt geweigerd. Ze is haar tijd ver vooruit… 

Ondanks deze teleurstelling zoekt zij contact met tal van Afro-Amerikaanse schrijvers en dichters. Ook als ze zich in 1949 blijvend in Londen vestigt. Daar woont ze tot haar dood samen met Isa Isenburg, een nieuwe partner over wie Geerlings weinig weet te vermelden

Geleidelijk aan wordt Rosey een deskundige op het terrein van zwarte literatuur. Zo neemt ze deel aan BBC Radio uitzending Calling West-Africa. Na een succesvolle voordrachtsavond wordt de eerder in Nederland geweigerde bloemlezing in het Engels uitgegeven onder de titel “A Collection of Negro Poetry”. 

Advocaat Pro Deo

Advocaat Gordon Heath en Rosey Pool op de set TV set van Advocaat pro deo,
10 September 1958. foto Joods Museum

De BBC-ervaringen brengen haar weer in contact met de Nederlandse omroep. Zo bepleit ze een Nederlandse tv-uitvoering van Advocaat Pro Deo. In de Verenigde Staten heeft dit stuk opzien gebaard doordat de zwarte advocaat, die optreedt voor een blanke verdachte, ook door een zwarte acteur wordt gespeeld. Dat is tot dan toe niet gebruikelijk. 

De Amerikaanse hoofdrolspeler Gordon Heath krijgt ook in de Nederlandse versie de hoofdrol, hoewel hij geen woord Nederlands spreekt. Rosey moet al haar didactische talenten aanspreken om hem in aanvaardbaar Nederlands te laten optreden. Zelf speelt ze ook nog een rolletje. Naar aanleiding hiervan wordt ze later uitgenodigd voor tal van praatprogramma’s.

In de jaren zestig is ze veel in de Verenigde Staten. Aan tal van onderwijsinstellingen houdt ze lezingen over Anne Frank waarin ze enige kritische distantie houdt. Ze wil niet meegaan in de ‘heiligverklaring’ die Anne ten deel valt naar aanleiding van het toneelstuk en de film die op basis van het dagboek zijn gemaakt. 

Eric Walrond & Rosey E. Pool (eds.), Black and Unknown Bards: A Collection of Negro Poetry, Hand & Flower Press, 1958

Creative writing

Steeds vaker hebben haar lezingen als doelstelling Afro-Amerikaanse studenten in contact te brengen met hun eigen geschiedenis. Die doelstelling krijgt nog mee betekenis in haar cursussen “Creative writing”, waarin ze haar studenten aanmoedigt in hun opstellen zo dicht mogelijk bij zichzelf te blijven. De verhalen over rassenscheiding die zij bij haar inleveren, springen eruit. Zelf vindt ze het geen normale toestand dat “een in Londen wonende Nederlandse Afro-Amerikaanse studenten doceert over de betekenis van hun rasgenoten voor de Amerikaanse literatuur.” 

Geen plaats meer voor haar?

Na 1966 wordt Rosey ingehaald door de emancipatie die ze zelf hielp aanwakkeren. Na een groot internationaal cultureel festival waar ze namens Groot-Brittannië in de hoofdjury zit wordt ze nog maar zelden uitgenodigd. 

Zelfbewuste Afro-Amerikaanse activisten zien ‘de witte vrouw’ als een onderdeel van het probleem van hun discriminatie. Tot haar dood op 29 september 1971 leeft ze als een kluizenaar. Haar inkomen droogt op. Het voelt alsof er In de revoltes van 1968 en later in de Europese studentenbeweging en de Amerikaanse antiracisme beweging geen plaats meer voor haar is.


cover: Black American Poetry

  • Lonneke Geerlings, De vele levens van Rosey Pool, Strijdbaar van Westerbork tot Mississippi, 285p, Atlas Contact, Amsterdam 2023, ISBN 978 90450 4644 0
  • Lonneke Geerlings (1986) studeerde Algemene Cultuurwetenschappen en Geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, de Leidse Universiteit en de University of Dundee (Schotland). In 2020 promoveerde ze op Survivor, agitator – Rosey E. Pool and the transatlantic century. 
Over Jeroen Sprenger 19 Artikelen
Jeroen Sprenger was van 2016 tot zomer 2022 voorzitter van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG). In die hoedanigheid was hij eindredacteur van 'Gezichten van Joods Verzet' (2020). Van 1999 tot 2015 was hij werkzaam voor de rijksoverheid, eerst als directeur Communicatie van het ministerie van Financiën (1999-2009). Als zodanig was hij verantwoordelijk voor de voorlichting over de invoering van de euro. Daarna was hij directeur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl voor bouwprojecten van de Rijksoverheid. Vóór zijn werk bij de Rijksoverheid was hij voorlichter bij de FNV. Jarenlang was hij binnen de NVJ voorzitter van de sectie Voorlichters. Sinds 2012 is hij webmaster van de website Het geheugen van de vakbeweging.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*