Leo Trager (1927-1943), de jongste met een Sperre

Veertien jaar, daarmee is Leo Trager waarschijnlijk de jongste die een Sperre kreeg.

Hij kreeg die Sperre zonder dat een ander, ouder gezinslid over een dergelijke vrijstelling beschikte die ‘bis auf weiteres’ bescherming bood voor transport. 

Uiteindelijk platzte ook Leo’s Sperre. Zijn schoolkameraad Alexander Dinkel overleefde de oorlog. Had Leo de Sjoa overleefd (ook met een ‘geplatzte’ Sperre hebben sommigen overleefd) dan was hij net als Alexander vast ook uitgegroeid tot een bekwaam en befaamd rabbijn. Alle voortekenen wezen daarop. Het heeft niet bewaarheid mogenworden.

Een ‘Sperre’ was in de Tweede Wereldoorlog de felbegeerde status voor Joden om niet op transport te worden gesteld. Een vrijstelling dus in de vorm van een stempel met een nummer in het persoonsbewijs. Die vrijstelling werd op voordracht van de Joodse Raad door de Duitse autoriteiten onder meer verleend omdat een bepaalde maatschappelijke functie moest blijven worden uitgeoefend om het overigens geïsoleerde leven van de Joodse bevolkingsgroep te accommoderen.

Niets waard

Die Sperren bleken niets waard, hoogstens een vorm van uitstel. Uiteindelijk zou iedereen die niet om persoonlijke reden was ‘gesperrt’, met uitzondering van een heel kleine groep, op transport worden gesteld, tenzij zij in staat zijn geweest om zich aan het systeem te onttrekken door onder te duiken (en in de onderduik niet alsnog te worden gepakt).

De Sperre-status werd aangetekend op de kaart die door de Joodse Raad van iedere Jood werd gemaakt. Daarop stond getypt: “Gesperrt wegens…” en dan volgt een omschrijving. Als de Sperre op een later moment werd verleend dan de datum waarop de kaart was aangemaakt, werd de Sperre-aantekening met de datum er – vaak met de hand – aan toegevoegd.

Het gezin Trager woonde in de Christiaan de Wetstraat 2, 2-hoog in Amsterdam-Oost. De familie kwam uit het buitenland. Naftali Trager, de vader, was kleermaker of dameshoedenmaker en werd in 1890 in Oostenrijk-Hongarije geboren; de moeder, Lea Tepper in 1895 in Polen. Leo werd op 2 oktober 1927 in Wenen geboren en met hun kind van een maand oud vestigden Naftali en Lea Trager zich in Amsterdam. Leo had twee jongere zusjes: Ruth en Gitta, beiden in Amsterdam geboren, respectievelijk in 1932 en 1935. De sterfdatum van Leo en dat van het hele gezin is 27 augustus 1943 in Auschwitz.

Parochet Syngagoge Zwolle, geschonken in 1952 ter nagedachtenis van Joachim Sanders en zijn vrouw Rosalie Sanders-Polak en hun zonen. Zoon Jacob Sanders slaagde gelijktijdig met Leo Trager voor het Limmoed-examen.

Veertienjarige jeugd- en cursusleider

In juli 1942 was Leo Trager veertien jaar en tien maanden. Op zijn JR-kaart staat dat Leo leerling was op de Joodse HBS, dus nog voordat Joodse kinderen niet meer naar reguliere scholen mochten gaan en de Joodse HBS een van de scholen voor Joden zou worden. Een besluit dat inging bij de start van het schooljaar 1942-1943. Ook staat er op zijn JR-kaart vermeld dat Leo jeugd- en cursusleider was van de jeugdsynagoge Oost. Op zich al verbazingwekkend om op zo’n jonge leeftijd een leidende rol in het jeugdwerk te vervullen. Het meest opmerkelijke is dat dit laatste de reden was waardoor Leo een Sperre kreeg.  Op veertienjarige leeftijd, als enige in het gezin. Zijn ouders en zijn jongere zusjes hadden geen eigen Sperre.

Veertien jaar lijkt mij erg jong om jeugd- en cursusleider te zijn in een met veel Joden bevolkte buurt; Leo moet bijzondere talenten of capaciteiten hebben gehad. Ook om als veertienjarige een Sperre te krijgen. Misschien was hij met zijn veertien jaar wel de jongste die een Sperre had en tevens de jongste die als enige van een gezin een Sperre had.

Talmidiem Limmoed-examen

Op 4 september 1942 vermeldt het Joodsche Weekblad dat Leo Trager is geslaagd voor het Talmidiem Limmoed-examen van de Centrale Culturele Commissie van de Joodsche Raad, een toets over Hebreeuwse en Joods-religieuze kennis waar studenten en jongeren aan meededen en die oorspronkelijk werd afgenomen in de Agoedas Jisroeil-beweging, die zoals alle Joodse verenigingen gedwongen onder de vleugels van de Joodse Raad was komen te staan.

Tot de geslaagden behoorden Mr. J. Sanders uit Zwolle en A. Dinkel uit Amsterdam. Mr. J. Sanders is waarschijnlijk Jacob Sanders, geboren in 1914 in Zwolle.

In de sjoel van Zwolle hangt een parochet met daarop, in het Hebreeuws, dat het ter nagedachtenis is aan: “Jochanan zoon van Ja’akow Sanders, zijn vrouw Reische dochter van Nathan Josef Polak en hun zonen die vermoord zijn door vijanden van Jisrael in het jaar 5703 (1942-1943). Moge G’d hen ten goede gedenken.”

Dit betreft Joachim Sanders en zijn vrouw Rosalie Sanders-Polak en hun zonen. Jacob had twee jongere broers, Karel en Nathan. Jacob was getrouwd met Sara Rebecca Modijefski, dochter van de godsdienstonderwijzer en tweede chazzan van Arnhem.

Jeugdvriend Alexander Dinkel

Alexander Dinkel heeft de oorlog overleefd, zijn ouders niet. Zijn vader was Samuel Siegfried Dinkel en zijn moeder Suzanna Jacoba (Susi) Lewenstein. Suzanna was een dochter van de Haagse opperrabbijn dr. Tobias Lewenstein. Alexander emigreerde naar Israël. Daar is hij een van de hoofddocenten geworden van de Jesjiva (Talmoedschool) Kol Torah in Jeruzalem die vanuit Duitsland verplaatst was. In Amsterdam was hij net als Leo Trager leerling op de Joodse HBS. Gezien zij dezelfde leeftijd hadden, moeten Trager en Dinkel klasgenoten zijn geweest. Alexander kreeg buiten de HBS ook nog Joods onderwijs van rabbijn dr. Aaron Neuwirth. Het is heel goed mogelijk dat Alexander samen met Leo zijn lessen bij rabbijn Neuwirth volgde.

Neuwirths zoon Jehoshoea zou in Kol Torah een collega van Dinkel worden en kreeg vermaardheid door zijn boek ‘Shemirath Shabbat Kehilchata’ dat op het gebied van de sjabbat-voorschriften, het standaardwerk is geworden.

Westerbork-Bergen Belsen

Alexander Dinkel verbleef met zijn ouders, broer en zus al vanaf 13 september 1942 in Westerbork. Zij werden op 11 januari 1944 naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Goed mogelijk dat Leo en Alexander elkaar in Westerbork nog hebben gezien, misschien zelfs nog samen hebben geleerd. Jona Emanuel verbleef net als Alexander Dinkel in Bergen-Belsen.

Emanuel schrijft in zijn In Memoriam over Dinkel dat hij heeft gezien hoe Alexander, die twee jaar jonger was dan hijzelf, in de miserabele omstandigheden van Bergen-Belsen Tora leerde met dr. Jakob Jekutiel Neubauer, de rector van het Nederlands-Israëlitisch Seminarium. Emanuel:

“Het is tot op de dag van vandaag een bron van trots en geluk.” (Hama’ayan, המעין vol 24-2, 5744 = 1984, p. 52).

Jugendleiter

Het gezin Trager is op 24 augustus 1943, vijf weken na aankomst in Westerbork, op transport gesteld, bestemming: Auschwitz. Op de transportlijst staat bij Naftali dat hij ‘Damenhutmacher’ was. Bij Leo staat ook zijn beroep: ‘Jugendleiter’. In Auschwitz is het hele gezin onmiddellijk omgebracht. Leo de jeugdleider werd vijftien jaar. Alexander Dinkel, de jongen uit zijn klas en waarschijnlijk zijn jeugdvriend, overleed op 12 oktober 1983 in Jeruzalem en werd begraven op de Olijfberg.


cover: deel van het Parochet in de synagoge van Zwolle

Over Ruben Vis 49 Artikelen
Ruben Vis in het dagelijks leven alg. secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en bij Het Seminarium verantwoordelijk voor onderwijs & onderzoek, meende in de zomer van 2020 dat het goed zou zijn wanneer het Nederlands taalgebied een platform zou krijgen waar serieuze, beschouwende en opiniërende artikelen op worden gepubliceerd met een Joodse inhoud. Hij trof medestanders en hieruit is De Vrijdagavond ontstaan. Ruben deelt op De Vrijdagavond zijn grote kennis van de Joodse wereld, zijn visie op het Joodse leven en de opbrengst van zijn onderzoekingen naar uiteenlopende, vaak historisch-Joodse, onderwerpen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*